Is er dan niets meer heilig?


Verslag van een hoorzitting
op 16 november 1997 te Amsterdam
over de wereldwijde jacht op
het cultureel en genetisch erfgoed van inheemse volken


NEDERLANDS CENTRUM VOOR INHEEMSE VOLKEN
postbus 94098
1090 GB Amsterdam


Eindredactie: Jan van Boeckel
Tekstredactie: Rein Cremer, Gerard Luttenberg, Leo van der Vlist
transcriptie en vertaling: Phaydra Johannis, Esther Sarphatie, Eva Baron, Silvia Broeke, Evelien Westendorp, Jacco van Weele, Hester Kaars, Miriam Anne Frank, Wim Verhallen
fotografie: Anneke Koperdraat, Guido van Dooremaalen

1998

Deze publicatie kwam tot stand dankzij financiële steun van de NCDO en HIVOS.
Het project Is er dan niets meer heilig? werd gesubsidieerd door de NCDO, HIVOS, de Europese Unie, ICCO, het Nederlands comité voor IUCN, de Haëlla Stichting, Stichting WeteN en het Saami Parlement in Noorwegen.

De verslagen in dit boekje zijn gebaseerd op transcripties van de geluidsopnamen op de dag zelf. Het NCIV verontschuldigt zich bij deze voor fouten die onverhoopt kunnen zijn ontstaan bij het vertalen en redigeren van deze transcripties.

Inhoud

IS ER DAN NIETS MEER HEILIG? 
DEELNEMERS
OPENINGSWOORD

AANKLACHT 1: 'PATENT OP LEVEN'
AANKLAGER ALEJANDRO ARGUMEDO
TEGENPLEITER ROB VAN DER MEER
VRAGEN VAN DE JURY
VRAGEN UIT DE ZAAL
UITSPRAAK VAN DE JURY

AANKLACHT 2: 'BIOPIRATERIJ'
AANKLAGER VANDANA SHIVA
TEGENPLEITER HANS RAVEN
VRAGEN VAN DE JURY 
VRAGEN UIT DE ZAAL 
UITSPRAAK VAN DE JURY

AANKLACHT 3: 'SPIRITUELE KOLONISATIE'
AANKLAGER ROBERT EGGINGTON
TEGENPLEITER PIET BAKKER
VRAGEN VAN DE JURY
VRAGEN UIT DE ZAAL
UITSPRAAK VAN DE JURY

SLOTWOORD
ACHTERGRONDLITERATUUR
TERMENLIJST 
 



Is er dan niets meer heilig?


Op 16 november 1997 vond er in de Artis Koningszaal in Amsterdam een opmerkelijk 'proces' plaats. Een Aborigine en een Indiaan richtten, te zamen met een vermaard milieuactiviste uit India, scherpe aanklachten tegen 'het Westen'. Wij, als westerse wereld - zo betoogden zij met verve - willen koste wat kost iets van hen hebben. Of het nu hun genetisch materiaal, hun kennis van geneeskrachtige planten of hun spiritueel erfgoed betreft, klaarblijkelijk kunnen we het maar niet met rust laten. Onze bedrijven, instellingen of artiesten eigenen het zich toe. In het geniep, of via de onderhandelingstafel - kríjgen zullen we het.
Ter inleiding van dit boekje volgt hier een overzicht van de aanklachten en achtergrondinformatie over de reden waarom deze laat-twintigste-eeuwse vorm van 'piraterij' inheemse volken zo hoog zit.



Aanklacht 1
Het verzamelen en octrooieren van genetisch materiaal van inheemse volken is een inbreuk op hun recht op zelfbeschikking en druist volledig in tegen de menselijke waardigheid.

Een octrooi is een tijdelijk monopolie op de exploitatie van een uitvinding. Het moet gaan om een nieuwe uitvinding die kan worden toegepast op het gebied van de industrie of de landbouw. Vooral als gevolg van het economische globaliseringsproces en afspraken die in het kader van GATT zijn gemaakt over de wereld-vrijhandel, neemt het aanvragen van octrooien de laatste jaren een grote vlucht. Vóór de Uruguay-Ronde van GATT was er geen internationale erkenning van intellectuele eigendomsrechten. Landen konden alleen binnen de eigen grenzen de intellectuele eigendomsrechten regelen. Na juni 1994 zijn alle landen als gevolg van het Trade Related Intellectual Property Rights Agreement (het TRIPs-akkoord) verplicht hun octrooiwetten aan te passen aan die van de industrielanden.
De ontwikkelingen gaan snel. Universiteiten, de agro-industrie en farmaceutische multinationals stropen de wereld af op zoek naar micro-organismen, planten, dierlijk en zelfs menselijk weefsel. 'Bioprospectie' heet de nieuwe goudkoorts. Het genetisch materiaal dat de onderzoekers verzamelen wordt geïsoleerd en in een kunstmatige omgeving vermenigvuldigd en 'onsterfelijk' gemaakt. Dergelijke genenbanken leveren de grondstof voor biotechnologisch onderzoek. Hiermee kan bijvoorbeeld een nieuw geneesmiddel worden ontwikkeld of een landbouwgewas worden 'veredeld'.
Wanneer een laboratoriumonderzoeker stuit op een gen op grond waarvan hij meent een commercieel product te kunnen ontwikkelen, kan hij op zijn vondst octrooi aanvragen - zelfs als dat product zelf nog lang niet is ontwikkeld.
Steeds meer octrooi-aanvragen betreffen inmiddels niet alleen 'dode' uitvindingen, maar ook levend materiaal. Er is al octrooi aangevraagd en toegekend op 'onsterfelijk' gemaakte menselijke cellen.
Vooral voor die laatste ontwikkeling zijn veel inheemse volken beducht. 'Bioprospectors' zijn buitengewoon geïnteresseerd in inheemse volken. De leden van kleine, geïsoleerd levende volken verschillen namelijk in hun erfelijk materiaal maar relatief weinig van elkaar. Dat maakt het gemakkelijker om de genen te vinden die verantwoordelijk zijn voor erfelijke ziekten, of voor weerstand tegen zulke ziekten. Op basis van kennis van zulke genen zijn mogelijk remedies te ontwikkelen.
Inheemse volken zijn met name kritisch over het Human Genome Diversity Project dat in 1991 werd gelanceerd maar als gevolg van onder andere deze kritiek inmiddels nog niet van start is gegaan. In het kader van het HGDP-project, onder leiding van de bekende Italiaanse populatiegeneticus Luigi Luca Cavalli-Sforza, moeten er bloed-, huid- en haarstalen worden verzameld onder een paar honderd volken, waarvan een groot aantal in zijn bestaan wordt bedreigd. Doel is de genetische diversiteit van de mens in kaart te brengen en de geschiedenis te reconstrueren van hoe de mensheid in verschillende etnische bevolkingsgroepen is gedifferentieerd. Inheemse volken spraken verontwaardigd van een 'vampierproject'. Cavalli-Sforza ontkent echter met klem dat het erfelijk materiaal van inheemse volken ten goede komt aan de farmaceutische industrie. Steun van bedrijven aan het HGDP-project is zelfs verboden: iedere schijn van economisch gewin moet worden vermeden.
Er zijn tot nu toe drie concrete pogingen geweest tot octrooiering van kunstmatig bewaarde lichaamscellen ('cellijnen') die waren geïsoleerd uit bloedmonsters afkomstig van inheemse volken. In twee gevallen was de Amerikaanse overheid voornemens octrooi aan te vragen maar zag zij daar na hevige protesten door inheemse organisaties van af. In het derde geval vroeg de Amerikaanse overheidsorganisatie National Institutes of Health (NIH) octrooi aan en werd dit ook verleend, maar verzocht zij enige tijd later het US Patent and Trademark Office het octrooi weer in te trekken. Over dat laatste geval hieronder in het kort de ontwikkelingen op een rij.
De Hagahai zijn een volk van 260 leden in de provincie Madang in Papoea-Nieuw-Guinea, dat pas in 1984 duurzaam contact maakte met de overheid en missionarissen. In 1989 werd er bij 24 Hagahai-mannen en -vrouwen 25ml bloed afgenomen. De antropoloog dr Carol Jenkins, die is verbonden aan het Papua New Guinea Institute, besloot in 1985 samen te gaan werken met de NIH. Omdat zij het vertrouwen van de Hagahai had gewonnen via haar werk in de gemeenschappen, was zij in staat om bloedmonsters af te nemen. Wel bepaalde zij dat de helft van de vergoeding voor een mogelijke toekomstige ontwikkeling van een vaccin ten goede zou moeten komen aan de Hagahai. In november 1995 kende de Amerikaanse regering zichzelf het octrooi toe op het DNA van een Hagahai-man in het noorden van Papua Nieuw Guinea. Het DNA in de cellen van de man is van grote waarde omdat die is genfecteerd door HTLV-1. HTLV-1 is een van de weinige virussen die in mensen kanker veroorzaken; niettemin was de man toch gezond gebleven. Die immuniteit, zo meenden de onderzoekers, ligt ergens verankerd in zijn DNA.
Eind 1996 moest de NIH onder grote internationale druk zijn octrooi op de Hagahai-cellijn echter weer intrekken. 'Ik hoop dat dit het einde betekent van mogelijk het meest kwalijke octrooi dat ooit is verleend.' aldus Alejandro Argumedo van het in Canada gevestigde Indigenous Peoples' Biodiversity Network. Eerder hadden de Guaymí uit Panama al met succes druk uitgeoefend op de Amerikaanse regering om een octrooi-aanvraag in te trekken op cellen van een Guaymi-vrouw. Hetzelfde gebeurde met een soortgelijke aanvraag op basis van genetisch materiaal afkomstig van een man uit de Solomon-eilanden.
In het geval van de Hagahai ging het om een octrooi dat reeds was verleend en bijgevolg een stuk moeilijker ongedaan te krijgen.
Ondanks aanvankelijke verklaringen van de Amerikaanse overheid dat het Hagahai-volk uit vrije wil en op basis van voldoende voorafgaande informatie hadden ingestemd met de octrooiaanvraag, kon de NIH daar zelf geen bewijsstukken van laten zien. De Hagahai hebben niettemin een verklaring uitgegeven waarin ze stellen akkoord te gaan met de ontwikkeling van een nieuw vaccin op basis van hun bloed en aangegeven inderdaad een overeenkomst met Carol Jenkins te hebben getekend. Beschuldigingen van 'biokolonialisme' van de kant van diverse inheemse organisaties en NGO's deden de NIH uiteindelijk bakzeil halen. 'Het feit, dat men nu afstand heeft gedaan van het octrooi is reden tot vreugde voor inheemse volken', zegt Argumedo. 'Tegelijkertijd biedt het eenieder ook gelegenheid om nog eens diep na te denken over het immorele gedrag van industriële landen die toestaan dat menselijke cellen, genen en weefsels verworden tot handelswaar.'



Aanklacht 2
Het aan inheemse volken opleggen van het westerse systeem van intellectuele eigendomsrechten is een vorm van kolonialisme en schiet geheel tekort in het verschaffen van mechanismen om de beschikbaarheid van inheemse kennis - ook voor toekomstige generaties - te beschermen.

Biodiversiteit is een kostbare hulpbron geworden voor de biotechnologie, een industrietak waarin vele miljarden omgaan. Voor het verkrijgen van grondstoffen - de genetische bronnen - is de biotech-industrie immers afhankelijk van de biodiversiteit van de wereld. Genetische bronnen zijn monsters of extracten van organisch materiaal, zoals bijvoorbeeld planten, schimmels, insecten, dieren, micro-organismen en zelfs menselijke genen, die feitelijk of potentieel van nut voor de mens kunnen zijn.
'Bioprospectie' vindt vaak op inheems grondgebied plaats omdat inheemse volken zich bevinden in gebieden waar nog geen of nauwelijks industriële ontwikkeling heeft plaatsgevonden. Juist in dit soort gebieden in de tropische zone zijn de meest diverse collecties aan genetische bronnen te vinden. De hulpbronnen van deze volken worden ontwikkeld zonder hun toestemming en zonder aandeel voor hen in de winst. In dat opzicht is het wegnemen van genetisch materiaal de voortzetting van vroegere ervaringen met roof van rubber, olie en talloze andere hulpbronnen.
'Genen worden het belangrijkste exportproduct van de 21ste eeuw, te vergelijken met de olie nu', aldus Martin Khor van het Third World Network. In deze 'Nieuwe Genetische Wereldorde' levert het arme Zuiden de biodiversiteit en het rijke Noorden de biotechnologie.
Soms worden alle plantensoorten die in een gebied te vinden zijn meegenomen. In andere gevallen worden de genetische bronnen en inheemse kennis uit het gebied meegenomen en wordt op basis daarvan elders een product ontwikkeld. Zoals Vandana Shiva het kort maar krachtig stelt: 'Als de bruikbare eigenschappen van planten zijn vastgesteld door inheemse gemeenschappen, zijn die gemeenschappen zelf, met hun levensstijl en hun kennis, verder van weinig belang.'
Bioprospectie (of 'biopiraterij', zoals Shiva het liever noemt) kan ook leiden tot vercommercialisering en octrooiering van inheemse medicinale planten - zelfs van planten die inheemse volken als heilig beschouwen, zoals het geval is met het octrooi op Ayahuasca. Bij voorbaat beperkt deze ontwikkeling de mogelijkheden voor het betrokken inheemse volk om in de toekomst zelf hun eigen producten te ontwikkelen en te verkopen.
Zelfs wanneer bioprospectie-overeenkomsten tegemoet lijken te komen aan inheemse belangen, kunnen ze nog desastreuze gevolgen hebben voor inheemse volken. De 'bioprospectors' bieden vaak veel geld aan de inheemse leiders om ze ertoe te bewegen een contract te tekenen. Het binnenkomen van grote sommen geld in delen van een inheemse gemeenschap kan ertoe leiden dat men met sneltreinvaart de nationale economieën wordt binnengezogen, zonder dat de mogelijke negatieve consequenties van die overhaaste ontwikkeling zijn te overzien. Vaak gaat de komst van het grote geld ook gepaard met jaloezie, achterdocht, verdeeldheid en sociale rivaliteit binnen de gemeenschap.
De keuze van bioprospectors voor de ene inheemse onderhandelingspartner ten koste van een andere, kan de inheemse gezagsstructuren danig verzwakken, of zelfs vernietigen. Zo leidden beschuldigingen van corruptie binnen de Aguarana- en Huambiasa-gemeenschappen in noord-Peru ertoe dat op dit moment een aantal organisaties tegelijkertijd claimt deze volken te vertegenwoordigen. Als één van hen een deal sluit met een biotech-multinational als Monsanto zal dat een groot effect hebben op de lokale machtsstructuur. Het zal zeer waarschijnlijk leiden tot een scheuring binnen de gemeenschappen omdat sommige organisaties zich volledig keren tegen het uitverkopen van de medicinale kennis van de gemeenschap aan een multinational.
Veel inheemse volken beschouwen alle vormen van bioprospectie binnen hun gemeenschappen als een schending van hun rechten. Maar dat betekent niet altijd dat ze per definitie de studie naar medicinale planten en het gebruik dat inheemse volken ervan maken afkeuren. De wereld heeft voortdurend behoefte aan nieuwe medicijnen. Wat er verkeerd is, is dat het wegnemen en octrooieren van genetische bronnen van inheemse volken gebeurt zonder hun genformeerde toestemming, en zonder eerlijke deelname in de winsten. Inheemse volken zouden het recht moeten krijgen om geen medewerking te verlenen aan onderzoek binnen hun gemeenschappen, aan het wegnemen van genetisch materiaal en aan het octrooieren en vercommercialiseren van hun medicinale planten en kennis.
Als alternatief voor het westerse systeem van intellectuele eigendomsrechten, die privé-rechten zijn en geen gemeenschapsrechten, wordt wel gesproken van rechten op traditionele bronnen ('Traditional Resource Rights'). 'Traditionele hulpbronnen' zijn planten, dieren en andere materile objecten met sacrale, ceremoniële, voorouderlijke of esthetische kwaliteiten. De sleutel tot het behoud van biodiversiteit is in deze zienswijze het op zo'n manier in kaart brengen van kennis, dat de lokale bevolking de uiteindelijke controle behoudt en een stem heeft in het bepalen van de voorwaarden waaronder die kennis met anderen kan worden gedeeld of geruild.



Aanklacht 3
Het recht op vrije meningsuiting kan nooit als vrijbrief gelden om inbreuk te maken op de culturele en spirituele integriteit van inheemse volken.

Niet alleen het genetisch materiaal van inheemse volken en hun kennis over planten is van waarde - en dus, om met de dichter Lucebert te spreken, 'weerloos' -, ook op hun spirituele erfgoed wordt dankbaar gejaagd. In een tijd van grote geestelijke armoede in de moderne westerse cultuur, bieden religies van 'oervolken' een ongekende aantrekkingskracht. Inheemse spiritualiteit is in.
Begin jaren negentig beweerde een Amerikaanse vrouw dat een onbekende Aboriginal-stam haar had uitgenodigd voor een honderden kilometers lange voettocht door de Australische woestijn, om haar vervolgens in te wijden in de stamgeheimen. Het Echte Volk, zo noemde de stam zich, had besloten de aarde te verlaten vanwege alle vervuiling en ellende die de blanken teweeg hadden gebracht. Voor dat ze vrijwillig zouden uitsterven wilden ze de wereld nog een laatste waarschuwing meegeven dat het einde der tijden nabij was. De arts Marlo Morgan, voormalig mededinger naar de status van miss America, was uitverkoren om aan de rest van de wereld die jobstijding mede te delen. Haar te boek gestelde relaas van de tocht, Mutant Message Down Under ('Australië op blote voeten'), stond 28 weken op de bestsellerlijst van de New York Times. In Nederland was het in 1996, op de Nieuwe Woordenlijst Nederlandse Taal na, het best verkochte boek in de categorie non-fictie.
De publicatie van en de publiciteit rond het boek gaven aanleiding tot heftige en geëmotioneerde reacties onder de Australische Aborigines. Niemand bleek ooit van het Echte Volk te hebben gehoord. Maar kwalijker dan het feit dat de tocht waarschijnlijk uit Morgans duim is gezogen, vonden ze het feit dat ze allerlei aspecten van heilige ceremonies openbaar en banaal maakt. A.M. Mansell, een woordvoerder van de Oyster Bay Tribe, verwoordt krachtig de gevoelens. Hij is van oordeel dat het boek zo'n belediging vormt van de culturele integriteit van alle inheemse volken van Australië, dat hij niet alleen een openbaar excuus van de auteur eist, maar ook bepleit dat de hele oplage van haar boek uit de winkels wordt verwijderd en verbrand. Een nieuwe fatwa, die nu niet Salman Rushdie, maar Marlo Morgan treft?
Sleutelfiguur in de campagne tegen Australië op blote voeten is de Aboriginal activist Robert Eggington. Hij ziet het boek als een vorm van toeëigening van zijn cultuur en als deel van de voortgaande genocide op zijn volk. 'Wij beschouwen dit als spirituele kolonisatie.' Om te protesteren tegen de verfilming van Morgans bestseller reisde Eggington in 1996 met een groep Aboriginal Ouderen naar de Verenigde Staten. Het jaar daarop toog hij naar Japan om daar een boekpromotietour van de gevierde auteur te doorkruisen.


_


Deelnemers

Alejandro Argumedo (aanklager stelling 1)
Alejandro Argumedo is directeur van Cultural Survival Canada en internationaal coördinator van het Indigenous Peoples' Biodiversity Network. Laatstgenoemde organisatie is een netwerk van inheemse volken uit alle delen van de wereld dat zich richt op bescherming van biologische en culturele kennis van inheemse volken. Argumedo is een K'echua-Indiaan uit Peru en gezaghebbend deskundige over kwesties aangaande het gebruik van inheemse kennis, 'biopiraterij', biodiversiteit en intellectuele eigendomsrechten.

Piet Bakker (tegenpleiter stelling 3)
Piet Bakker is politicoloog. Hij schreef over de jeugdliteratuur, mediageschiedenis en samen met Otto Scholten schreef hij De communicatiekaart van Nederland. Verder was hij redacteur van een boek over onthullingsjournalistiek en werkte hij tot 1989 als docent massacommunicatie aan de School voor journalistiek in Utrecht. Op dit moment werkt hij als universitair docent bij de vakgroep Communicatie-wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam.

Roel van Duijn (jurylid)
Roel van Duijn is publicist en Amsterdams gemeenteraadslid voor De Groenen.

Robert Eggington (aanklager stelling 3)
Robert Eggington is een Aborigine van het Nyoongar-volk in west-Australië. Als directeur is hij verbonden aan de Dumbartung Aboriginal Corporation, die zich richt op bescherming van de integriteit van de Aboriginal cultuur. In 1996 en 1997 maakte Eggington tezamen met Aboriginal-ouderen reizen naar de Verenigde Staten en Japan om te protesteren tegen de verfilming en grootscheepse promotie van het boek Mutant Message Down Under.

Jan Glastra van Loon (jurylid)
Jan Glastra van Loon is Eerste-Kamerlid voor D66.

Rob van der Meer (tegenpleiter stelling 1)
Rob van der Meer is vanaf 1992 directeur van stichting NIABA, de Nederlandse Industriële en Agrarische Biotechnologie Associatie. NIABA maakt zich sterk voor de communicatie en voorlichting over moderne biotechnologie en de producten ervan. Naast zijn functie bij NIABA is Van der Meer lid van het bestuur van de ESBNA (European Secretariat National Biotechnology Associations). Hij was organisator en secretaris-generaal van EuropaBio '97, het eerste internationale Europese bio-industriecongres, dat in juni 1997 in Amsterdam plaatsvond. In Nederland heeft hij zich als voortrekker opgeworpen om hier een 'biotechnologisch klimaat' van de grond te krijgen.

Hans Raven (tegenpleiter stelling 2)
Hans Raven is plaatsvervangend raadsheer van het gerechtshof 's Gravenhage en voorzitter van het Intellectual Property Committee, een van de commissies die ondersteuning biedt aan de Nederlandse Industriële en Agrarische Biotechnologie Associatie (NIABA). Deze commissie houdt zich bezig met zaken die met octrooi- en kwekersrechten te maken hebben.

Lydia Rood (jurylid)
Lydia Rood is schrijfster en journaliste. Zij publiceerde romans, kinderboeken, thrillers en erotische verhalen.

Kees Schaepman (dagvoorzitter)
Kees Schaepman is redacteur van het opinieweekblad Vrij Nederland.

Vandana Shiva (aanklager stelling 2)
Vandana Shiva is fysicus en wetenschapsfilosoof. Ze speelde een sleutelrol in de zogeheten Chipko-beweging die vooral in de jaren '70 en '80 actief was op de hellingen van het Himalaya-gebergte. Door bomen met eigen lijf te omhelzen probeerden de Chipko-vrouwen verdere houtkap te voorkomen. Shiva is oprichtster en directeur van de Research Foundation for Science, Technology and Natural Resource Policy in New Delhi. De laatste jaren verwierf ze internationale bekendheid als een van de best bespraakte milieuactivisten uit het Zuiden. Vandana Shiva is milieu- en wetenschapsadviseur van het Third World Network en het Asia Pacific People's Network. In 1993 verwierf ze de alternatieve Nobelprijs, The Right Livelihood Award. Van Shiva's hand verschenen verscheidene boeken, waaronder in 1997 het boek 'Biopiracy, The Plunder of Nature and Knowledge'.

Michaël Zeeman (jurylid)
Michaël Zeeman is redacteur van 'Cicero', de boekenbijlage van de Volkskrant. Tevens presenteert hij op televisie het VPRO-programma 'Zeeman met boeken'.

Openingswoord



Jan van Boeckel:
Namens het Nederlands Centrum voor Inheemse Volken heet ik u allemaal hartelijk welkom. Vandaag houden we hier het fictieve proces Is er dan niets meer heilig?, waarbij de wereldwijde jacht op het erfgoed van inheemse volken, in al haar facetten, aan de orde is.
We bevinden ons in de Koningszaal van de dierentuin Artis. Natura Artis Magistra, staat er op de gevel: De Natuur is de Leermeesteres van de Kunst. Op welke manier is de natuur onze leermeester? Een vertegenwoordiger van een inheems volk zal die vraag waarschijnlijk fundamenteel anders beantwoorden dan een westerse wetenschapper.
Drie eeuwen geleden zei de Britse filosoof Sir Francis Bacon, dat de natuur op de pijnbank moest worden gelegd, om haar te dwingen haar geheimen prijs te geven. Volgens dat devies gaan we nog steeds te werk: steeds dieper dringen we door in de geheimen van het leven, in het erfelijk materiaal. En op de stukjes DNA, die langzaam maar zeker in kaart worden gebracht, vragen we octrooi aan.
Inheemse volken staan met de rug tegen de muur. Nadat ze hun grond, hun bos, hun landrechten, hun recht op zelfbeschikking zijn kwijtgeraakt, moeten ze zich teweer stellen tegen wat zij zien als een bedreiging van de heiligheid van de Schepping: de jacht op hun van generatie op generatie overgeleverde kennis, de jacht op hun genetisch materiaal, en de diefstal van wat hun het meest dierbaar is: hun spiritualiteit.
Het NCIV hoopt dat er vandaag een fundamenteel en eerlijk debat zal worden gevoerd. Het is aan de jury, en aan u, als publiek, om uiteindelijk een oordeel te vellen over het j'accuse dat inheemse volken richten aan het Westen.
Voordat dagvoorzitter Kees Schaepman de microfoon van mij overneemt wil ik nog een woord van dank richten. In de eerste plaats aan de gasten uit het buitenland, die van ver zijn gereisd om hier aanwezig te zijn: Alejandro Argumedo, Robert Eggington, Paul Sampi, en Vandana Shiva, die ongeveer op dit moment op Schiphol landt. Dank ook aan de mensen die met hen in debat zullen treden - Rob van der Meer, Hans Raven en Piet Bakker - en aan de leden van de jury: Lydia Rood, Jan Glastra van Loon, Michaël Zeeman, en Roel van Duijn.
Tenslotte dank aan de sponsors van deze manifestatie: de NCDO, HIVOS, de Europese Unie, ICCO, het Nederlands comité voor IUCN, de Haëlla Stichting, Stichting WeteN en tot slot het Saami Parlement in Noorwegen.
Ik wens u een aangename en boeiende dag.

Aanklacht 1: 'Patent op Leven'


“HET VERZAMELEN EN OCTROOIEREN VAN GENETISCH MATERIAAL VAN INHEEMSE VOLKEN IS EEN INBREUK OP HUN RECHT OP ZELFBESCHIKKING EN DRUIST VOLLEDIG IN TEGEN DE MENSELIJKE WAARDIGHEID.”

Inheemse volken leven vaak in verre uithoeken van de wereld. Juist om die reden zijn ze nu doelwit geworden van een geruchtmakend onderzoek. Wetenschappers gaan op zoek naar menselijk genetisch materiaal. Dat verzamelen ze onder meer door het aftappen van bloed. Soms ontdekken ze zulke unieke genetische eigenschappen dat ze er octrooi op aanvragen. Onder inheemse volken heerst grote verontwaardiging over wat zij het 'vampierproject' noemen.


Alejandro Argumedo:
[Alejandro Argumedo groet het publiek eerst in het K'echua, zijn moedertaal.] Goedemorgen iedereen. Ik groet u namens mijn volk, mijn bergen, de winden die er heersen en namens allen die mijn land bewonen. Ik moet eerlijk bekennen dat ik een beetje nerveus ben. Het is voor mij de eerste keer dat ik tegenover een jury zit. Ik heb in het verleden niets verkeerds gedaan, dus daarom ben ik wat nerveus. Ik ben hier gekomen om mijn verhaal te vertellen, om vanuit mijn hart te spreken. Omdat dat de taal is die ik ken, en omdat dat de taal en de kennis is waarin ik geloof. Ik zeg dit, omdat ik denk dat de kwestie waar we vandaag mee worden geconfronteerd weinig te maken heeft met pure, feitelijke wetenschap. Ik denk dat zij te maken heeft met menselijke waardigheid; het heeft te maken met waardensystemen, met hoe we de toekomst van de wereld zien. We weten wat de wetenschap - de wetenschap waarvan we denken dat die de enige in de wereld is - de laatste honderd jaar met ons heeft gedaan. Kijk maar naar de rivieren, de bossen, de steden, het voedsel dat jullie eten, de medicijnen die jullie innemen als jullie ziek zijn, en jullie zullen je realiseren dat niet alles zo mooi is als het er uit ziet.
Ik zal uit naam van mijn netwerk spreken. Dat is een netwerk van inheemse organisaties die zich bezighouden met biodiversiteitskwesties. Wetenschappers vertellen ons dat biodiversiteit de levensvatbaarheid weerspiegelt van ecosystemen, soorten en genen. Maar wij spreken liever van 'het land'. Dit omvat de mensen en al de levende wezens en die zijn hetzelfde als wij. Men heeft ons verteld dat de mens de optimale uiting van het leven is, maar dat geloven wij niet. Wij zijn maar een onderdeel van de mooie wezens die op de aarde bestaan. Ik zal dus de vrijheid nemen om namens het netwerk te spreken en misschien namens de meer dan 3500 inheemse volken die op de aarde wonen en die meer dan 4000 talen spreken. Op de wereld leven ongeveer 5000 verschillende volken. Hiervan zijn er 3500 inheems. Zij wonen in al de ecosystemen van de wereld, van tropisch regenwoud tot kustgebieden, van woestijnen tot berggebieden, van het arctisch tot het subarctisch gebied. Wij leven in die gebieden op een manier waarvan velen van u zullen denken dat zij ongezond of ongepast is, maar wij moeten ons aanpassen aan de verschillende omstandigheden in die gebieden. Door dat proces hebben we geleerd dat de rest van de levenselementen eveneens van belang zijn. In harmonie leven met Moeder Aarde, met de omgeving, is iets dat ons wereldwijd bindt. Het leven is heilig. Want als je iets vernietigt, zal datgene jou vernietigen. We hebben geleerd om het leven te behandelen zoals het is, als iets heiligs.
Gedurende dat proces hebben we kennis gemaakt met verschillende wetenschappen. Er bestaat niet louter één vorm van wetenschap op deze wereld. Er zijn zoveel manieren om oplossingen voor problemen te zoeken. Het hangt van je woonplaats af en van wat je doet. Je kunt een andere visie op de wereld hebben; in onze kennissystemen hebben we een andere epistemologische basis, andere manieren om kennis te vergaren. Er is er niet uitsluitend één manier, namelijk die waarvan we geneigd zijn te denken dat dat de enige vorm van wetenschap is. Ons geloof, onze geschiedenis, onze tradities, onze scheppingsverhalen zijn evenveel waard als de wetenschap die ons leert dat er één Schepping is, één manier om tegen het evolutieproces aan te kijken.
Hetzelfde geldt voor de manier waarop we zijn georganiseerd. Onze rechterlijke systemen zijn een uiting van onze cultuur, van onze sociale verhoudingen. We hebben onze eigen rechterlijke systemen - het zogenoemde 'gewoonterecht' -, waarmee we regels stellen aan hoe we met elkaar omgaan. Zij zijn totaal verschillend van de moderne rechterlijke systemen die in het grootste deel van de wereld gelden.
Op dit moment worden deze systemen, deze vormen van regelgeving, door krachten van buiten teniet gedaan. Het is een gevaar voor ons geworden om te leven in gebieden waar het leven zo anders is. Ik wil u vragen of u zich de wereldkaart eens voor de geest wilt halen. Als u daarop de onaangetaste bosgebieden, kustgebieden en bergen aanwijst, zult u zien dat deze zogenaamde 'hot spots' van de biodiversiteit, die een geweldige hoeveelheid en diversiteit aan levensvormen herbergen, in feite onze moederlanden zijn. De meeste tropische regenwouden worden door ons bewoond. En in de meeste van de kustgebieden, die op dit moment nog niet zijn aangetast, leven wij ook. Hetzelfde geldt voor de meeste van de berg-ecosystemen die nog niet zijn vernietigd door mijnbouw, houtkap en oliewinning: zij worden door ons bewoond. Wij hebben een koloniale geschiedenis die nog steeds doorgaat, alhoewel de geschiedenisboeken ons leren dat het kolonialisme van de aardbodem is verdwenen. De meesten van ons hebben geen rechten in eigen land, of in wat eigenlijk ons eigen land zou moeten zijn. We worden niet als volk erkend, we mogen niet onze eigen taal spreken, en het is ons niet toegestaan om onderwijs te volgen dat naar onze eigen inzichten is ingericht. Maar we zijn er nog steeds!
De laatste tijd is de waarde van onze gebieden in het middelpunt van de belangstelling komen te staan. Die aandacht komt voort uit nieuwe ontwikkelingen in de wetenschap en technologie, en dan voornamelijk in de biotechnologie. Ons land is het domein geworden voor een nieuwe golf van kolonialisme. Een elder vertelde me dat ze eerst kwamen voor het eten, voor de dieren, en die hebben ze allemaal gedood. Toen kwamen ze terug voor de bomen en ontdeden ze al het land van zijn bedekking. Later waren ze weer terug, deze keer voor de stenen en de mineralen. Ze namen het land in bezit en namen alles mee. En nu zijn ze terug en willen ze onze lichamen, ze willen onze genen.
Hierover wil ik nu praten, omdat ik deze nieuwe golf van agressie tegen ons beschouw als de ultieme inbreuk op de menselijke privacy. Het is de ultieme vorm van exploitatie van mensen. Het is te beschouwen als een hedendaagse vorm van slavernij, en misschien zelfs als een vorm van kannibalisme. Wat er nu gaande is, is dat er een groot aantal onderzoekers op ons afkomt, vooral van bedrijven, maar ook van universiteiten en onderzoeksinstituten. Ze realiseren zich op de een of andere manier dat het feit, dat wij zo geïsoleerd leven, voor hen 'big business' kan betekenen. Ons geïsoleerd-zijn zou een stroom aan interessante informatie kunnen opleveren die weer commercieel kan worden gebruikt. Kijk maar naar projecten zoals het Human Genome Diversity Project en naar het verzamelen van genetisch materiaal over de hele wereld door het Amerikaanse leger: ons bloed wordt van ons afgenomen, onze haren worden meegenomen en ergens opgeslagen, meestal in het Noorden, voor studies waarvan wordt verondersteld dat ze de hele mensheid tot voordeel strekken. Maar het materiaal wordt juist geprivatiseerd. Om die reden zijn systemen zoals de GATT in het leven geroepen, waarin, ten behoeve van de handel, overeenkomsten met betrekking tot intellectueel eigendomsrecht zijn opgenomen. Een octrooi staat je toe om een door jou geïdentificeerd gen of stukje DNA, dat waardevol is of kan zijn, te patenteren en te bezitten. Daarom is het een hedendaagse vorm van slavernij. Volken zoals wij geloven in de heiligheid van het leven. Datgene wat we van binnen dragen behoort ons niet toe. Het behoort toe aan ons erfgoed, dat een voortgang van het leven is en niet kan worden geprivatiseerd of in bezit genomen. Het kleinste deel van mijn lichaam is nog steeds mijn lichaam. Het wordt geen op zichzelf staand micro-organisme louter omdat het uit mijn lichaam is genomen. De inbreuk op ethische waarden, zelfs binnen de christelijke traditie, is iets waar men over na zou moeten denken. Hoe willen we dat de toekomst er uit ziet voor onze kinderen? Willen we een samenleving waarin mensen andere mensen kunnen bezitten? Op dit moment lijkt het klonen van mensen mogelijk. Als je het octrooieren van genen accepteert, wat is dan het verschil met het octrooieren van een mens in zijn geheel? Het is alleen nog maar een kwestie van tijd.
In het begin van deze eeuw dachten mensen dat het niet mogelijk zou zijn om zaden te octrooieren. Hoe kon iemand een plantensoort bezitten? Nu kun je een boom patenteren, zoals in het geval van de Neem-boom in India. Of je kunt een medicinale plantensoort octrooieren - zoals dat het geval is met de Ayahuasca uit het Amazonegebied - zonder dat je daarbij rekening houdt met de betekenis die die soort voor mensen heeft. De Ayahuasca is een heilige plant, een plant met een religieuze betekenis. Zij is een symbool van hoe de mens zich verstaat tot de wereld. Nu zijn zij het privébezit van iemand in de Verenigde Staten.
Bedankt voor uw aandacht.

Rob van der Meer:
Dames en heren: het toeëigenen van genetisch erfgoed van inheemse volken, daar gaat het hier over. Toeëigening van het genetisch erfgoed is nooit goed. Genetisch erfgoed van de mens kan je je niet toeëigenen. Dus laten we daar duidelijk over zijn. Dit is een probleem dat niet alleen voor inheemse volken geldt. Het is een probleem dat mondiaal speelt en dat mondiaal goed in normen, regels en waarden moest worden vastgelegd. Genetisch erfgoed van mensen, maar ook van dieren, planten, is ontzettend belangrijk omdat het de wetenschap vooruit helpt als het kan worden bestudeerd. En het is ook ontzettend belangrijk omdat er nieuwe geneesmiddelen mee kunnen worden ontwikkeld: tegen erfelijke ziekten, maar ook tegen ziekten die niet meteen erfelijk worden geacht maar daar misschien toch iets mee te maken hebben.
Waarom is dit dan toch zo'n belangrijk probleem? Wie ontwikkelen geneesmiddelen, nieuwe geneesmiddelen? Is dat de overheid? Het antwoord daarop is maar zeer ten dele: Ja. Een héél klein gedeelte van de geneesmiddelen die op de markt komen is door de overheid ontwikkeld. Vaccins zijn daar een voorbeeld van. Althans in Nederland. Het overgrote deel van de nieuwe geneesmiddelen wordt door de industrie ontwikkeld. Daar hebben wij met zijn allen hier in de westerse wereld voor gekozen. De farmaceutische industrie ontwikkelt geneesmiddelen. En het spanningsveld tussen de industrie en overheid is bijvoorbeeld dat de overheid heel sterk druk uitoefent op de farmaceutische industrie om die geneesmiddelen tegen redelijke prijzen ter beschikking te stellen. Dat is een goede zaak waar iedereen achter kan staan.
Nu ligt er toch dat spanningsveld van genetisch materiaal dat wordt gebruikt voor de ontwikkeling van geneesmiddelen; die geneesmiddelen worden voor het grootste gedeelte door de farmaceutische industrie ontwikkeld. Dat betekent dus dat dat genetisch materiaal ook beschikbaar moet zijn voor de industrie om daarmee verder te kunnen. Hoe regel je dat nou? Hoe organiseer je nu dat dat binnen de normen en waarden die in onze ontwikkelde maatschappij gelden mondiaal goed wordt geregeld? Dat is de basisvraag. Het toeëigenen van genetisch erfgoed, humaan genetisch erfgoed, voor wat voor reden dan ook, is niet iets dat kan worden goed gepraat. Dus je zult ervoor moeten zorgen dat er geneesmiddelen op de markt kunnen komen terwijl dat toeëigeningsprobleem op een goede manier wordt opgelost. Dáár praten wij over. En daarbij is, heel specifiek, ook het natuurlijk genetisch erfgoed van inheemse volken aan de orde.
De stelling waarover ik het moet hebben is heel ingewikkeld. Om die reden heb ik hem geanalyseerd in vijf verschillende punten: a) het verzamelen van humaan genetisch materiaal; b) het patenteren; c) hoe staat het nu met inheemse volken?; d) hoe staat het met het zelfbeschikkingsrecht?; en e) hoe staat het met de menselijke waardigheid?
Wat is de huidige situatie met betrekking tot het verzamelen van humaan genetisch materiaal? Het wordt een van de belangrijkste hoekstenen gevonden van het medische en het gezondheidsonderzoek in de wereld. Het verzamelen van humaan genetisch materiaal - hier in het Westen, in het Oosten, bij inheemse volkeren - wordt systematisch en structureel uitgevoerd in alle medische centra in de wereld. En het is essentieel voor de voortgang van het medische onderzoek en voor de verbetering van de gezondheidszorg. Als zodanig is het een in onze maatschappij volledig geaccepteerd gebeuren. Dat betekent niet dat het allemaal maar vrij gebeurt, dat het allemaal maar in het wilde weg gebeurt. Nee, het is onder hele zorgvuldige regelgeving geplaatst.
Nog even over de nieuwste ontwikkeling. Dat is het HUGO-project. Dat is niet - denkt u daar wel om - het Human Genome Diversity Project, dat u in uw materiaal voor deze dag ook beschreven heeft gezien. Het HUGO-project is het 'sequence-en', het bepalen van de volgorde van de baseparen in het humane genoom. Dat is een mondiale activiteit waar duizenden onderzoekers aan meedoen. Het is een volledig ontwikkeld, door-bediscussieerd project geweest waar heel zorgvuldig mee wordt omgegaan. Men verwachtte dat de basepaar-volgorde van het humane genoom rond 2000 bekend is. Echter, zo'n telefoonboek vol met baseparen - achter elkaar weliswaar - is slechts het begin. Het is trouwens niet één telefoonboek; het zijn er een heleboel. Als die basepaarvolgorde bekend is moet er natuurlijk vooral worden gekeken naar de functies van die volgorde. En dat is een nieuwe fase van dat HUGO-project: dat er moet worden gekeken naar wat de genen in dat humane genoom voor functies en activiteit hebben.
Nu over het octrooieren - of patenteren, dat is hetzelfde - van humaan genetisch materiaal. Het eerste punt - en dat moet u goed onthouden - is dat humaan genetisch materiaal als zodanig in Europa niet kan worden gepatenteerd of geoctrooieerd. Je kunt dus niet in Europa, in Nederland, een gen van een mens naar het octrooibureau brengen en zeggen: 'Hier wil ik een octrooi op. Ik heb het als eerste gevonden.' Dat kan dus niet. Wat kan wèl worden geoctrooieerd? Een uitvinding kan worden geoctrooieerd. Een uitvinding is een nieuwe ontwikkeling die inventief is, waar uitvinderswerkzaamheid achter zit en die nuttig toepasbaar is. Dat kun je octrooieren. En je kunt natuurlijk met genetisch materiaal van mensen, of van andere oorsprong, uitvindingen doen. En in dat geval kan, voor díe toepassing, dat genetische materiaal onder de reikwijdte van zo'n octrooi vallen. Een octrooi dat je dan voor de uitvinding hebt gekregen. En wat doet een octrooi? Een octrooi houdt anderen tegen om voor hun eigenbelang van zo'n uitvinding commercieel gebruik te maken.
Wat doet een octrooi níet? Een octrooi geeft géén eigendomsrecht op materialen. Denk daar wel om. Dus met een octrooi heb je geen eigendom van iets. Je hebt alleen maar een bevestiging dat jíj de uitvinder bent van die uitvinding. Je hebt de bevestiging dat het intellectuele eigendom van die uitvinding van jou is. Jíj bent de uitvinder.
Nu over onethische uitvindingen, want er is een stuk regelgeving dat hier omheen zit wat u toch even moet weten. Onethische uitvindingen, dus uitvindingen die in strijd zijn met de goede zeden of de openbare orde, kunnen niet worden geoctrooieerd. Die zouden immers tot onethische activiteiten leiden en daar leent men zich niet voor. Je krijgt daar dus géén octrooi voor. Als je bij een onethische uitvinding humaan genetisch materiaal als uitgangspunt zou hebben gebruikt, krijg je dus ook geen octrooi. En dat geldt óók als dat genetisch materiaal van inheemse volken afkomstig is.
Waarom kijkt men graag naar het genetisch materiaal van inheemse volken? Het is ten eerste ontzettend belangrijk als referentie bij wetenschappelijk humaan genetisch onderzoek. Voor de volgende fase van dat HUGO-project - bestudering van de functies van humane genen - is het ontzettend belangrijk als referentiemateriaal. Octrooiering en patentering van materiaal van inheemse volken is als zodanig niet mogelijk. Je kunt dus niet een gen van een inheems volk meenemen en hier een octrooi daarop krijgen. Wat kan je wel krijgen? Je kunt als je met dat materiaal een uitvinding doet - dus een uitvinding waar je als uitvinder intellectuele arbeid in hebt gestopt die nieuw is en die toepasbaar is - een octrooi krijgen op die uitvinding. En dat octrooi kan doorwerken op het genetisch materiaal, dus ook op genetisch materiaal dat van dat inheemse volk afkomstig is.
Zelfbeschikkingsrecht. Ik heb daar wat over nagedacht. Ja, toch wel, dat doen wij bij de industrie ook wel eens. Een heel duidelijk punt is daarover te maken. Wij zien dat in onze maatschappij als een enorm belangrijk goed en als het zelfbeschikkingsrecht in het geding is dan vinden wij dat al gauw een onrecht. Daarin zijn de meningen echt heel erg parallel in onze wereld. Verzamelen van genetisch materiaal van humane of andere oorsprong heeft geen invloed op het zelfbeschikkingsrecht van een persoon. Hij wordt er niets zelfbeschikkender of minder zelfbeschikkender van. En dat geldt ook voor die gemeenschap en dat geldt ook voor een volk. Het patenteren van uitvindingen die zijn gedaan met genetisch materiaal van een persoon heeft geen invloed op het zelfbeschikkingsrecht van die persoon. Hij wordt er niets anders van. En dat geldt ook voor de gemeenschap of het volk waar hij of zij deel van uitmaakt.
Nu de menselijke waardigheid. In mijn inleiding heb ik al gezegd dat dat ontzettend belangrijk is en dat dat een discussie is die in onze westerse wereld evengoed wordt gevoerd en is gevoerd. En ik hoop dat ik u er een klein beetje idee van heb gegeven dat het verzamelen en bestuderen van humaan genetisch materiaal in onze maatschappij omgeven is met zorgvuldige ethische waarborgen. Je kunt dat soort dingen niet zorgvuldig genoeg doen. Patenteren wordt eveneens omgeven met zorgvuldige ethische waarborgen. Wij zijn in Europa nu negen jaar in discussie over de wetgeving rond het octrooieren van biotechnologische uitvindingen. En een heel belangrijk gedeelte van die discussie gaat over de ethische waarborg.

Stem uit het publiek:
Dat is niet waar, het gaat over poen!


Rob van der Meer:
Ja, dat is een heel simpele reactie. Dat ben ik geheel met u eens. Uiteindelijk komt er natuurlijk altijd geld aan de orde. Dat is waar. Want zonder geld draait deze wereld niet. Ik denk ook dat u geld krijgt om te kunnen leven hier.
Het verzamelen en patenteren van humaan genetisch materiaal is in onze maatschappij zeer gebruikelijk. Door de ethische waarborgen die er in onze maatschappij gelden, en die zijn de afgelopen tientallen jaren ontwikkeld, is dat niet in strijd met de menselijke waardigheid. Wat wij vinden is dat de ethische waarborgen die in onze maatschappij gelden een algemeen karakter hebben en mondiaal moeten worden gehanteerd. En wij vinden dus dat zij ook in de situatie van inheemse volken moeten gelden. Dank u wel.


Vragen van de jury


Michaël Zeeman:
Ik wilde, louter om informatieve redenen, aan de heer Van der Meer iets vragen. Het eerste is een oppervlakkige, technische vraag. Hoe gaat het verzamelen van dat genetisch materiaal in zijn werk? Welke onderdelen van mensen hebben wij nodig om voldoende informatie te hebben? Ik bedoel: Is een afgekloven nagel, een uitgevallen haar voldoende, of moeten er vitale onderdelen worden verwijderd? En de tweede vraag is: Ik begrijp uit de eerste opmerkingen uit uw betoog, en de eerste sheets die daarbij werden vertoond, dat er een enorm belang wordt toegekend aan het onderzoek. Uit andere bronnen dan deze weet ik daar wel iets van af, maar zou u een antwoord kunnen geven op de vraag in hoeverre dat belang een zuiver wetenschappelijk belang is? Ik zal maar zeggen: de behoefte om dat grote telefoonboek van de menselijke genetische codes te voltooien, omdat het aangenaam is dat in kaart te brengen. In hoeverre is dat zeer sterk direct gericht op vragen die uit de geneeskunde voortkomen?

Rob van der Meer:
Wat betreft het materiaal dat nodig is om genetisch onderzoek te kunnen uitvoeren, dat is vaak heel erg weinig. Als het DNA kan worden geïsoleerd, dan kan dat volstaan; daar heb je maar een heel klein beetje van nodig. Dus inderdaad: een paar haren, een klein beetje bloed, wat materiaal uit speeksel of zo, zou voldoende zijn. In de westerse wereld, in de medische centra, wordt natuurlijk ook ontzettend veel materiaal verzameld, bijvoorbeeld bij kankeroperaties. Dat wordt verzameld om uit te zoeken of aan die kanker iets te doen valt. Een paar van die cellen kunnen ook worden geanalyseerd.

Michaël Zeeman:
En wordt dat in die centra met toestemming van de betrokkenen gedaan of wordt dat in routinematig onderzoek gedaan, zoals ook andere gegevens - onze lengte, ons lichaamsgewicht en dergelijke - gewoon worden geregistreerd voor de statistiek?

Rob van der Meer:
Het medische onderzoek dat plaatsvindt en het materiaal dat daarbij wordt gebruikt, wordt gebruikt zonder dat daarover elke keer een contract met de desbetreffende patiënt wordt getekend. Dat betekent dat er heel zorgvuldig mee moet worden omgesprongen, wil men daar vervolgens mee verder kunnen gaan, volgens de normen die in onze samenleving worden geaccepteerd.
Het wetenschappelijke belang van het genetisch onderzoek is gigantisch groot. Het brengt de wetenschap verder. Wat dat betreft is het een van de belangrijkste prioriteiten van onderzoeksactiviteiten die door de overheid worden gefinancierd. Daar komen weer mogelijkheden uit voort om tot ontwikkeling van geneesmiddelen te komen. Het bedrijfsleven is de eerst verantwoordelijke om dat soort zaken op te pikken. Dat hebben wij in onze maatschappij zo afgesproken. De overheid investeert niet die miljarden in het ontwikkelen van nieuwe geneesmiddelen - dat doet het bedrijfsleven. Achter de prioriteiten die de overheid stelt, die wij dus met z'n allen als maatschappij stellen, komt dus het bedrijfsleven dat in feite de mogelijkheden om tot nieuwe geneesmiddelen te komen weer op moet pakken. En daarvan denk ik dat wij dat in onze maatschappij goed hebben afgesproken.

Alejandro Argumedo:
Ik wil even een opmerking maken. Wij hebben een onderzoek gedaan naar de wetten en bepalingen die in internationaal verband de toegang regelen tot bepaalde gebieden. Op dit moment bestaat er nergens ter wereld een adequate regeling. Een duidelijk voorbeeld daarvan is het feit dat het Amerikaanse leger over de hele wereld genetisch materiaal verzamelt van wat het noemt 'geïsoleerde bevolkingsgroepen'. Interessant hierbij is dat deze materialen onder het beheer vallen van het bedrijf SAIC, waarvan een aantal bestuursleden banden heeft met de CIA en de National Defence Council. Dus op die manier heb je genetisch materiaal dat afkomstig is uit het bestand van het Amerikaanse leger maar ook van een publieke instelling als de National Institutes of Health, en zij wisselen onderling uit. Er is geen enkele wetgeving die zegt: je kunt dit alleen gebruiken voor dit type onderzoek, of: dit is de manier waarop je het moet doen. Men verschaft zich gewoon toegang tot die materialen, of het nu voor de industrie is of voor het leger. En met het recente nieuws over de mogelijkheid van het ontwikkelen van biologische wapens, op basis van genetisch materiaal, die speciaal zouden kunnen worden ingezet om specifieke volken te doden, kunt u zich wel voorstellen wat er kan gebeuren. We kennen de geschiedenis van de kolonisatie. We weten hoe de meeste van onze volken met dit soort middelen hun land is ontnomen. En we weten dat er gekken rondlopen die erop uit zijn allerlei soorten volken te laten verdwijnen. Bij gebrek aan een beleid en aan regelgeving is het onmogelijk om op dit moment te zeggen dat je op een veilige manier een verzameling genetisch materiaal kunt aanleggen uit naam van het heil der mensheid.

Jan Glastra van Loon:
Ik heb een heel ander soort vraag. De heer Van der Meer heeft steeds verwezen naar ethische maatstaven zoals die in onze westerse samenleving gelden. Die zouden universeel moeten gelden. Mijn vraag is: hoe reageert u wanneer de mensen vanuit een andere cultuur, en vanuit hùn sensitiviteiten, bezwaren hebben tegen datgene wat naar onze maatstaven volstrekt in orde is?

Rob van der Meer:
Dat is een hele lastige vraag, want je bent natuurlijk geneigd om te zeggen van: 'Nou, wat wij hier in onze maatschappij met elkaar hebben afgesproken, dat willen we wel graag exporteren, want wij denken dat het goed is, zoals wij het doen.' Dat probleem kun je oplossen door in dialoog te gaan en door goed te luisteren naar de ideeën en visies die in die andere culturen spelen. Ik denk dat dat proces ook heel nadrukkelijk moet plaatsvinden.
Men is nogal gepreoccupeerd met de eigen ethische normen en waarden omdat je nu eenmaal in die westerse samenleving woont, werkt en leeft. Maar het zou goed zijn dat je in de dialoog met andere samenlevingen zou proberen om normen en waarden te ontwikkelen waarmee iedereen gelukkig kan zijn. Ik denk dat dat dus zeker niet betekent dat wij zomaar de normen die hier gelden naar andere samenlevingen zouden willen of moeten exporteren. Maar het zal een punt van discussie blijven.
Het is in mijn visie zeker zo, dat men open staat voor dit soort dialogen. Uiteraard: waar men zich niet meldt, is het moeilijk om zelf uit te vinden waar de vragen liggen, dus is het heel goed dat er vanuit de inheemse volken dit soort vragen op tafel worden gelegd en dat gebeurt dus duidelijk.


Jan Glastra van Loon:
Vind er wel werkelijk een dialoog plaats tussen westerse culturen en inheemse volken?

Alejandro Argumedo:
Nou, de dialoog bestaat. Het niveau van de dialoog is een andere kwestie. Een ding dat we geneigd zijn te vergeten is de industriële marktwaarde. Er wordt ons verteld dat de medicijnen en goederen die men produceert aan iedereen ten goede komen. Maar laten we niet vergeten dat tachtig procent van de wereld voor zijn gezondheid nog steeds afhankelijk is van traditionele medicinale systemen en dat zestig procent van de wereld zich nog steeds bezig houdt met traditionele landbouwsystemen.
Een dialoog is zeer welkom. We staan open voor een dialoog, dat is onze traditie. Ondertussen gaat het verzamelen van genetisch materiaal nog steeds gewoon door zonder dat er effectieve controle op is of er vooraf sprake is van geïnformeerde toestemming van de betrokken mensen. Men gaat gewoon naar de gemeenschappen, koopt mensen om of liegt ronduit, en neemt dan vervolgens bloed- en haarmonsters af. Dit soort praktijken is gedocumenteerd.

Lydia Rood:
Ik denk dat de vooronderstellingen waar jullie van uit gaan zo ver uit elkaar liggen dat ik aan jullie allebei zou willen vragen om op het zelfde te reageren. Alejandro zei straks: 'Het leven is heilig.' Ik neem aan dat jullie - ik zal maar even zeggen de medische wetenschap en de farmaceutische industrie in het algemeen - van hetzelfde uitgaan. Maar de interpretatie die Alejandro er van geeft namens de inheemse volken, is dat je er niet aan mag komen. De westerse opvatting is dat je er juist in moet peuteren. Ik zou dus graag willen weten hoe jullie dàt in godsnaam ooit weten te verzoenen? Dan kun je praten tot je 'n ons weegt, maar het valt niet te verzoenen, geloof ik.

Rob van der Meer:
Dat vind ik dus ook. Het valt niet te verzoenen. De drive in onze westerse maatschappij om oplossingen te vinden voor ziekten is natuurlijk gigantisch groot en het is volledig logisch dat die plaatsvindt. Dat is de basis van het streven om toch tot geneesmiddelen te komen waarmee je verder komt. Daar kan het dus inderdaad zo zijn dat je met genetisch, humaan materiaal verder moet. Je kunt dan zeggen: 'je bent met het leven aan het peuteren'. Ik denk dat dat een wat simpele benadering is. Het is een zeer intensief stuk wetenschappelijk onderzoek dat daarbij plaatsvindt en ik denk dat het ontzettend belangrijk is dat het door kan blijven gaan. Daar hebben we in onze maatschappij nu eenmaal enorme behoefte aan en het aantal mensen dat hiervan profiteert neemt natuurlijk nog steeds alleen maar toe. We zijn nu met zes miljard mensen, over een x-aantal jaren zijn we met twaalf miljard en het aantal ziekten neemt in die tussenliggende periode echt niet af.


Vragen uit de zaal


vragensteller:
Ik heb een opmerking over wat wij hier in het Westen onder goede zeden verstaan en over hoe dat wordt geregeld. In het wettelijke voorstel dat de octrooiering regelt van planten, dieren en menselijke genen wordt in mijn ogen het begrip 'goede zeden' zeer beperkt. Ik vraag me af of u ook niet van mening bent dat wij tot nu toe hier in het Westen denken, dat 'sex met dieren' bijvoorbeeld niet onder de goede zeden valt. Onder deze richtlijn gaat dat wèl onder de goede zeden vallen. In de richtlijn wordt de term 'ethisch' verengd tot een heel nauw begrip, waarover wordt beslist door een commissie. 

Rob van der Meer:
Het is in een algemeen stuk wetgeving geregeld; het ligt, als ik het goed heb, zelfs dicht tegen de grondwet aan. Je mag geen activiteiten ondernemen die onethisch zijn of in strijd met de goede zeden. Als je naar de octrooiwetgeving kijkt van de afgelopen vijftig, zestig jaar, dan denk ik dat je kunt concluderen dat er eigenlijk nog nooit activiteiten zijn geweest die uiteindelijk, achteraf gezien, een loopje namen met die regel. Uw punt - van dat dat zeer beperkt wordt opgeschreven - daar ben ik het absoluut niet mee eens. Ik denk dat het in onze samenleving goed geregeld is. En als het niet goed geregeld zou zijn, zoals u stelt, dan waren er veel meer uitglijders geweest, de afgelopen veertig, vijftig jaar. En die zijn er gewoon niet geweest.

vragensteller:
Ik wou een opmerking maken over het betoog van de heer Van der Meer. U beweert dat onethische uitvindingen niet worden gepatenteerd. Maar ik denk dat we mogen veronderstellen dat er ook patenten zijn op de kernbom. We zouden eens kunnen kijken naar de manier waarop die bom is ontwikkeld: in het geheim door een groep wetenschappers die, volledig afgesloten van de rest van de samenleving, aan verschillende onderdelen werkte. Men ging ervan uit dat hun werk de mensheid ten goede zou komen.

Rob van der Meer:
Er zijn ongetwijfeld in de kernsplitsing octrooiactiviteiten geweest. Waar die wetenschap kan worden misbruikt, kan je als octrooiwetgever er weinig tegen doen. Je kunt wel de algemene wetgeving in een land gebruiken om daar heel veel tegen te doen en dat is tot nu toe ook steeds gebeurd.

Alejandro Argumedo:
Iedereen, zelfs de hoogste industriebazen, is het erover eens dat het patentensysteem oncontroleerbaar is. Een systeem, dat is ontwikkeld om uitvindingen of machines te belonen, wordt nu toegepast op menselijk genetisch materiaal. Het systeem van patenten in de vorm van TRIPs is een kopie van het Amerikaanse patentensysteem, waarin alles wat je wilt kan worden gepatenteerd.

vragensteller:
Ik wil graag het volgende opmerken. Het is belachelijk te stellen dat, omdat je weet hoe je moet vissen, je daarmee ook de forel hebt uitgevonden en exclusief het recht hebt op commerciële exploitatie.

andere vragensteller:
Ik wil u vragen, meneer Argumedo: u vertelde dat mensen onder valse voorwendselen onderzoek gaan doen bij inheemse volken. Kunt u mij uitleggen wat voor voorwendselen ze gebruiken?

Alejandro Argumedo:
Er zijn er veel. Er is een documentaire die een jaar geleden door een Britse regisseur in Colombia is opgenomen. In die film kun je zien hoe een team Colombiaanse dokters, vergezeld van onderzoekers van een Amerikaans farmaceutisch bedrijf, een zeer geïsoleerde gemeenschap in de Sierra Nevada de Santa Marta, in noord-Colombia, bezoekt. Ze vertellen de inheemse mensen dat ze een routine-onderzoek doen naar een ziekte die in dat gebied veel voorkomt. Ze bieden snoepgoed aan. De documentaire toont hoe de onderzoekers de monsters mee terugnemen naar hun bedrijfslaboratorium in Amerika en je hoort ze vertellen dat de inheemse mensen hun onderzoek niet begrijpen. Ze zeggen dat ze het hun gewoon niet uit kunnen leggen omdat deze mensen het toch niet vatten. Dit voorbeeld is de gangbare praktijk. Het is puur uit de lucht gegrepen dat er sprake zou zijn van voorafgaande goedkeuring door inheemse mensen.

vragensteller:
Mijnheer Van der Meer, wat zou er voor nodig zijn om internationaal geregeld te krijgen dat er gewoon overeenkomsten worden vastgelegd, gebaseerd op eerlijkheid, openheid en duidelijkheid, zodat er min of meer een soort contract wordt gemaakt en een belangenstrijd kan worden voorkomen?

Rob van der Meer:
Dat is een heel langdurig en moeizaam proces. Er is momenteel een dergelijke activiteit gaande op het punt van biosafety. We hebben in de westerse wereld, gemiddeld genomen, de biosafety behoorlijk goed geregeld en we zijn bezig ervoor te zorgen dat het ook in de ontwikkelende wereld goed wordt geregeld. Dat is een proces dat gewoon jaren duurt, voordat je met elkaar een overeenkomst hebt waarin al die normen en regels helder worden neergelegd. Daar is weinig aan te doen. De belangen lopen natuurlijk vaak sterk uiteen. Het is wel zo dat vanuit onze maatschappij de drive om het mondiaal goed te regelen heel nadrukkelijk aanwezig is. Men wil dat graag. Ik denk dat ik dat vanuit de grond van mijn hart kan zeggen. Men wil helemaal niet de situatie, dat wij 't in het Westen goed hebben geregeld en dat we daar in de andere landen lekker omheen kunnen gaan. Dat is nergens voor nodig, want uiteindelijk moet het hier de toets der kritiek kunnen doorstaan. Mondiale wetgeving is natuurlijk mooi, maar uiteindelijk komt die onderzoeker of het bedrijf dat bezig is geweest tòch terug op zijn thuisbasis en moet dan de toets der kritiek wéér kunnen doorstaan. We leven in een open, transparante maatschappij, dus die kritiek krijg je geheid over je heen, als je een scheve schaats zou hebben gereden in onze wereld. Dat is ook één van de redenen waarom we zeggen: we willen graag dat het zorgvuldig en goed is, maar het moet ook werkbaar zijn.

Alejandro Argumedo:
Het is waar dat er enige pogingen worden ondernomen om tot regelgeving te komen. Op dit moment wordt de UNESCO-verklaring opgesteld: De Verklaring met betrekking tot het Menselijk Genoom. Ik denk dat we het hierover hebben. Hierdoor wordt het menselijk genetisch materiaal gemeenschappelijk bezit van de gehele mensheid. Ik wil graag nog één ding zeggen. De jaarlijkse omzet van de farmaceutische markt over de hele wereld wordt geschat op ongeveer 197 miljard dollar. We hebben het dus niet alleen over 'het heil der mensheid'. Het gaat om een enorm geldbedrag.

vragensteller:
Ik wou een vraag aan de heer Van der Meer stellen. Alejandro heeft net verteld over hoe het in Colombia is gegaan; dat daar in inheemse gemeenschappen onderzoekers kwamen van het bedrijf Hoffman-La Roche. Zoals Alejandro vertelde hebben ze daar genetisch materiaal van die mensen meegenomen zonder hen te vertellen wat ze ermee gingen doen. Dat is, volgens wat ik net op de sheets gelezen heb, niet ethisch handelen. Bent u dat met mij eens?

Rob van der Meer:
Dan zou ik daar toch even beter naar moeten kijken. Als je voor wetenschappelijk onderzoek bezig bent om materiaal te verzamelen, dan denk ik dat dat helemaal niet onethisch is. Op het moment dat er commercieel met dat soort materiaal wordt omgesprongen, op het moment bijvoorbeeld dat er een octrooi wordt aangevraagd, moet u zich wel realiseren dat dit een volledig open en transparant proces is. Iedereen kan het zien, iedereen kan er zijn mening over geven en iedereen kan er oppositie tegen voeren. Denkt u daar wel om.

vragensteller:
Ik hoop dat ik in gesprek kan komen met Rob van der Meer. Het valt mij op dat zijn voornaam tot nu toe niet is genoemd. Dat hangt denk ik samen met de machtsverhoudingen in de wereld, maar dat is een heel ander verhaal. Alejandro is Alejandro, en de heer Van der Meer is de heer Van der Meer. Een beetje flauwe opmerking, maar dat wilde ik even kwijt. Het heeft denk ik ook een heleboel invloed op deze hele discussie. Ik heb van de heer Van der Meer begrepen dat we in een maatschappij leven die ik helemaal niet ken. Ik dacht even: van welke planeet kom ik nou eigenlijk? 'We hebben dingen met elkaar afgesproken, alles is goed geregeld, wíj bepalen dingen.' Als Rob van der Meer zegt: 'Wij hebben dit en dat gedaan', dan spreekt hij over bepaalde belangen van bepaalde groepen in de maatschappij. Als dat niet zo is dan zou ik graag de volgende vraag willen stellen: kunt u mij meenemen naar de democratische besluitvorming rond dit soort projecten? Wat is er daarover in de volksvertegenwoordiging besproken? Wat weet de man in de straat ervan?

Rob van der Meer:
Ik zou bijna zeggen dit is een retorische vraag en ik vind het ook reuze aardig om daar op door te gaan, maar als je het nieuws in de media volgt, de afgelopen twintig jaar, dan weet je dat er ook in de politiek ontzettend veel over dit soort zaken is gediscussieerd en gepraat. Dat heeft ook wel degelijk tot allerlei politieke besluitvorming geleid. God ja, we kunnen bijvoorbeeld eens even ingaan op de wet- en regelgeving die de afgelopen twintig jaar is ontwikkeld voor de biotechnologie. Het hele biotechnologische onderzoeks-, ontwikkelings- en industriële gebeuren is aan hele strenge regels, biosafety-regels, gebonden bijvoorbeeld, democratisch vastgelegd. Op het punt van de octrooiwetgeving is er een enorm intensieve discussie geweest, de afgelopen negen jaar, die ook nog steeds verder aan het gaan is. Ik noem maar een paar raakvlakken die ook met het hele ethische vraagstuk te maken hebben. We zijn ondertussen in de discussies met ontwikkelende landen ook weer stukken verder gekomen. Daar kun je gewoon op door blijven gaan, maar ik denk niet dat dat nodig is, want dan val ik toch maar in herhaling. Maar dit zijn allemaal processen die open, transparant plaatsvinden. Alle meningen kunnen worden gehoord. Dat proces vindt dus plaats en dat zie je in de media gewoon duidelijk terug. Wat dat betreft denk ik dat we in onze maatschappij hier op een hele behoorlijke manier bezig zijn, een manier die de toets der kritiek aardig kan doorstaan. Het kan altijd wel beter!

Alejandro Argumedo:
We praten hier over verschillende normen en waarden. Ik ben het ermee eens dat in deze maatschappij de dingen wellicht open, transparant en democratisch zijn. Maar het feit dat men weg kan komen met het stelen van genetisch materiaal, en men tegen de betrokken mensen liegt, tekent ook de hypocriete aard van deze samenleving.

vragensteller:
Vijfentwintig jaar geleden is in Amerika een klein plaatsje met zwarte bewoners bewust besmet door wetenschappers van de Amerikaanse overheid. Ze wilden een onderzoek naar syfilis kunnen doen, terwijl er al middelen waren om syfilis te bestrijden. Dit is een voorbeeld van iets dat vijfentwintig jaar lang in een open maatschappij, met haar ethische normen, niet boven water is gekomen. Weet Rob van der Meer wel zo zeker dat de huidige, lopende onderzoeken die hij nu verdedigt, over vijfentwintig jaar níet naar boven zullen komen als zeer nadelig en vernietigend voor de betrokken volken?

Rob van der Meer:
U zegt in feite: hoe voorkomt u dat er ergens misbruik kan worden gemaakt, op een geheime plaats, in onze maatschappij? Nou, dat kan je dus gewoon helemaal niet voorkomen.

vragensteller:
Maar hoe voorkomt ú dat dit soort ernstige schendingen niet zullen blijven voorkomen?

Rob van der Meer:
Mag ik dan uw vraag even wat aanscherpen? Want u zegt: hoe wilt ú voorkomen dat? Mijn aanscherping is: hoe zullen wé voorkomen dat? Dit is een maatschappelijk probleem en als bedrijfsleven willen we daar zeker graag aan meewerken. Want ik heb al gezegd: onze activiteiten moeten de toets der kritiek kunnen doorstaan. Als bedrijf ben je bezig in een continuïteitsscenario. Je wilt je producten kunnen produceren en blijven produceren. Dus je activiteiten moeten de toets der kritiek kunnen doorstaan. Als er ergens misstanden zijn, dan is dat een maatschappelijk probleem dat we gemeenschappelijk moeten oplossen. Daar sta ik persoonlijk, als lid van deze maatschappij, geheel achter.

Alejandro Argumedo:
We weten hoe genetisch onderzoek heeft geresulteerd in het stereotyperen van mensen: bepaalde besluiten die alleen gelden voor zwarte mensen, of alleen gelden voor blanke mensen. Hieruit vloeit voort dat in de gezondheidszorg bepaalde groepen mensen worden bevoordeeld. We weten dat de meeste mensen op de wereld nog steeds overlijden aan diarree en malaria, maar daarvoor bestaat nog geen genezingsmethode. De meeste onderzoekers spannen zich slechts in voor dat kleine deel van de bevolking, dat ervoor kan betalen. Zelfs jullie ervaren de gevolgen hiervan, omdat jullie steeds minder keuzemogelijkheden hebben. Weliswaar ligt de mogelijkheid open om medicinale planten te gebruiken, of een beroep te doen op alternatieve geneeswijzen, maar tegelijkertijd wordt jullie verteld dat het medicinale onderzoek, het genetische onderzoek, de biotech-industrie, overal een antwoord op heeft - het enige antwoord. Er is jullie verteld dat jullie die medicijnen moeten gebruiken. Die boodschap wordt over de hele wereld verspreid. Maar om op een natuurlijke manier te genezen, is tachtig procent van de totale wereldbevolking afhankelijk van eeuwenoude kennis over het gebruik van verschillende medicinale plantensoorten en over de combinaties van werkzame stoffen. Die kennis wordt nu uitgehold, weggenomen, in de naam van de vooruitgang.

vragensteller:
Ik ben antropologe. Ik heb gewerkt bij Amazone-indianen die aan TBC en malaria overlijden. Ik denk dat het toch een probleem blijft, wanneer Van der Meer het over 'wij' heeft. Dat is toch een beperkte, maar niettemin machtige groep, die over de wereld is verspreid. Ik vraag me af hoeveel ruimte er is voor andere visies. U zegt dat het belangrijk is voor ons om ziekten te genezen, maar uw interpretatie daarvan is al meteen: 'Wij moeten die ziekte zus en zo genezen.' In die discussie is volgens mij geen ruimte voor een andere visie op hoe je een ziekte op een andere manier zou kunnen genezen of bespreekbaar maken. Volgens mij gaat het om het machtsverschil. Zij mogen wel genetisch materiaal leveren, maar geen medicijnen, bijvoorbeeld tegen malaria, ontvangen.

Rob van der Meer:
Maar dat is natuurlijk helemaal niet gesteld, dat dat zo is. Dan zouden oplossingen die ook voor dat soort mensen kunnen werken niet aan hen ter beschikking worden gesteld. Ik wil daar, met alle respect, van blijven zeggen dat de oplossingen die worden geboden heel vaak natuurlijk passen in de systemen van onze westerse samenleving. Maar àls ze beschikbaar zijn dan komen ze natuurlijk ook beschikbaar voor mensen bij inheemse volken.

Alejandro Argumedo:
De meeste van onze volken gebruiken een ander type geneeskunst voor de behandeling van onze aandoeningen. Wat ik hoor is dat wij niets waard zijn, we zijn puur grondstof. Onze genen kunnen van ons worden weggenomen zonder dat ons iets gezegd wordt, maar ze zullen wel worden gebruikt om alle mensen op de wereld te helpen en te genezen. We moeten zelf een oplossing vinden voor onze problemen. Maar dit vind ik pure diefstal. Het is duidelijk dat we verschillende waardensystemen hebben. We hebben het hier over een individueel systeem tegenover een collectief systeem, waarin eigendom een totaal andere betekenis heeft. Het is niet iets dat je zomaar kunt pakken. De manier waarop de dingen op dit moment verlopen zal niet alleen van invloed zijn op inheemse volken. Ik ben het ermee eens dat de wetenschap en de moderne geneeskunst de wereld hebben voorzien van waardevolle medicijnen. Maar laten we niet vergeten dat vijf van de zeven wondermiddelen die als medicijn worden verkocht, door de farmaceutische industrie zijn afgeleid van natuurlijke producten die al eeuwenlang door inheemse volken worden gebruikt in hun traditionele geneeskunst. Dus er is geen sprake van nieuwe uitvindingen. Het is gewoon: verzamelen, bewerken en verkopen. Het patentensysteem was ontworpen om mensen te belonen. Nu is het een middel om monopolies en macht te verwerven. De reden daarvoor is dat we nu een systeem hebben dat er niet langer op gericht is uitvindingen te belonen. Het staat vast dat de National Institutes of Health een patent hebben aangevraagd voor twee-, drieduizend cellijnen waarvan ze niet eens wisten waarvoor ze ze konden gebruiken.


Uitspraak van de jury


Jan Glastra van Loon:
Wanneer men een oordeel wil geven over het verzamelen en octrooieren van genetisch materiaal, mogen, naast het geneeskundig motief, het winstmotief en het militaire motief niet worden verwaarloosd. Deze drie motieven zijn met elkaar verbonden, maar de verbindingen zijn niet altijd even duidelijk en dat komt ten dele omdat het moreel aantrekkelijker is om het gezondheidsmotief als argument aan te voeren dan een van de twee anderen. En daar komt nog bij, dat eigenlijk dat gezondheidsmotief uit zichzelf al het meest zichtbare is. Ik denk dat we het erover eens kunnen zijn dat ook binnen onze eigen Europese, westerse cultuur het economische winstmotief graag - en ik denk overwegend - wordt gelegitimeerd met het gezondheidsmotief. Dat zijn overwegingen die in het oog moeten worden gehouden bij de beoordeling van de vraag wat legitiem is in de ontwikkeling van deze genetische wetenschap.
Wij zijn tot de conclusie gekomen dat het zelfbeschikkingsrecht van iedere cultuur, en van ieder mens in zijn eigen cultuur, zeer bepalend, zo niet allesoverheersend moet zijn. Maar daarbij komt iets belangrijks in de feitelijke verhouding van de culturen in onze huidige wereld: die westerse cultuur, boven alles uitstekend, is de dominante cultuur geworden. Dus als er een ongelijkheid in de machtsverhoudingen is, legt die dominantie een speciale verantwoordelijkheid bij ons. Niet alleen vanuit het gezichtspunt dat ieder toch recht heeft op zijn eigen waarden en cultuur, maar vanuit het gezichtspunt dat die dominantie van onze cultuur ons verplicht om de erkenning van de waarde van die andere cultuur als een eigen verantwoordelijkheid te beschouwen. Ik hoop dat de andere juryleden zich met deze uitspraak kunnen verenigen.


_

Aanklacht 2: 'Biopiraterij'


“HET AAN INHEEMSE VOLKEN OPLEGGEN VAN HET WESTERSE SYSTEEM VAN INTELLECTUELE EIGENDOMSRECHTEN IS EEN VORM VAN KOLONIALISME EN SCHIET GEHEEL TEKORT IN HET VERSCHAFFEN VAN MECHANISMEN OM DE BESCHIKBAARHEID VAN INHEEMSE KENNIS - OOK VOOR TOEKOMSTIGE GENERATIES - TE BESCHERMEN.”

Wereldwijd gaan bedrijven op zoek naar interessante genetische bronnen. Voor het ontwikkelen van nieuwe medicijnen, of voedsel. Dankbaar maken ze gebruik van de unieke kennis die inheemse volken hebben van bomen en planten. Door het aanvragen van een octrooi op producten die op basis van die kennis zijn ontwikkeld, worden de onderzoekers later exclusief eigenaar van iets wat ze voor het overgrote deel te danken hebben aan de kennis van inheemse volken. Deze delen echter meestal niet mee in de gemaakte winsten. Tegelijkertijd wordt hun voortbestaan bedreigd door steeds verder oprukkende moderne samenlevingen. Daarmee gaat een schat aan kennis en cultuur verloren.

Vandana Shiva:
Ik dank u zeer dat u mij de gelegenheid geeft over een onderwerp te spreken waarover ik me wellicht meer zorgen maak dan over enig ander onderwerp in mijn leven. Ik ben ervan overtuigd dat we op dit moment, nu we een tijdperk van vijfhonderd jaar kolonialisme hebben zien verstrijken en nu we onze toekomst anders zouden moeten invullen, kolonialisme en kolonisatie nog eens krachtig overdoen. Dat doen we door degenen die we eerst koloniseerden hun laatste grondstoffen, hun vaardigheden, kennis en uitvindingen, af te nemen.
Dezelfde ondernemingen die ons van instrumenten van dood en vernietiging voorzagen - chemische middelen, pesticiden en oorlogswapens - zetten nu hun investeringskapitaal in om beslag te leggen op de alternatieve ideeën en gebruiken die nog voortbestaan bij de armste vrouwen, de armste inheemse volken, de armste boeren, in uithoeken van de wereld. Dit verschijnsel vindt niet incidenteel plaats; het is niet zomaar een ontsporing. Tegen het einde van de twintigste eeuw is het normaal geworden om aanspraak te kunnen maken op het leven en op kennis van andere mensen.
Alleen al in India zijn er octrooien op vele, zo niet op al onze heilige planten. De reden dat de Indiase beschaving de Tulsi, oftewel het Basielkruid, en de Neem-boom als heilig is gaan beschouwen, is in dit verband belangrijk om voor ogen te houden. Dit waren planten die in allerlei opzichten hun maatschappelijk nut hadden. De wijzen van de gemeenschap besloten daarom dat het heilig maken van deze planten de beste manier was om ze tot in de eeuwigheid voor toekomstige generaties beschikbaar te houden. Bijgevolg heeft ieder dorp zijn Neem-boom, en ieder huishouden zijn basilicum, om huidziekten te genezen, om plantenziekten te bestrijden, en tal van andere medicinale planten om ziekten mee te behandelen. Neem is gepatenteerd, en de Koenjit is gepatenteerd. Twee dagen geleden werden de octrooien op Tamarinde gepubliceerd. Iedere keer dat we te weten komen dat onze medicinale planten of onze landbouwgewassen worden gepatenteerd neemt ons instituut deze publicaties op in een overzicht. Ik zal twintig daarvan even voor u opnoemen: De Kumari (Aloe), de Shallaki (Boswellia), Amaltas (Cassia fistula), Kala Jeera (Cuminum cyminum), Dudhi (Euphorbia hirta), Tuinbalsemien, Jangli Erand, de Indiase Mosterd, de Granaatappel, de Zwarte Peper - daar is ooit het kolonialisme mee begonnen, de handel in specerijen -, en de Bhu Amla, die Indiase grootmoeders en moeders in elk gezin gebruikten om geelzucht te genezen. Het feit dat Phyllanthus niruri een geneesmiddel voor geelzucht bevat is geen nieuwe kennis, maar westerse maatschappijen en westerse universiteiten beweren van wel. Ze hebben alles tot hun jachtterrein verklaard. De Rangoon Klimop, de Arand, de Zwarte Nachtschade, de Arjun, de Harad, de Guruchi, de Aswagandha, Karela, de Vilayeti Shisham, de Chhotagokhuru, de Ritha. Ik laat deze documenten graag aan de jury zien, zodat die er kennis van kan nemen.
Waarom vindt er zulke biopiraterij en biokolonialisme plaats? In de eerste plaats, denk ik, om de volgende reden. Het kolonialisme als praktijk bestaat niet meer, maar het kolonialisme van de geest bestaat nog wel degelijk. Er is een diepgeworteld eurocentrisch superioriteitsgevoel, dat piraten in staat stelt te geloven dat zij in feite de uitvinders zijn, zelfs wanneer het kennis betreft van een oude vrouw die een speciaal soort gras gebruikt om een snijwond te genezen. Zij is immers dom, zij kan geen kennis bezitten. Ik denk dat het ook heel weloverwogen geschiedt. De wetten met betrekking tot intellectueel eigendomsrecht, zoals die de laatste jaren zijn opgesteld, zijn met opzet gemaakt om niet-westerse, niet-industriële systemen van creatieve expressie en ontwikkeling buiten te sluiten. 'Ontwikkeling' is teruggebracht tot bezigheden in blanke laboratoria in de westerse delen van de wereld.
Daarbij komt dat onze ideeën over onze relaties tot diverse soorten planten en dieren worden behandeld alsof ze afkomstig zijn van wezens zonder cultuur. Net als in het vroegere kolonialisme. Toen trokken Europeanen erop uit om andere delen van de wereld in bezit te nemen. Het grondgebied van de oorspronkelijke bewoners noemden ze 'land van niemand', terra nullius. Nu zijn we beland in de fase van een nieuw soort kolonialisme, dat zich richt op het leven en op kennis over het leven. En juist in deze fase wordt onze geest inhoudsloos verklaard, alsof we niets weten - ook al is het onze kennis die tot uitgangspunt wordt gemaakt van de toekomstige macht van ondernemingen.
De manier waarop wij ons verstonden met andere levende soorten wordt uitgewist, juist op een moment in de geschiedenis dat de mens een andere houding ten opzichte van andere soorten nodig heeft, om de biodiversiteit en het leven op deze planeet te behouden. Wij vinden dat wij niet de eigenaars zijn van de verscheidenheid aan soorten die samen 'de familie Aarde' vormen. We behoren tot die verscheidenheid, we maken deel uit van de familie Aarde. En het loutere feit dat wij ons op een meer ontwikkelde manier tegenover andere soorten gedragen, betekent nog niet dat onze rijkdommen zomaar voor het oprapen liggen en kunnen worden gestolen. We zouden degenen die een aandeel hebben gehad in de totstandkoming van de 'Overeenkomst Inzake Intellectuele Eigendomsrechten en Handel', die deel uitmaakt van de Algemene Overeenkomst over Handel en Tarieven (GATT), hierover graag beter willen informeren. De GATT-overeenkomst is inmiddels via de Wereldhandelsorganisatie (WTO) vastgelegd in het internationaal recht. De commissies die zich binnen multinationale ondernemingen bezighouden met intellectuele eigendomsrechten hebben na de ratificatie van het GATT-verdrag luid en duidelijk verklaard dat, voor zover het TRIPs betrof, zíj de diagnose stellen, zíj de artsen zijn en zíj de patinten - alles tegelijk. Zij schreven het recept om hun piraterij te legaliseren, het recept om zich de grondstoffen toe te eigenen van de armsten ter wereld.
Er is een apart probleem in de nationale wetgeving van een land als de Verenigde Staten, een land dat immers is gebaseerd op piraterij. Dit land werd een industriële grootmacht door kennis over mechanische apparaten te stelen van het eigen moederland, het Britse koninkrijk. Het stelde zijn wetten zo op dat geen rekening hoefde te worden gehouden met de notie van 'eerdere uitvinding en creativiteit' in een ander land. Sectie 102 van de Amerikaanse octrooiwet is in feite een blauwdruk voor het legaliseren van piraterij. Helaas wordt de TRIPs-overeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie gebruikt om de wetten van de VS universeel te maken, in plaats van ze te corrigeren vanuit een oogpunt van verscheidenheid aan culturen, aan uitvindingen, en aan manieren waarop mensen zich verhouden tot kennis en andere levensvormen.
In onze Indiase cultuur leerden we van oudsher, van de Vishnu's en Veda's, dat als je meer neemt dan je nodig hebt, je in feite steelt. Gandhi bracht dat in






































Vandana Shiva

deze eeuw opnieuw naar voren. Hij zei dat iemand die meer van de aarde of van anderen neemt dan voor zijn eigen overleven nodig is, eigenlijk een dief is. Het is diefstal van het meest fundamentele: van levensprocessen, van biologische diversiteit, van basiskennis over hoe je ziekten kunt genezen, voedsel produceert, gewassen kweekt en zaaigoed bewaart. Wij geloven dat deze basiskennis te belangrijk is om het monopolie te worden van een handvol ondernemingen. Hun streven naar steeds meer winst is immers de enige reden waarom zij nieuwe eigendomsrechten proberen te verwerven. En die winst maken ze door mensen te beroven van hun basisbehoeften en bestaansmogelijkheden. Dat is geen vooruitgang, dat is een weg terug. Het is niet ontwikkeld, het is primitief.
Wanneer wij, als landen en volken, wetten trachten uit te vaardigen om onze rijkdommen en onze kennis te beschermen, worden we voortdurend bedreigd. In India hebben maatschappelijke organisaties en de regering samen wetten gemaakt die stroken met de Conventie over Biologische Diversiteit, een van de meest vernieuwende, internationaal bindende verdragen die uit Rio zijn voortgekomen. Thailand heeft nieuwe wetten uitgevaardigd om inheemse genezers te beschermen. Maar ieder land dat zijn geheimen en inheemse kennis wil beschermen wordt bedreigd, ofwel doordat het voor het hof van de Wereldhandelsorganisatie wordt gesleept - zoals India onlangs door de Verenigde Staten -, ofwel doordat het nationale systeem zelf wordt uitgehold. Letterlijk door omkoping, zoals wanneer plotseling een wetsontwerp veranderd blijkt te zijn op het moment dat het ter stemming aan het parlement wordt aangeboden. Overal, in elke maatschappij, zijn er geheimzinnige krachten aan het werk om ervoor te zorgen dat de wil van het volk niet ten uitvoer wordt gebracht en de mensen niet hun verantwoordelijkheid kunnen nemen om de diversiteit van het leven te beschermen.
Wij zijn van mening dat het moment is aangebroken om de westerse technologische opvattingen over eigendom, kennis, vooruitgang en over onze relatie tot andere levende wezens eens heel grondig te herzien. We kunnen het ons niet langer veroorloven dat allerlei culturen, die de diversiteit van het leven als heilig hebben beschouwd en haar hebben beschermd, uit de weg worden geruimd om nieuwe vormen van winstbejag door een kleine groep landen, en een kleine groep mensen binnen die landen, mogelijk te maken.
We hebben enkele van deze octrooien aangevochten, onder andere omdat we ze even onwettig als immoreel vonden. Het octrooi op Koenjit, Haldi, werd aangevochten door het onderzoeksbureau van de regering, en de VS zouden het moeten intrekken. Sinds twee jaar procederen we tegen de patenten op Neem. En een maand geleden verkregen we een voorlopige beslissing van het Europese octrooibureau, die positief was in de zin dat het argument, dat Neem al veel langer wordt toegepast, hen tot dusver bleek te overtuigen. Maar we vinden dat we eigenlijk helemaal niet zoveel tijd en energie zouden hoeven steken in het beschermen van datgene wat van ons is. Die zienswijze zou internationale en nationale erkenning moeten krijgen, en daarom hopen we dat als de TRIPs-overeenkomst in 1999 wordt herzien, dit niet geschiedt met de bedoeling de zeggenschap van ondernemingen over de diversiteit van het leven te verstevigen. In plaats daarvan zou er een echte dialoog tussen culturen op gang moeten komen. Een dialoog op basis van bescheidenheid, waardoor het Westen in staat is te leren van degenen die het heeft gekoloniseerd. Dat stelt industriële maatschappijen in staat te leren van degenen die op een alerte, bewuste manier de kunst verstonden samen te leven met andere wezens. Op die manier zouden we ons, zowel internationaal als in gemeenschapsverband, kunnen ontwikkelen tot wat we in India altijd 'de familie Aarde' hebben genoemd.
We vinden niet dat de aarde een markt is waarop je alles kunt kopen: jouw cellen, mijn cellen, mijn navelstreng, de stoffen in mijn baarmoeder, de beestjes en bacteriën in de grond. Wij geloven dat de toekomst alleen kan worden beschermd als we inzien dat het leven moet worden beschermd, dat het belangrijker is dan geld verdienen; dat het leven heilig is. Het is met een dergelijke houding van bescheidenheid dat we de weg naar de toekomst op moeten gaan, en niet vanuit het agressieve kolonialisme dat gedurende de laatste vijfhonderd jaar zoveel vernietiging van culturen en planten- en diersoorten heeft teweeggebracht. Een vernietiging, die op het moment nog weer verder wordt versneld. Ik hoop dat deze bijzondere rechtszitting bij zal dragen tot een 'Verlichting' van West-Europa, maar dan van een geheel andere orde. Dank u.

Hans Raven:
Goedemiddag dames en heren. Ik denk dat het geen kwaad kan als we beginnen om eerst nog eens even te kijken naar de aanklacht waarover we het nu hebben. Die aanklacht luidt: 'Het aan inheemse volken opleggen van het westerse systeem van intellectuele eigendomsrechten is een vorm van kolonialisme en schiet geheel tekort in het verschaffen van mechanismen om de beschikbaarheid van inheemse kennis - ook voor toekomstige generaties - te beschermen.' En hoewel ik ben aangesteld om daar vanmiddag verweer tegen te voeren, moet ik u teleurstellen. Ik ben het met 't principe van deze stelling helemaal eens. Het opleggen van een systeem - welk systeem ook - aan een volk - welk volk ook - is iets waar wij niet meer achter staan. Wij gaan uit van het zelfbeschikkingsrecht van ieder volk, en het van buitenaf opleggen van een systeem is daarmee in strijd. Maar ik heb bij deze stelling wel een paar kanttekeningen.
Om te beginnen heb ik een beetje moeite mij precies voor te stellen wat dat nou is, in dit geval, het opleggen van het westerse octrooisysteem. Hoe gaat dat, wat gebeurt daar? De praktijk is denk ik moeilijker dan de theorie, het is nu eenmaal zo dat vrijwel alle inheemse volkeren leven binnen het grondgebied van een moderne staat. Voor de verantwoordelijke overheden schept dat altijd een heel moeilijk beleidsprobleem, in het spanningsveld tussen segregatie en integratie. Enerzijds willen wij die gemeenschappen intact houden, omdat ze uniek zijn, en omdat verliezen daarvan een onherstelbaar verlies zou zijn. Maar de praktijk van het leven leert dat het afschermingsbeleid eigenlijk alleen echt mogelijk is op plaatsen waar nog echt grote gebieden zijn zonder andere mensen, en dat wordt steeds zeldzamer op deze aarde. En dan zien we dat een afschermingsbeleid, als de overheid van goede wil is, toch vaak niet slaagt, want het moderne leven sijpelt overal binnen. Bij veel inheemse volken wordt dat moderne leven ook binnengehaald, omdat ze dat zelf willen. Een goed voorbeeld zijn de Inuit in Canada en Alaska. Wij kunnen wel vinden - want we romantiseren dat - dat het belangrijk is dat deze mensen in iglo’s wonen, maar ze wonen zelf veel liever in prefab's. Wat zij willen zijn geweren, motorsleden, snelle boten om beter te kunnen jagen. Ze willen televisie omdat dat voor hen in hun geïsoleerde woonsteden een venster op de wereld is, en vooral omdat het de mogelijkheid biedt dat hun kinderen onderwijs krijgen via broadcast-onderwijssystemen, waarbij in die dorpjes in dat eenzame gebied gewoon lesprogramma’s worden uitgezonden. De kinderen zitten thuis aan het scherm en kunnen op die manier een opleiding krijgen. En dan nadert het moment dat segregatie kan ontaarden in discriminatie. Dan wil zo’n volk toelating tot de opportunities die het land biedt aan al zijn burgers, dan willen zij dezelfde rechten hebben als alle burgers. Maar aan de andere kant van elk recht is de plicht om de rechten van anderen te respecteren, net als alle burgers. En dat is dan integratie. Integratie is meestal de doodsteek voor de eigen cultuur. Het begeleiden van dat proces is een buitengewoon ondankbaar werkje. Je doet het als overheid nooit goed. Maar het is onvermijdelijk dat een volk dat integreert in een rechtssysteem van een land niet alleen de lusten maar ook de lasten accepteert. En dan kun je zeggen: 'dat wordt opgelegd', maar dat zou ik dan toch niet kolonialisme willen noemen.
Ook met het tweede deel van de stelling ben ik het eens. Het systeem van intellectuele eigendomsrechten, zeg maar even kort het octrooisysteem - maar er zijn natuurlijk veel meer intellectuele eigendomsrechten -, verschaft geen mechanisme om de beschikbaarheid van inheemse kennis te beschermen. Dat klopt! Daar is het octrooisysteem ook helemaal niet voor. U kunt een auto niet met vrucht verwijten dat hij niet kan vliegen. Een auto is alleen maar ontworpen om te rijden. Als u wilt vliegen moet u een vliegtuig nemen, en als u inheemse kennis wilt beschermen moet u niet het octrooisysteem vertrouwen. Het octrooisysteem is alleen ontworpen als een systeem voor de bescherming van technische uitvindingen, niet meer en niet minder. Iets anders kan je er gewoon niet mee doen.
Dus we zijn het eigenlijk allemaal met elkaar eens. Maar ik denk eigenlijk dat de stelling dat helemaal niet bedoelt. Ik denk dat de aanklacht helemaal niet bedoelt dat het octrooisysteem geen middelen verschaft om de inheemse kennis te beschermen. De aanklacht bedoelt, denk ik, dat het octrooisysteem juist als een instrument wordt gebruikt om die kennis aan de inheemse bevolkingen te ontfutselen. Dat wordt duidelijk als we kijken naar de toelichting die bij die stelling wordt gegeven. En die lees ik dan toch ook maar even voor, want daar staat namelijk iets anders dan in die aanklacht. Die toelichting zegt dat bedrijven wereldwijd op zoek gaan naar interessante genetische bronnen. Voor het ontwikkelen van nieuwe medicijnen, of voedsel. Dankbaar maken ze gebruik van de unieke kennis die inheemse volken hebben van bomen en planten. Door het aanvragen van een octrooi op producten die op basis van die kennis zijn ontwikkeld, worden de onderzoekers later exclusief eigenaar van iets wat ze voor het overgrote deel te danken hebben aan inheemse volken, en die delen dan niet mee in de gemaakte winst. Dat is wat de toelichting zegt en dat is wat mevrouw Shiva ook zegt, en dat is denk ik eigenlijk het onderwerp waar we het over hebben. En de vraag is dus: is dat nou juist, is dat nou zo?
Laten we voorop stellen dat de inheemse volken tot de zwakkeren in de samenleving behoren, en vaak weerloos zijn tegen allerlei krachten die hen bedreigen. En we kennen allen de trieste voorbeelden van het bederf van hun leefmilieu door houtkapconcessies, mijnbouwconcessies, visserijconcessies, sportjacht, afdamming van rivieren, vervuiling van rivieren, et cetera. Daarbij worden zelfs heilige plaatsen niet ontzien, worden grafheuvels afgegraven, et cetera. Daar is natuurlijk maar één woord voor en dat is: schandalig! Gelukkig zijn er de laatste tijd ook berichten van groepen die zich weerbaarder opstellen en erin slagen de publieke opinie te mobiliseren, om zo de autoriteiten te dwingen tot een betere belangenafweging. Dat is allemaal zo. Maar daar hebben wij het nu niet over. Als ik mij beperk tot het onderwerp van deze aanklacht, en dat moet ik, dan spreken we uitsluitend over kennis. En voor kennis ligt de zaak anders. Want kennis is een vrij goed. Het rechtssysteem met betrekking tot immateriële goederen: dat zijn de producten van de geest, dat zijn gedachten, ideeën, dat is kennis. Ten aanzien van die producten werkt het systeem precies omgekeerd als het systeem met betrekking tot materiële goederen. Hoe het systeem daar is, dat weet u. De grondregel voor het recht van materiële goederen is dat wij met onze vingers van andermans spullen moeten afblijven. En het recht wijst met zoveel woorden de gevallen aan waarin die regel tot uitzondering leidt. Je kan iets huren, iets pachten, iets lenen, je kan een schip charteren, je kan iets in pand geven. Er zijn allerlei rechtsverhoudingen waarin je het goed van een ander mag gebruiken. Maar buiten die gevallen mag dat gewoon niet, als je het buiten die gevallen doet ben je een gewone dief. Maar immateriële goederen, geestelijke goederen, zijn vrij, toegankelijk, beschikbaar voor iedereen. En het recht wijst met zoveel woorden de gevallen aan waarin ook die regel tot uitzondering leidt en wanneer dat niet zo is.
Dames en heren, kennis is een vrij goed, onze hele cultuur berust daarop, berust op nabootsing, berust op ontlening. Wij kunnen niet leren zonder kennis, ervaringen, inzichten en vaardigheden die vaak in een proces van eeuwen van generatie op generatie zijn overgedragen. Wij leren door imiteren. Dat geldt voor techniek, dat geldt voor wetenschap, voor tal van vaardigheden. En dat geldt niet in de laatste plaats voor ons algemeen cultuurbezit, de taal.
Dat is niet altijd en overal zo geweest. Er zijn culturen geweest, en misschien zijn die er nog wel, waarin wetenschappelijke kennis - historie, biologie, astronomie, dat soort kennis - is voorbehouden aan geprivilegeerden. De achterliggende gedachte is altijd dat dit soort kennis geheim is en door de godheid wordt geopenbaard. En die doet dat alleen aan degene die met hem kunnen spreken: de priester, de tovenaars, de goeroes, de medicijnmannen. Voor gewone mensen is kennis niet goed, die moeten dat maar niet weten. Denk maar aan Adam en Eva, die van de Boom der Kennis hadden gegeten: dat ging helemaal niet goed. Dat kostte hen hun plaats in het Paradijs. Dat thema vindt je terug in een heleboel mythen van inheemse volkeren. En inderdaad: alles weten maakt niet gelukkig, dus er zit nog wel iets in ook. Maar na de Verlichting en na de Franse Revolutie hebben wij voor eens en voor altijd de bezem door die gedachte gehaald. Het voorbehouden van toegang tot kennis aan geprivilegeerden betekent het afsluiten van die toegang voor anderen, en dat is naar ons gevoel een vergrijp tegen de eerste grondslag van onze cultuur: de fundamentele gelijkheid van alle mensen. In de communicatiemaatschappij van vandaag is het practisch een onmogelijkheid geworden. Je kunt mensen niet meer dwingen om iets níet te weten, dat is onzin.
Kennis is een vrij goed. Het staat eenieder vrij om de natuur, om de dingen te onderzoeken en daaruit te leren, inzicht te verwerven, en met dat inzicht iets te doen. Het recht wijst met zoveel woorden de gevallen aan waarin die regel tot uitzonderingen leidt. Als zodanig wordt dan altijd genoemd de rechten van intellectueel en industrieel eigendom, waarvan de auteursrechten en de octrooirechten het meest bekend zijn. Wat zijn dat voor een rechten? Dat zijn rechten die worden verleend aan mensen die iets hebben geschapen, die iets aan de wereld hebben toegevoegd dat er nog niet was maar dat er nu is dankzij hun creatieve arbeid. Die mensen krijgen daar tijdelijk een alleenvertoningsrecht voor.
In feite zijn die rechten van intellectueel eigendom geen uitzondering op de regel dat kennis een vrij goed is. Want dat alleenvertoningsrecht van de auteur, schepper, uitvinder wordt alleen verleend aan het resultaat. Dus voor de werkwijze of het voortbrengsel waarin de uitvinding is belichaamd. En dan alleen op voorwaarde dat de uitvinder zijn uitvinding openbaar maakt, dus toegankelijk maakt voor iedereen. Het resultaat wordt beschermd, maar de onderliggende kennis moet juist toegankelijk worden gemaakt.
Als inheemse volken specifieke kennis hebben, dan hebben zij die kennis al met anderen gedeeld op het moment dat zij die communiceren. Een gesproken woord keert nooit meer terug.


Vragen van de jury


Michaël Zeeman:
Ik wil graag beginnen met een vraag aan Vandana Shiva. Ik wil uw reactie weten op een van de meest essentiële dingen die Hans Raven heeft gezegd, misschien een vooronderstelling die het resultaat is van een lange culturele ontwikkeling, namelijk: kennis is een vrij product. Bent u het daarmee eens?

Vandana Shiva:
In de eerste plaats is kennis in de meeste culturen niet een product. Kennis die in het dagelijks leven van pas komt wordt beslist gezien als een collectief goed, zij is deel van de gemeenschap. Maar met betrekking tot de meer specialistische zaken waar de heer Raven naar verwees, geldt dat het meer een kwestie van verantwoordelijkheid is om bepaalde kennis voor te behouden aan gespecialiseerde mensen. Bijvoorbeeld in de heelkunst omdat je kans hebt op kwakzalverij. Ik vind overigens dat de westerse geneeskunde kwakzalverij op een heel militaristische manier benadert. Andere culturen hebben manieren ontwikkeld om geneeskunde stap voor stap over te dragen aan degenen die in hun maatschappij tot genezers worden opgeleid, om te voorkomen dat niet iedereen zich bezighoudt met kennis die een zeer gespecialiseerde uitoefening vereist. Maar kennis aangaande het dagelijks leven, zoals hoe je zaad bewaart, selecteert en verbetert, is gemeenschappelijke kennis; de behandeling en genezing van alledaagse ziekten is van moeder op dochter overgedragen kennis, en niet het geheime domein van een handvol sjamanen en genezers.
Het punt waar het om gaat is volgens mij dat de heer Raven zichzelf tegenspreekt. Het ene moment zegt hij dat kennis vrij beschikbaar is, en vervolgens heeft hij het over intellectuele eigendomsrechten die die kennis beschermen tegen vrije beschikbaarheid. De grenzen van wat onder intellectueel eigendom kan vallen zijn de afgelopen tien jaar erg vaag geworden, want het heeft inmiddels ook betrekking op planten, op delen van het menselijk lichaam, op menselijke cellijnen en weefsels. Intellectueel eigendomsrecht wordt bovendien uitgeoefend op kennis die elders allang bestond, maar is weggeroofd, zoals in het door mij gemelde geval.

Hans Raven:
Kijk, ik denk dat wij hier over een hele hoop dingen tegelijk praten. In de eerste plaats is er een heel duidelijke 'clash of cultures', dat is natuurlijk duidelijk. We hebben in de wereld de opvatting die ik net vertolkt heb; dat is natuurlijk een opvatting die gemeengoed is in wat we dan maar noemen 'de westerse wereld'. Maar in grote delen van de wereld wordt daar op een andere manier naar gekeken. Hoe los je dat probleem nu op? Daar hebben we het vanmorgen natuurlijk ook al over gehad. Op twee manieren kun je dit benaderen: in de eerste plaats is het westerse systeem een dynamisch systeem. En dat is niet zomaar een woord, maar dat betekent dat het systeem voortdurend verandert, dat er ook voortdurend andere spelers zijn. Dat degene die gisteren zwak zijn, vandaag sterk zijn, en andersom. Dat systeem bestaat uit mensen, dus niet uit heiligen, en daar gebeuren alle mogelijke dingen die natuurlijk niet goed zijn, maar het systeem heeft de grote kracht dat het op termijn in ieder geval zijn eigen correctieven genereert. Dus dat is één ding.
Bovendien, dat octrooirecht dat is zo kwaad niet als het er uit ziet. Dat octrooirecht is toch echt uitsluitend voor uitvindingen, voor dingen die er nog niet waren en die er nu zijn dankzij het creatieve werk van die uitvinder. Laten we nu eens aannemen dat het waar is wat mijn geachte tegenpleitster zegt, dat het dan toch allemaal dingen zijn die zij allang wisten. Nou, dan zijn er twee correctieven in het systeem zelf. Iemand die een uitvinding toepaste voordat de uitvinder er een octrooi op kreeg, zonder dat iemand dat wist, zonder dat dat openbaar bekend was, heeft een recht van voorgebruik; die mag dat gewoon rustig blijven doen. Andere mogelijkheid is dat het bekend was, dan was dat octrooi dus ten onrechte verleend. Want dan heeft die uitvinder niet iets nieuws gebracht. Die heeft iets gebracht wat er al was en dat poogt hij te beschermen. Maar dat octrooi hoort niet te worden verleend. Er zijn alle mogelijke rechtsmiddelen om dat dan te verhinderen of te redresseren.
Dus dat is je eerste benadering: leer onze medevolkeren ons systeem te hanteren, maak ze daar meer alert op. Als je dat niet wilt, kun je een andere benadering kiezen en dan kun je zeggen: luister eens, we moeten vanuit hun eigen situatie bijzondere verdragen en wetten maken waarin ze meer ruimte voor hun eigen opvatting kunnen vinden. En daarom denk ik dat het heel goed zou zijn dat dat handvest voor die inheemse volken er komt, want daar staat een bepaling in die op dat punt veel meer ruimte schept voor die inheemse volken.

Roel van Duijn:
Meneer Raven, u zegt: 'Kennis is een vrij goed.' Dat kan ik wel enigszins meevoelen. Maar het is natuurlijk ook betrekkelijk, want allerlei recepten voor productie van gevaarlijke militaire wapens houden we geheim, en ik denk met goede redenen. Want het is niet leuk als iedereen zijn eigen atoombommetje gaat maken. Maar wanneer we nu die geheimhouding op het ene gebied behouden en zelfs bepleiten, waarom zouden we dan op andere gebieden, zoals op het gebied van de kennis van inheemse volken, niet ook een beschermingssysteem toepassen dat buiten het kader valt van de gewone intellectuele eigendomsrechten zoals die worden gehanteerd?

Hans Raven:
Kijk, als de wereld je niet zint, dan moet je hem veranderen. Er zijn allerlei mogelijke verdragen en conceptverdragen waarin dit soort gedachten gestalte beginnen te krijgen. Ik noem u bijvoorbeeld het Biodiversiteitsverdrag van Rio. Dat heeft dan wel niet rechtstreeks betrekking op de inheemse volken, maar wel op de biodiversiteit en het is een grote doorbraak in het denken over hoe je met de natuur moet omgaan. Het gebeurt, het is in beweging.

Vandana Shiva:
Ik meen dat we uiteindelijk toe moeten naar een alternatief voor individueel eigendomsrecht op uitvindingen, een alternatief voor het soort ideeën dat ten grondslag ligt aan de wetten die intellectueel eigendom beschermen. Het aantal mensen dat vanuit een speciale relatie tot andere levensvormen en op grond van eigen kennis tot vernieuwing is gekomen is simpelweg te groot om te worden genegeerd of gemarginaliseerd. Wat we nodig hebben, denk ik, is iets dat lijkt op wat we 'gemeenschapsgoed' noemen. Het is hun gemeenschapsgoed, het is geen voor iedereen vrij toegankelijk systeem.
En het denkbeeld dat kennis openbaar wordt als er een octrooi is verleend, is niet juist. Zij is niet openbaar, omdat zij niet kan worden gebruikt. En kennis die niet wordt gebruikt ís geen kennis. Dat zij in het patentenbureau op papier staat, weerhoudt mensen er nog steeds van haar in hun dagelijks leven te benutten. Want dat is wat met 'schending van het octrooi' wordt bedoeld, dat is juist de uitsluiting die de patentaanvraag behelst.
Daarom is er een systeem nodig dat niet is gebaseerd op uitsluiting van mensen die in de loop der tijd gemeenschappelijk en zonder winstmotief kennis hebben ontwikkeld. Ik denk dat dit alternatieve systeem op basis van het gemeenschapsgoed-idee niet alleen inheemse volken zal beschermen, maar ook de meeste westerse onderzoekers die hun ziel niet willen verkopen aan de industrie. Want ik denk dat mensen er schoon genoeg van beginnen te krijgen om hun denkkracht slaafs ter beschikking te stellen aan het winststreven van mondiale ondernemingen.

Jan Glastra van Loon:
Voorzitter, als ik dit hoor dan bekruipt mij toch lichtelijk het gevoel dat hier op een niet-begrijpende manier wordt gekeken naar een stelsel dat zeker zijn tekortkomingen heeft, maar niet zonder ratio bestaat. Niet zonder reden bestaat, zoals het bestaat. We kunnen natuurlijk zeggen: 'Alles is een gemeenschappelijke vorm van kennis en moet dus niet ook - zelfs niet bij uitzondering - gemaakt worden tot het tijdelijke exclusieve gebruiksrecht van sommige mensen.' Het effect daarvan zal zijn, vrees ik, aan de ene kant, dat mensen die kennis ontwikkelen deze kennis gewoon in een kleine groep geheim zullen houden omdat dat economische voordelen oplevert. Terwijl, aan de andere kant, de prikkel om iets uit te vinden of te ontdekken op wetenschappelijk gebied, die wordt geleverd door het feit dat je daar tijdelijk een exclusief recht op hebt, wordt weggenomen. Dus, het is geen perfect systeem. Maar het andere systeem, dat mevrouw Shiva bepleit, is in mijn ogen nog schadelijker voor de mensen dan dat wat we nu hebben.
Ik wil graag een reactie, want dit is een gedachte die bij mij opkomt.

Vandana Shiva:
Met uw permissie, mijnheer de voorzitter, ik meen dat er een zeer onjuiste tegenstelling wordt gesuggereerd: dat voor een octrooi- en intellectueel-eigendomsrecht, waarin piraterij van inheemse kennis niet expliciet wordt verboden, geheimhouding het alternatief zou zijn...

Jan Glastra van Loon:
Dat zei ik niet. Nu interpreteert u mijn woorden expres verkeerd. Dat weiger ik te accepteren.

Vandana Shiva:
Ik wil nogmaals stellen, dat het erom gaat dat we culturen waarin men met elkaar deelt in de gelegenheid moeten stellen zich verder te ontwikkelen. We hebben het niet over de uitzonderlijke gevallen dat bepaalde vormen van geheime kennis in afgebakende domeinen worden bewaard, maar over het veel bredere terrein van voeding en gezondheidszorg, waarin de meeste kennis publieke kennis was - zowel in moderne industriële samenlevingen als in inheemse, niet-westerse samenlevingen. Over dat publieke domein hebben we het.

Jan Glastra van Loon:
Ik bied mijn excuses aan, mijnheer de voorzitter. Ik zei dat mevrouw Shiva mijn woorden expres verkeerd interpreteerde. Zo bedoelde ik het niet. Zij begreep mij verkeerd. Sorry dat ik mij verkeerd uitdrukte.


Vragen uit de zaal


vragensteller:
Ik werk bij A SEED, hier in Amsterdam. Om te beginnen wil ik een opmerking maken met betrekking tot het 'realistisch zijn over octrooien'. We moeten de praktijk van het intellectueel eigendomsrecht in ogenschouw nemen, het octrooieren van leven zoals het nu werkt en zoals het de laatste tien jaar in de Verenigde Staten heeft gewerkt. We hebben gesproken over de kwestie of kennis vrij is, en over de vraag of het toepassen daarvan binnen het systeem van octrooiering van intellectueel eigendom vrij is - in de VS, en ook op het niveau van de Wereldbank en de FAO. Bijvoorbeeld bij de CGIAR, waarvan het ontwikkelingsbeleid buitengewoon dubieus is. Maar mijnheer Raven, zij zeggen zelf: 'Meer bescherming van intellectueel eigendom in de landbouw kan gezamenlijk onderzoek beperken en de vrije toevoer van kennis, kiemplasma, en technologie doen verminderen.' Klaarblijkelijk is men daar overigens van mening dat biotechnologie op zichzelf acceptabel is, en dat is natuurlijk een vraag op zich. Maar hier horen wij, van de Wereldbank en de FAO, dat octrooien de toegankelijkheid zullen verminderen en uitsluiting betekenen voor de meeste mensen die op het land werken en op lokaal niveau trachten de diversiteit te verbeteren.

Hans Raven:
Dat probleem herken ik dus niet. Dat hoopte ik daarstraks een beetje duidelijk te hebben gemaakt. Hand in hand met de verlening van dat alleenvertoningsrecht aan de uitvinder gaat de voorwaarde dat hij zijn uitvinding publiceert. Die octrooiaanvrager wordt openbaar gemaakt. En de octrooiliteratuur, de hele compilatie van alles wat er op dit gebied gebeurt - en dat is heel wat, als ik u vertel dat alleen al in Europa jaarlijks 60.000 octrooien worden verleend -, die octrooiliteratuur is één van de belangrijkste bronnen van informatie voor research-instituten over de hele wereld om bij te houden wat er allemaal op dit gebied gebeurt. Dus ik herken, eerlijk gezegd, het probleem helemaal niet. 

vragensteller:
Ik werk voor NoGen in Wageningen. Meneer Raven, u zei dat de kennis over octrooien voor iedereen toegankelijk is. Dat is misschien wel zo, maar ik ben in 1988 in het octrooibureau geweest om een hoop octrooien in te zien, en één kopie kostte toen al 6.50, dus dat is misschien al een probleem voor een aantal mensen. En verder vraag ik mij af, u zegt dat alle kennis zou kunnen worden geoctrooieerd en dat inheemse volken dat ook kunnen doen. Daar komt het volgens mij eigenlijk op neer. Als zij dat niet hebben gedaan, dan is het algemene kennis en dan kan iemand anders - uit de westerse wereld meestal - de kennis die hij daar is tegengekomen octrooieren; planten octrooieren, of genen uit planten octrooieren. Mijn vraag is: zouden dan eigenlijk niet alle mensen in de wereld een brief moeten krijgen dat er een octrooisysteem is, omdat dat misschien problemen oplevert? Bijvoorbeeld als er mensen in de Amazone komen en daar planten vinden, er genen uithalen en daar patent op aanvragen - of beter gezegd: op de methode -, zouden ze dan niet eerst de mensen die in dat woud leven en die planten gebruiken moeten informeren?

Hans Raven:
De vraag is duidelijk, maar niet juist. Je moet nooit uit het oog verliezen dat die octrooi-business alleen betrekking heeft op uitvindingen. Dat genetisch materiaal dat werd verzameld - die cellen, bloeddruppels of wat dan ook -, dat is niet de uitvinding en dat is ook niet wat er wordt geoctrooieerd. Dat beluister ik een beetje in de zaal; dat men denkt dat alle mogelijke slimme lieden claims leggen op organen en weefsels van mensen. Dat is beslist niet waar en het is volkomen in strijd met het systeem; dat zou, als ze het al wilden, ook helemaal niet lukken.
Waar gaat het dan wel om? Die hele biotechnologie berust op het inzicht dat in levende cellen een schat aan informatie ligt opgeslagen en het gaat uitsluitend om die informatie. Met die informatie kunnen we dingen doen die we met de bestaande technologie, de bestaande chemie en fysica, niet kunnen en die we erg nodig hebben om wetenschappelijke doorbraken te kunnen maken. En je kunt over het nut daarvan best van mening verschillen, maar het grootste deel van de mensen wil toch graag beter worden als zij AIDS hebben, of kanker hebben, en daar wordt toch aan gewerkt. Wat u aansnijdt is op het ogenblik best een actuele vraag, want het is nu al diverse malen voorgekomen dat iemand merkt dat informatie, die uiteindelijk van materiaal van hem afkomstig is, heel belangrijk blijkt te zijn en dat hij dan roept: 'Hé, maar dat was wel mijn vingertop, daar wil ik wel graag geld voor zien!' Het is op het ogenblik een vraag waar de rechtsgeleerden over de hele wereld zich over buigen, of dat moet. Ik kan u daar geen antwoord op geven. Ik kan de claim best begrijpen.

Vandana Shiva:
Dat maakt deel uit van de crisis van het systeem van intellectueel eigendomsrecht. Hoewel men het oorspronkelijk alleen voor uitvindingen had bedoeld, is het sindsdien uitgebreid tot vormen van leven, zodat het ook geldt voor zaken die slechts ontdekkingen zijn. Het recente debat in het Europarlement over de Europese Octrooi-richtlijn spitste zich toe op de mogelijkheid dat gen-sequenties worden geclaimd. De parlementariërs wilden de reikwijdte van de patenten vervolgens beperken tot alleen de functies van de genen. Maar degenen die de belangen van de industrie verdedigden, zeiden in feite: 'Nee, het gaat niet om de specifieke functie, maar om de gen-sequentie als zodanig die octrooieerbaar moet zijn.' We spreken dus niet langer meer uitsluitend over octrooien op uitvindingen. We spreken over octrooien op levensprocessen, op delen van bestaande levende wezens, die niemands vinding of maaksel zijn.

vragensteller:
Meneer Raven zei dat patenten alleen te verkrijgen zijn op technische kennis en op uitvindingen. Dat klopt, dat heb ik ook gelezen. Het probleem dat nu speelt - en, meneer Glastra van Loon, die ratio zit er ook wel in - is dat er de afgelopen dertig jaar een nieuwe technologie is opgekomen, het geknutsel aan de genen. We kunnen nu technisch gen-constructen uitvinden, die we vervolgens inbouwen in planten en dieren en micro-organismen, en daar zijn de problemen gerezen met de patentenwetten. Want vroeger werden planten en dieren niet gepatenteerd, want dat was geen technische uitvinding.
Is die hele benadering van die gen-constructen wel juist? Dit zijn debatten die spelen over de hele wereld. We zien dat die structuur, die kennis van de genen, die biotechnologische uitvindingen, worden opgedrongen aan alle culturen ter wereld. De Europese Richtlijn voor het patenteren van biotechnologische uitvindingen, die nu in Brussel op tafel ligt, zegt zelfs dat we daarmee de wereld kunnen helpen, de honger uit de wereld kunnen helpen. In India staan tientallen miljoenen boeren tegen te sputteren. Zij zeggen: 'Luister even, daar zijn we het helemaal niet mee eens, we willen het graag op onze manier blijven doen, dat vertrouwen we voorlopig nog meer.'
Mijn vraag is dus: moeten we niet eerst duidelijk krijgen of die hele technologie wel verantwoord is vóór we dat een economische voorkeurspositie gaan geven?

Vandana Shiva:
Voor mij is de kwestie vooral: welk type productiesysteem gaan we krijgen, wat voor soort kennis zal beschikbaar zijn voor mensen om te kunnen produceren, om werkgelegenheid te scheppen? Dit is de kern van het intellectueel-eigendomdebat, en dit is de reden waarom de boeren in India heel duidelijk 'nee' hebben gezegd tegen het vastleggen van intellectuele eigendomsrechten op planten en zaden. Niet alleen omdat ze vinden dat zijzelf de kwekers zijn en daarvoor erkenning moeten krijgen, maar wat belangrijker is: zij willen daadwerkelijk een economisch systeem van voedselproductie waarbij zeventig procent van India werk vindt in de landbouw, en geen twee procent, zoals in geïndustrialiseerde landen. Want wat gaat er gebeuren als tweederde van de Indiase bevolking geen werk meer vindt in de landbouw? De samenleving zal in sociaal, cultureel, politiek en ecologisch opzicht ontwricht raken. We hebben het hier echt over de toekomst van de maatschappij. Geen beperkte discussies over wat nu precies know-how is, wat technologie is, wat uitvindingen zijn en wat ontdekkingen. Ik denk dat de fundamentele vraag is: wie heeft het recht te weten hoe te leven, en wat is de noodzakelijke kennis om te overleven? En die kennis om te overleven mag niet iemands privébezit zijn.

Hans Raven:
Dames en heren, een opmerking vooraf. Het zal u niet verbazen dat India een heel belangrijke speler is in het overleg over dit soort zaken. Wat dat betreft ben ik heel dankbaar voor de bijdrage van mijn tegenpleitster, want die laat u inderdaad de zaak eens zien van een andere kant. Het motto van vandaag is: 'Is er dan niets meer heilig?' Ik weet het niet, maar het octrooirecht is zeker niet heilig. We zouden ook zonder kunnen. Maar je moet je goed realiseren dat je dan op een heel ander economisch systeem instapt, dan krijg je hele andere gedragspatronen en hele andere machtsverhoudingen, en of dat nu allemaal zo veel beter is, dat weet ik ook niet. We kunnen over al dat soort dingen praten, en dat gebeurt ook. We moeten daarover praten, want het heeft veel consequenties.

Jan Glastra van Loon:
Is het mogelijk octrooi te hebben op een agrarisch product?

Hans Raven:
Op dit ogenblik is dit in Europa niet mogelijk. In Amerika wel. Ik wil dit dan toch wel even toelichten. Dat is het geval wanneer dat agrarisch product drager is van een inventieve genetische configuratie.

vragensteller:
Ik heb twee korte vragen aan mevrouw Shiva. De eerste is: denkt u echt dat de praktijk om traditionele geneeswijzen geheim te houden, die vooraf ging aan het 'bioprospecten', enkel bedoeld was om kwakzalverij te voorkomen? Of had dit wellicht ook een economische reden?

Vandana Shiva:
Het kon geen economische oorzaak hebben gehad om de eenvoudige reden dat, zelfs tegenwoordig, de meeste werkelijk gerespecteerde genezers in India geen betaling vragen voor hun behandeling. Het feit dat hun geneeskunst exclusief was kon dus niet betekenen dat ze een monopolie hadden om daarmee meer geld te verdienen. Ze zouden pas economische voordelen hebben op het moment dat zíj degenen waren die er exclusief van profiteerden. Ze hebben een exclusieve verantwoordelijkheid, en geen exclusief alleenrecht om winst te maken. Dit zijn twee heel verschillende dingen. Als je kijkt naar de antropologie van inheemse culturen, zie je dat exclusiviteit, wanneer die optreedt, de verantwoordelijkheid betreft voor de gemeenschap, voor de natuur. We kennen een genezingsceremonie in India waarbij we vis gebruiken. De behandeling wordt verricht binnen de familie. Reeds twee eeuwen lang is die ceremonie zonder kosten beschikbaar. We moeten dat goed onderscheiden: dat iets vrij beschikbaar is voor de gemeenschap, dat er geen geld voor wordt gevraagd. Heel verschillend van de octrooiwetten die de prijzen dusdanig opjagen dat er maar één onderneming kan overblijven die een medicijn voor hoge bloeddruk kan verkopen, en alle anderen bij hem moeten aankloppen. De enige reden voor die exclusiviteit is het streven om zoveel mogelijk winst te maken. Het hebben van exclusieve verantwoordelijkheid aan de ene kant, en, aan de andere kant, het beschikken over exclusieve winstmonopolies, dat zijn totaal verschillende betekenissen van exclusiviteit.

vragensteller:
Mijn tweede vraag. Zou u ook tegen het patenteren van 'biodiversiteitsproducten' zijn als dit samen zou gaan met eerlijke winstdeling? Bijvoorbeeld als de winst wordt doorgesluisd naar malariaonderzoek, waarvoor de industrie geen cent over heeft omdat het alleen voor inheemse en derdewereldmensen is?

Vandana Shiva:
Dan zou ik nog steeds tegen zijn, want volgens mij staat 'bioprospecting' vrijwel gelijk aan gelegaliseerde biopiraterij. Het blijft een systeem dat de gevende gemeenschap op den duur armer maakt, en de ontvangende ondernemingen rijker. En als de een of andere leider of stam een graantje mee kan pikken in dat feitelijke verarmingsproces, dan maakt dat het proces voor mij nog niet bevredigend. Ik zou liever zien dat de kennismiddelen en het recht op toegang tot de biodiversiteit voor de toekomst worden beschermd, zodat toekomstige generaties met eigen hulpmiddelen en kennis in hun primaire levensbehoeften kunnen voorzien. De meest kwalijke erfenis van het kolonialisme is volgens mij het idee dat mensen in de Derde Wereld niet in staat zijn hun eigen leven te leiden. Ze moeten eerst worden beroofd, en dan moet een deel van de buit aan hen worden teruggeven om ze te helpen in het overleven. We moeten eerst van dàt idee af.

vragensteller:
Nou, ik behoor niet tot die groep mensen. Ik vroeg u: Als er een eerlijke verdeling van de winst is - daarmee bedoel ik: eerlijk in alle opzichten -, bent u er dan nog tegen?

Vandana Shiva:
Voor mij betekent 'eerlijk' dat iedereen in de maatschappij beschikt over middelen om in zijn levensonderhoud te voorzien. Als dat wordt gegarandeerd, dan ga ik akkoord.

vragensteller
Ik ben een in Nederland geboren Australiër. Ik geef les op het Nangalinja College in Darwin, en ik wil de heer Raven vragen nader in te gaan op het idee dat de meeste inheemse mensen er niet van houden om vragen te worden gesteld. Ze zien dat als iets onbeleefds. Zoals een van onze culturele commentatoren, John Cage, het eens uitdrukte: 'Als je het niet weet, moet je 't niet vragen.' En wij begrijpen dat niet, want wij denken: 'Nou, zoek de zaken uit! Zorg dat je een studiebeurs krijgt; wordt doctorandus en regeer de wereld!' Ik wil de heer Raven vragen in hoeverre hij de inheemse houding ten opzichte van het stellen van vragen begrijpt, want volgens mij is dat vragen stellen de kern van het westers kolonialisme. Kijk, het gaat er niet om of je wel of niet vragen mag stellen. Wíj geloven dat het juist is om te doen, en inheemse mensen vinden van niet.

Hans Raven:
Wat ik ervan vind dat inheemse volken er niet van houden allerlei vragen over zich heen te krijgen? Dat is hun goed recht, en ik vind dat wij daar zorgvuldig mee om moeten gaan. Maar ik kom terug op wat ik daarstraks zei, we hebben hier natuurlijk toch een 'clash of cultures'. We hebben wat we gemakshalve noemen 'de westerse samenleving' en die rolt over de wereld. Die inheemse volken krijgen daarmee te maken, en die vinden dat niet altijd even leuk. We zitten nu in een tijd dat zij hun stem beginnen te heffen en dat we dat horen, en ik denk dat we daar heel veel aandacht aan moeten geven en dat we daar heel zorgvuldig mee om moeten gaan. Meer kan ik er ook niet van zeggen.

vragensteller:
Ik ben een Amerikaanse Indiaan. Zo heeft iemand anders mij genoemd. Amerika kent mijn volk als het 'weet-ik-niet-volk', de Pima. In mijn taal betekent 'Pimach': 'Weet ik niet.' Ik heb een vraag. Dit panel lijkt erg uit balans. Waar zijn jullie sjamanen, die iets zouden kunnen toevoegen aan deze vlakke ceremonie? We hebben wat evenwicht nodig. Waar is de liefde? Er zijn heel wat argumenten voor en tegen, maar er is geen liefde of begrip.


Uitspraak van de jury


Roel van Duijn:
De jury heeft zich duchtig zitten beraden. We hadden daar weinig tijd voor, en de standpunten zijn ook genuanceerd. Het is geen gemakkelijke kwestie, dat octrooirecht ten aanzien van kennis die afkomstig is van inheemse volken. Je kunt twee verschillende gezichtspunten onderscheiden. Ten eerste: is het octrooirecht bruikbaar voor het beschermen van inheemse kennis? Dat is de eerste vraag. Wij neigen ertoe om te zeggen, nee, dat lukt op deze manier niet. Het tweede gezichtspunt is: de biotechnologie is in ontwikkeling. Het octrooirecht zou ook in ontwikkeling moeten zijn - is het waarschijnlijk ook - maar is er niet op toegespitst gerechtigheid te leveren aan de inheemse volkeren. Er schuilt in het octrooirecht wel een zekere doelmatigheid, dat erkennen wij, in dat gezichtspunt van meneer Raven, maar de gerechtigheid ten aanzien van de inheemse volkeren wordt nauwelijks gediend. We hebben het gehad over een voorbeeld van bomen die in Oceanië op een van die eilanden groeien, waarvan de schors stoffen bevat voor medicijnen tegen kanker. Dit is door de plaatselijke bevolking uitgevonden. Wat gebeurt er? Westerse mensen van medicinale fabrieken komen hierop af. Zij gaan aanvankelijk níet onderzoeken wat nou de werkzame stof is in die schors, maar zij gaan die bomen exploiteren en kappen en daar een verkoopproduct uit ontwikkelen. Dat schijnt inmiddels wel veranderd te zijn, maar dat is toch een mooi voorbeeld van het probleem, dat westerse industrieën afduiken op uitvindingen en gebruiken van inheemse volkeren en daar meteen winst van gaan maken. In zoverre is het gezichtspunt van mevrouw Vandana Shiva zeer terecht door haar aangedragen. Die toepassing van het octrooirecht op agrarische producten zoals die nu plaatsvindt, dreigt inheemse volken afhankelijk te maken en ik meen te mogen zeggen dat wij als jury de stelling als geheel dus onderschrijven. Ik weet niet of mijn mede-juryleden nog toevoegingen hebben op deze samenvatting?

Jan Glastra van Loon:
Mag ik een hele kleine toevoeging maken ten aanzien van het laatste punt? De toepassing van het octrooirecht op agrarische producten is vooral zo nadelig, bijvoorbeeld voor mensen die in India leven, omdat die voor een zo hoog percentage van hun inkomen van agrarische productie afhankelijk zijn. Wij zijn maar voor twee procent van ons inkomen afhankelijk van agrarische productie, dus daar worden we ook niet zo in onze ontwikkeling belemmerd wanneer het octrooirecht op die agrarische producten niet zo goed uitpakt.


_

Aanklacht 3: 'Spirituele Kolonisatie'


“HET RECHT OP VRIJE MENINGSUITING KAN NOOIT ALS VRIJBRIEF GELDEN OM INBREUK TE MAKEN OP DE CULTURELE EN SPIRITUELE INTEGRITEIT VAN INHEEMSE VOLKEN.”

In het boek 'Mutant Message Down Under' ('Australië op blote voeten') beschrijft Marlo Morgan haar vermeende bezoek aan het 'Echte Volk', een Aboriginal volk in Australië waar geen enkele Aborigine ooit van heeft gehoord. De Aborigines voelen zich diep gekwetst. Informatie over diep-spirituele ceremonies wordt vermengd met zweverige New Age-taal. Volgens hen is het hele verhaal verzonnen. Zij spreken van 'een voortzetting van het proces van culturele genocide'.

Robert Eggington:
Ik ben Robert Eggington en ik ben coördinator van Dumbartung, een in Perth gevestigde Aboriginal organisatie. Dumbartung is een Nyoongar-woord dat 'wij van het volk' betekent. Het land dat het traditionele eigendom van mijn grootmoeder is, noemen wij de Karri- en Jarrah-bosgebieden. Ik wil beginnen met eerst, volgens ons protocol, Paul Sampi aan u voor te stellen. Paul Sampi is samen met mij naar verschillende delen van de wereld gereisd om campagne te voeren tegen een boek dat was geschreven door een Amerikaanse auteur, getiteld Australië op blote voeten. De naam van de auteur is Marlo Morgan. Volgens ons protocol wil ik ook eer bewijzen aan de Ouderen en aan hen die ons op deze aarde zijn voor geweest; aan degenen die hun levens hebben gegeven tijdens de verdediging tegen de bezetting van het continent dat nu bekend staat als 'Australië'. Paul Sampi zal vertellen over de betekenis van de Rode Oker. Rode Oker is een verf die we al sinds mensenheugenis kennen. Wij in het zuidwesten noemen het Wilgie. 'Oker' is een woord van de Oostkust en als zodanig is het algemeen bekend. [Eggington toont zakjes met oker-poeders.] Dit zien wij als de schatten van de Aarde. Het verschil in waardensystemen leidt tot verschillende manieren waarop mensen de wereld waarnemen. In de ogen van de westerse wereld liggen de schatten vooral in de mineralen, zoals goud, zilver, saffier, zink, ijzer en olie. Deze dingen kun je tot handelswaar maken, maar het zijn wel de botten van onze Moeder.
Wij beschouwen de Aarde als onze eerste Moeder, na onze dood gaan we terug naar haar baarmoeder.
De verhalen die bij deze okers horen zijn tevens verhalen die ons binden aan onze bloedlijnen, aan onze dieren-koningen. In het zuidwesten van Australië, waar ik vandaan kom, brengen we onze bloedlijnen in verband met het leven van de vogels.
Als Nyoongar geloven wij dat we pas mens zijn geworden nadat wij het vuur kregen van de vogels. Dankzij het vuur konden we ons warmen in tijden dat het klimaat veranderde, toen we nog nomadisch waren en onze seizoensgebonden tochten maakten. Het vuur voorzag in warmte en de mogelijkheid om eten te koken en daardoor konden de mensen samenkomen. En wanneer de mensen samen kwamen was dat met een heel ander waardensysteem dan dat van de westerse wereld. Ik denk dat we vanuit een religieus oogpunt moeten kijken naar de verschillen tussen Aboriginal spiritualiteit en de christelijke denkwereld.
Voordat Paul het verhaal over de Rode Oker vertelt, wil ik nog even in het kort een van de fundamentele verschillen uitleggen tussen de twee religieuze opvattingen. In het Christendom gelooft men dat de vrouw is geschapen uit een rib van de man, en dat zij daardoor, als een slaaf, zijn ondergeschikte is. Vandaar de grote feministische bewegingen in de jaren zestig en zeventig. In het Christendom is de man dominant ten opzichte van de vrouw. In onze spiritualiteit geloven we dat datgene wat het wezen van de vrouw uitmaakt parallel loopt aan wat wezenlijk is voor de man. Haar heilige plekken voor het houden van ceremonies liggen apart van die van de man. Haar Wet werd apart van de onze uitgevoerd, en vice versa. Daarom hebben wij, wat we noemen, 'de Wet van de man' en 'de Wet van de vrouw'. Een vrouw neemt nooit deel aan een mannen-ceremonie en een man nooit aan een vrouwen-ceremonie. De straf voor vrouwen die getuige zijn geweest van een mannen-ceremonie is de dood. Er is geen misverstand over, geen tweede kans: het is de dood.
Ten overstaan van de internationale media hebben we opgemerkt dat als Marlo Morgan werkelijk heeft gedaan wat ze zegt te hebben gedaan - als een vrouw -, daar onder de Aboriginal Wet de doodstraf op staat. Ze heeft die opmerking uit haar verband getrokken en tegen de media gezegd dat Robert Eggington, in maffia-stijl, een prijs op haar hoofd had gezet. Vandaar dat er problemen waren met de FBI, toen een delegatie van Aboriginal Ouderen naar de Verenigde Staten reisde, als gevolg van het misverstand dat daardoor was ontstaan. Een en ander kwam natuurlijk voort uit haar abominabele begrip van de stamrelaties en van de aspecten van de Aboriginal Wet die gelden met betrekking tot mannen- en vrouwenzaken. We spraken over een vorm van spiritualiteit en over waar het zou eindigen als een vrouw een ceremonie van mannen zou zien. Dat zou leiden tot de dood. Maar dat betekent niet dat wij opdracht hadden geven daadwerkelijk een pistool te voorschijn te trekken om deze vrouw om te brengen.
Volgens ons protocol wil ik u nogmaals voorstellen aan Paul Sampi. Paul is van One Arm Point, dat in het noordwesten van West-Australië ligt.

Paul Sampi:
Ik wil u danken voor uw gastvrijheid. Robert en ik zijn rechtstreeks van de andere kant van de wereld gekomen om iets van onze cultuur en kennis met u te delen. Ik ben niet als dief of als spion gekomen, maar als vriend. Dus hoop ik dat u mij accepteert als een van u. Dank u.
Om terug te komen op wat Robert zei - de Rode Oker is een heilige verf voor ons, zij komt van grond die in verband wordt gebracht met de Haai en de Blauwe Walvis. Er was een gevecht tussen de Blauwe Walvis en de Haai, en natuurlijk is de Walvis groter en sterker dan de Haai. De Haai zocht zijn weg terug naar het strand, het bloed liep over zijn hele lichaam en de zee zag rood van het bloed. Dit is wat er gebeurde en dit is het bloed van de Haai en de Blauwe Walvis. [Paul Sampi laat het publiek een zakje met Rode Oker-poeder en andere okerpoeders zien.] Tot op de dag van vandaag is dit voor ons iets heiligs, we gebruiken het in onze ceremonies.
Dit stukje witte oker is van een van onze grote zee-adelaars, die groter is dan die van Amerika, kan ik u verzekeren. Dat zijn de uitwerpselen van de adelaars.
Dit gele spul bestaat uit de uitwerpselen van de wilde hond die we Dingo noemen.
Ons land is heilig voor ons, wij leven voor het land en we leven van het land. De sterren en de dieren, daar leven we voor.
Het allerbelangrijkste is - om terug te komen op Marlo Morgan -: wij willen graag dat Europeanen of niet-Aborigines naar ons land komen en onze Wet zien, erover lezen. Maar ze moeten hem niet zelf in praktijk gaan brengen, of wegnemen van ons. We verzoeken jullie alleen maar om hem te respecteren. Want in de Aboriginal gemeenschap is respect heel belangrijk, het is als een monument, dat naar grote hoogten reikt.

Robert Eggington:
Dat was het verhaal van het gevecht tussen de Blauwe Walvis en de Haai. Wij kwamen vandaag naar dit fictieve proces met als motto dat vrijheid van meningsuiting nooit als excuus kan worden gebruikt om inbreuk te maken op de culturele gevoeligheden en de rechten van inheemse volken. Wij willen vandaag een paar kwesties met jullie bespreken die betrekking hebben op de manier waarop ons land werd gekoloniseerd: een paar van de tragedies die wij als inheems volk moesten ondergaan. Maar we willen ook het thema van de vrijheid van meningsuiting aan de orde stellen, omdat het handelen wordt bepaald door de grondhouding die iemand heeft. Wanneer mensen spreken geven zij uitdrukking aan die houding. Dus alles wat wij vandaag zullen zeggen is een expressie van dit thema, ook al is het moeilijk rechtstreeks het verband te zien met het onderwerp van het recht op vrijheid van meningsuiting. Het is heel belangrijk dat u begrijpt of kunt bevatten dat in onze cultuur kennis niet beschikbaar is louter om het feit dat die kennis voorhanden is. Kennis is beschermd door het recht van ceremonie of initiatie. Je wordt een man door het ontvangen van kennis, via het begrijpen van bepaalde liederen of door inzicht in hoe de Schepping zich heeft voltrokken.
Tweehonderd jaar geleden werd ons land door de Britten gekoloniseerd. Wij willen jullie een paar foto's laten zien van de tragedies die zich tijdens dat historische proces voltrokken. Onze mensen werden geketend, als honden, als beesten. Zowel in het noordwesten als in het zuidwesten, en vervolgens werd ons het land ontnomen. Er werden grote gevangenissen gebouwd op eilanden buiten de westkust van West-Australië, een gebied dat nu bekend staat als Rodness. Deze plekken zijn vakantiebestemmingen geworden, terwijl er ondiepe Aboriginal graven liggen. Dit gedeelte van de geschiedenis van ons land is iets waar blank Australië zich geen voorstelling van kan maken: wat dit voor onze mensen betekende, wat deze vorm van genocide inhield. Het zijn de ketenen van de dominante maatschappij, en nog steeds zijn ze niet weggehaald. Integendeel, door de regeringspolitiek worden ze eerder verder aangehaald. De ketens bestaan weliswaar niet in de letterlijke zin van het woord, maar kijk eens naar de volgende getallen. Terwijl ons volk één procent van de totale bevolking van Australië uitmaakt, bestaat vijfenzestig procent van de gevangenisbevolking uit Aborigines. In de jeugdgevangenissen bestaat vijfentachtig procent van de bevolking uit jonge Aboriginal kinderen.
Het recht op vrijheid van meningsuiting kan dus niet louter het recht zijn van één waardensysteem. Wij zijn deze campagne tegen Australië op blote voeten begonnen om onze mensen het recht te geven zelf het woord te voeren over onze cultuur en gewoonten.
Ik wil jullie iets zeggen over een paar manieren waarop de Aboriginal cultuur in Australië voor commerciële doeleinden werd geëxploiteerd. Twee jaar geleden namen wij, in Dumbartung, het initiatief tot het opzetten van een Wall of Shame. We deden dit naar aanleiding van een regeringsonderzoek naar het ongewoon hoge aantal sterfgevallen onder Aboriginal gedetineerden. Een van de






































Robert Eggington en Paul Sampi

aanbevelingen van de regering was het opzetten van een Hall of Fame, zoals zij het noemen, waar ze Aborigines die zich verdienstelijk hadden gemaakt in de schijnwerpers konden plaatsen. Toen wij van Dumbartung daarmee werden geconfronteerd, dachten we dat het meer passend zou zijn om een Wall of Shame op te zetten. Aan de Wall of Shame hebben we voorbeelden opgehangen en Peter zal een paar daarvan omhoog houden. [Peter Madden van Galerie Boomerang in Amsterdam houdt posters en andere voorwerpen omhoog.] 
Eén van de zaken in Australië waarover we ons op dit moment zorgen maken is wat voor gevolgen het eco-toerisme naar de heilige en bijzondere gronden van ons volk met zich meebrengt. Dit geldt met name in het zuidwesten, voor een gebied dat we aanduiden als 'de schachten van rood goud en okerklei', en voor een zeer heilig gebied dat Wave Rock heet. Dat zijn nu toeristische Mekka's geworden. Ze hebben zo'n grote commerciële waarde, dat de deelstaatsregeringen die waarde in dollars uitdrukken en publiceren om maar meer toeristen te trekken. Er is zoveel land ontnomen aan de Aborigines, dat er niet eens een Aboriginal managementstructuur bestaat om de waardevolle elementen van deze gebieden te beschermen. Wave Rock is een gebied waar volgens onze Wet de stammen werden verdeeld. Hier werd bepaald met wie Aboriginal mensen wel en met wie ze niet konden trouwen, om inteelt te voorkomen. Het was een heilig gebied voor vrouwen, een gebied waar ze kinderen baarden en waar de vrouwen kwamen om te genezen. Bij onze laatste reis naar Wave Rock zagen wij honderden Japanse en Europese toeristen uit hun tourbussen springen en zonder enig respect door dit bijzondere gebied struinen. Dus het is duidelijk dat Aborigines zich grote zorgen maken over de inbreuk op onze heilige gronden.

voorzitter Keep Schaepman:
Robert, ik ben bang dat jouw vijftien minuten voorbij zijn.

Robert Eggington:
Wij hebben een lange reis afgelegd. We komen van de andere kant van de wereld. Dan kunnen we er toch nog wel twee minuten bij krijgen?

voorzitter:
Het spijt me Robert, ik wil je graag alle tijd geven, ná de sessie. Ik zal Robert twee minuten extra geven als jullie ermee instemmen dat Piet Bakker ook zeventien minuten krijgt, want iedereen krijgt een gelijk deel.


Robert Eggington:
We hebben gesproken over de verschillen in waardensystemen, en in onze cultuur is tijd onbelangrijk. Bij ons worden de dingen niet bepaald door de macht van een of twee mensen. Onze Ouderen en onze mensen komen bijeen in wat wij noemen, 'de kampvuur-omgeving'. Daar worden alle zaken besproken.
[Robert Eggington laat voorbeelden van de Wall of Shame zien, ten eerste een paar T-shirts.] Dit zijn een paar voorbeelden van hoe de Aboriginal cultuur wordt gexploiteerd. Deze zijn allemaal in Korea en Japan gemaakt. Ook Japanse en Koreaanse artiesten maken kopieën van onze afbeeldingen.
[Laat een lappen kinderpop zien.] Dit soort dingen is enige tijd geleden verboden in de Verenigde Staten, zwart Amerika was woedend over dit Gollywog-fenomeen. De pop moest onze vrouwen uitbeelden, onze moeders en grootmoeders, onze zusters, dochters en nichten. Onze vrouwen vinden dit niet alleen bijzonder denigrerend, maar ze zien het ook als een vorm van heiligschennis van hun vrouw-zijn.
[Laat beschilderde boemerangs zien.] Dit soort voorwerpen, ook nu weer door mensen in Korea gemaakt, overspoelen de Aboriginal kunstmarkten in Australië. Net als deze theepot-houders, het is duidelijk dat die ook in Korea zijn gemaakt. Dus u kunt zien dat er een heel scala aan voorwerpen is dat Aboriginal beeltenissen en kunstuitingen draagt. Maar die producten zijn niet vervaardigd door Aborigines en hetzelfde geldt voor de afbeeldingen die erop zijn aangebracht.
Dit is het laatste wat ik jullie nog wil laten zien, het is een foto van Marlo Morgan.

Piet Bakker:
Ik hoop dat ik het in dertien minuten kan, zodat ik mijn twee minuten aan de vorige spreker kan schenken, en de zaal meer tijd heeft om vragen te stellen. Want ik denk dat dat interessanter is.
Een jaar of twee geleden kreeg ik een brief van een advocatenfirma met het bericht dat ik zeer spoedig een bevel van de rechtbank kon verwachten. Wegens belediging of smaad of laster, dat wist men nog niet precies, mocht ik voor de rechtbank verschijnen. Het was een advocatenfirma in Hilversum. Ik had een stukje in de krant geschreven waarin ik had gezegd dat iemand zijn doctorstitel enigszins onterecht had verkregen. Het ging om de bekende crisisdeskundige Charl S., wiens naam ik hier verder niet zal noemen.
Het is helaas niet doorgegaan. Merkwaardig was wel dat op het moment dat ik dat bevel kreeg om voor de rechtbank te verschijnen, ik onmiddellijk een aanbod kreeg van een hele grote advocatenfirma in Amsterdam die bereid was mij voor niks te gaan verdedigen. Ze hadden dit wel een mooi zaakje gevonden, want ze zeiden: 'De vrijheid van meningsuiting, dat kwam niet zo vaak voor in Nederland, wij kunnen dat niet zo vaak verdedigen.' Kennelijk hebben wij daar hier niet zo'n last van. Dus je zou kunnen zeggen: het is makkelijk praten voor mij, om hier de vrijheid van meningsuiting te verdedigen.
Vorige week kreeg ik een briefje van iemand waarin ik werd uitgemaakt voor 'laffe hoernalist'. Het was afkomstig van de Volksnationalisten Nederland. Ik had ook over de Volksnationalisten Nederland een onaardig stukje geschreven, kan ik u vertellen. Ik had ze beledigd en ze boden aan om mij van een brug te gooien of onder een trein te stoppen. Ik zal ze echter niet aanklagen. Ik vind ze verwerpelijk, het zijn weerzinwekkende ideeën die ze hebben, maar ik zal ze nooit voor de rechter halen. Totdat ze daadwerkelijk de ramen ingooien of mijn kinderen gaan bedreigen. Op dat moment gaat het me te ver. Dan gaat het niet meer om de vrijheid van meningsuiting maar om iets anders.
Je zou, nogmaals, kunnen zeggen dat ik makkelijk praten heb. Wij in het Westen, we hebben eten genoeg. De grootste vraag is of wij onze auto kwijt kunnen, heeft Freek de Jonge laatst gezegd. Het zijn kleinigheden, of je nou wel of niet voor de rechter wordt gesleurd. Alhoewel, ik moet zeggen: op het moment dat ik die brief van die advocatenfirma kreeg en de betrokkene mijn baas had ingelicht en hem verzocht mij van mijn functie te ontheffen, ik toch wel enigszins begon te transpireren. Want het is niet fijn om in je bestaan te worden bedreigd. Bovendien, de schadeclaims waren ook voor mijn rekening, stond er in die brief. Er is helemaal niets van terecht gekomen, helaas; ook helaas volgens de advocatenfirma, die het graag had willen doen.
Het zijn kleinigheden. Wat gebeurt er echter als je cultuur wordt beledigd, je volk, als alles waar je voor staat door het slijk wordt gehaald, als je wezen wordt aangetast? Je zou kunnen zeggen: wil je dat ook verdedigen, dat iemand dat doet? Hier is de spreker even stil en hij zegt: 'Ja. Ik verdedig hier de vrijheid van meningsuiting. Ik verdedig zelfs het recht om iemand te beledigen. Ik verdedig het recht om te liegen, het recht om te kwetsen, het recht om onzin te verkopen, eigenlijk. Dat mag van mij allemaal.' Wat verdedig je dan?
Ik heb vanmorgen in mijn boekenkast de drie meest beledigende, weerzinwekkende boeken gevonden. Ik had er veel meer mee kunnen nemen, kan ik u vertellen, maar ik heb er drie meegenomen.
Salman Rushdie, De Duivelsverzen. Het is beledigend voor een zeer grote groep mensen. Het is zo beledigend kennelijk, dat het nodig was om er een doodvonnis over uit te spreken. Ik heb het van A tot Z gelezen, ik vond het grappig op z'n tijd, maar niet beledigend. Andere mensen vinden het weerzinwekkend. Moet je dat verbieden? Ik vind van niet. Kan het erger? Ja.
Justine, Markies de Sade. Beledigend voor vrouwen, pervers. Sexuele dingen staan erin die we onze kinderen liever niet zouden laten lezen. Maar willen we het verbieden? Ik dacht het niet. 'Ach', zegt men, 'het is literatuur, het behoort tot onze westerse cultuurgoed, laat het maar staan.' Kan het nog erger? Jazeker.
American Psycho, een van de meest weerzinwekkende boeken die er ooit is geschreven. Het is Markies de Sade in het kwadraat. Het is niet alleen maar weerzinwekkend omdat het over sex en perversie gaat, het is weerzinwekkend omdat het de fundamentele westerse waarden aantast, zou je kunnen zeggen. Wat gebeurt er, zowel in Justine als in American Psycho? Het kwaad wordt beloond - dat is wat er gebeurt. Daarom is het zo'n onrustbarend boek, afgezien van het geweld en de perversie die erin voorkomt.
Ik ben bereid die boeken te verdedigen, ze mogen van mij in de winkel liggen, ze mogen van mij worden gekocht. Ik wil nog wel verder gaan: ik ben bereid de Bijbel te verdedigen. Ik ben zelfs bereid om Mein Kampf te verdedigen. En ik ben ook wel bereid Mutant Message Down Under te verdedigen. Ik heb het niet gelezen, moet ik u vertellen. Ik heb op het Internet gezocht en bekeken, en ik vond het een lachwekkend boek. Maar dat staat hier niet ter discussie, of het een belachelijk boek is of niet. Ter discussie staat of we dat zouden moeten verbieden. Het is misschien weerzinwekkend, het is fout, het is gelogen, het is beledigend. Het is zeer onrustbarend, sommige literatuur, maar ik denk niet dat we dat zouden moeten verbieden.
Ik denk dat er twee zaken worden verward. Ten eerste: de inhoud van de literatuur en alles waar het voor staat. Daar worden dingen in gezegd die we onrustbarend vinden en zeer fout en zeer gelogen. En bovendien staat het voor iets waar we tegen zijn; het staat voor genocide, het staat voor het uitroeien van een volk, voor het aantasten van de waarden. Maar door dat boek worden die waarden niet aangetast, volgens mij. De inhoud van de literatuur staat hier niet ter discussie; wat hier ter discussie staat is het recht om daarvan kennis te nemen en zelfs het recht om die kennis te verspreiden. Ik ben er voor om het tweede overeind te houden, om het recht van de vrijheid van meningsuiting overeind te houden, ondanks alles. Want er zijn practische bezwaren aan verboden. Ten eerste, wiens norm is het: mijn norm, uw norm, Roberts norm? Ik denk dat het een heilloze, eindeloze en vooral een uitzichtloze discussie wordt, wiens norm we hier gaan hanteren. De norm van Staphorst, de norm van de grachtengordel van Amsterdam, de norm van Australië? Ik weet het niet.
Bovendien kun je zeggen - en dat vind ik een belangrijk goed -: vrijheid van meningsuiting is nooit absoluut, nergens. Er zijn altijd grenzen. We mogen nog steeds niet ernstige beledigingen uitspreken. Dan kun je wel degelijk voor de rechter worden gesleept. Je mag geen staatsgeheimen verklappen, je mag geen smaad en laster verspreiden, je mag geen pornografie verspreiden - tenminste: sommige vormen niet. Er zijn dus grenzen aan. Er is altijd een wettelijk kader waarin dingen kunnen worden aangepakt die men algemeen te ver vindt gaan. Bovendien zou je kunnen zeggen: er is een historisch argument. Willen we horen bij de verbieders? Wat zijn dat voor een regimes die dingen verbieden met 'Ministeries voor Informatie'? Dat zijn altijd verwerpelijke, foute regimes en uit historisch oogpunt zou je daar liever niet bij willen horen.
Maar in dit geval gaat het om iets anders, het gaat om de aantasting van de cultuur. Nu is de vraag: kun je daar eigenaar van zijn? En eigenlijk denk ik dat je geen eigenaar van de cultuur kunt zijn. Je kunt een land hebben, je kunt een huis hebben, je kunt een naam hebben, je kunt een lichaam hebben. Maar een cultuur? Dat ontstaat in ons handelen, dat ontstaat in ons denken. En wat men wil met zulke verboden is: proberen het denken, en de voortbrengselen van dat denken, te beheersen.
Daar is nog een heel gevaarlijk puntje aan. Als je het denken van iemand probeert te beheersen, zullen ze op een gegeven moment het denken van jou gaan proberen te beheersen. Het denken is vrij, en dat moet zo blijven vind ik. De inhoud is weerzinwekkend. Ik wil het daar niet al te zeer over hebben, ik heb het niet gelezen, nogmaals. Wat ik erover gelezen heb is dat het lachwekkend was, eerlijk gezegd. Iemand die het gelezen had zei dat het boek 'communicates on numerous levels, it had an alarm-clock effect om me, a loud wake-up call, it reverberated through my soul.' Het is allemaal flauwekul natuurlijk, het is onsamenhangend gebrabbel, het is afkomstig van mensen met een zeer gemankeerd zelfbeeld. Het stond in een lijstje op de zevenennegentigste plaats van de New Age Top Honderd. Moeten we zo'n boek verbieden? Ik denk: zo'n boek verbiedt zichzelf, maakt zichzelf belachelijk. Wat moeten we met zo'n boek doen? Ik denk dat we het moeten uitlachen, we moeten het belachelijk maken, we moeten het bestrijden. En ik denk dat wat Robert hier net gedaan heeft precies is wat hij had moeten doen, en niet meer dan dat. Dank u wel.



Vragen van de jury


Jan Glastra van Loon:
Het lijkt nu net alsof er een duidelijke scheidslijn moet worden getrokken tussen wat wel en wat niet onder de vrijheid van meningsuiting valt. Ik denk dat dat niet mogelijk is, om het zo scherp te trekken. Maar het lijkt mij bovendien dat er twee vragen aan de orde zijn. De ene is: Mag je je beroepen op vrijheid van meningsuiting bij het uiten van zeer kwetsende dingen? Het andere is: Ben je niet verantwoordelijk als je iemand anders kwetst en hoor je dat niet na te laten? Het tweede zou ik willen bevestigen in ieder geval. En van het eerste zou ik willen zeggen - en dat heeft de tegenpleiter ook al gedaan -: dat is niet onbeperkt. De vrijheid van meningsuiting en de begrenzing daarvan is niet in abstracte woorden scherp te trekken. Is er een scherpe grens te trekken tussen wat wel en wat niet onder de vrijheid van meningsuiting valt? En is het niet zo, dat wat binnen de vrijheid van meningsuiting valt, zo beledigend en kwetsend kan zijn dat je het toch moet laten?

Piet Bakker:
Kijk, of je het moet laten is natuurlijk een persoonlijke vraag voor degene die het uit, maar op een gegeven moment komt er een andere vraag, aan de rechter of een instantie, om daar een uitspraak over te doen. Ik vind dat je het in sommige gevallen moet laten. Ik vind overigens ook, dat je in sommige gevallen wel degelijk beledigend móet en mag zijn. Er zijn mensen die erom vragen beledigd te worden. Niet één keer, maar diverse keren. En ik wil niet zeggen dat ik daar mijn beroep van heb gemaakt, maar als het moet dan ben ik bereid om mensen hard aan te pakken.
Ten tweede: het is nooit absoluut, dat klopt. Ik pleit er echter wel voor om zo min mogelijk te verbieden. Bij ons in het dorp zeiden ze vroeger: 'Het is de achterdeur uit als je dingen gaat verbieden.' Je slaat per definitie de verkeerde weg in als je dat gaat doen.

voorzitter:
Ik wil Robert Eggington vragen om hierop te reageren. Is er een scherpe grens te trekken tussen wat wel en wat niet onder de vrijheid van meningsuiting valt?

Robert Eggington:
Wij zijn bezorgd over de manier waarop Marlo Morgan het boek Mutant Message Down Under schreef, het feit dat het culturele onjuistheden en vertekende beelden schept ten aanzien van wie we zijn als menselijk ras. Al tweehonderd jaar hebben in ons land gestudeerde mensen gesproken over wie wij zijn; doctoren, advocaten, onderzoekers. Ons is, als inheems volk, een fundamenteel mensenrecht ontnomen, namelijk het recht om te spreken in de eigen taal. Een generatie geleden werd ons volk onderworpen aan de Native Welfare Act in West-Australië. Kinderen werden met geweld weggehaald bij hun moeders en vaders, en vervolgens geplaatst in tehuizen. Dus wat betreft de vrijheid van meningsuiting: we verkondigen niet wereldwijd dat vrijheid meningsuiting géén recht is. Maar vrijheid van meningsuiting gaat gepaard met een grote verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld wanneer andere mensen gaan schrijven over wat tribale of inheemse volken van de wereld zijn, vanuit een niet-inheems perspectief. 

Michaël Zeeman:
Ik heb twee vragen aan beide pleitbezorgers. Piet Bakker zegt dat het gebied, waarvan je moet zeggen: 'hier houdt de vrijheid van meningsuiting op', zo klein mogelijk moet blijven. In zijn toespraak nam hij ook het nette westerse liberale standpunt in en toonde hij zich zelfs bereid de verdediging van Mein Kampf op zich te nemen, zij het dat er aan Mein Kampf natuurlijk een aantal andere juridische kanten zitten dan alleen die van de vrijheid van meningsuiting, maar dat terzijde. Hij gaf aan hoe ruim het is. Hij zei: 'Ondertussen mag je al een heleboel niet, je mag geen bepaalde vormen van pornografie verspreiden, je mag geen staatsgeheimen verklappen, je mag niet lasteren en smaad verkopen.' Bij dat laatste gaat het er natuurlijk om: waar wordt het lasteren? Begrijp ik het nou goed? Als hij zegt: je gooit veel weg op het moment dat je de vrijheid van meningsuiting een beperking oplegt, bijvoorbeeld als het gaat om het kwetsen, en daarbij zegt hij dat bepaalde mensen niet vaak genoeg kunnen worden beledigd - betekent dat dat hij eigenlijk dat hele laster/smaad-terrein het liefst zou opgeven, zoals dat in feite natuurlijk in Nederland gebeurd is? Op laster en smaad staat zo ontzaglijk weinig straf dat iedereen zich dat kan veroorloven, hoe weinig die ook verdient. Je kunt iedereen op de meest gruwelijke wijze belasteren, want dat leidt hooguit tot zeshonderd gulden boete en er is altijd wel iemand bereid om je een paar honderd gulden te lenen. Begrijp ik dus nu dat hij dat terrein gewoon het liefst zou opgeven?

Piet Bakker:
Ik denk dat het terecht is dat er sommige dingen nog steeds niet mogen. Een van de criteria bij laster bijvoorbeeld is dat het in strijd met de waarheid is en dat dat ook is aan te tonen. Ik vind nog steeds dat als iemand onwaarheid vertelt, je hem daarvoor zou kunnen aanpakken - wanneer het ook nog beschadigend voor iemand is. Ik vind het in dit geval misschien zelfs wel een beetje vervelend dat het bijproduct van zo'n proces de publiciteit is, want het is niet die zeshonderd gulden die de hindernis is in Nederland.



Michaël Zeeman:
Iedereen die een proces begint wegens laster of smaad heeft het op voorhand verloren. Ook al wint hij het proces.

Piet Bakker:
Ik denk aan de andere kant: die publieke opinie is juist het middel waarmee mensen zich teweer kunnen stellen tegen laster of smaad.

Michaël Zeeman:
Dus het punt is: als het apert gelogen is, dan zou het onder laster of smaad mogen vallen.

Piet Bakker:
Wanneer het apert gelogen is en beschadigend is voor iemand, dan zou een rechter daar een uitspraak over kunnen doen. Het probleem is dat als die iets zou verbieden, dat verbod natuurlijk op dat moment weer in de krant komt en dan is het hele doel wat men nastreeft verdwenen. Ik vind niet dat je dat op zou moeten heffen, maar ik vind dat je dat gebied zo klein mogelijk zou moeten maken. Ik vind dat het belangrijkste van de vrijheid van meningsuiting is dat je daar in het openbaar over van mening kan verschillen.

Michaël Zeeman:
Maar in het openbaar liegen mag niet?

Piet Bakker:
Als iemand daar bezwaar tegen maakt, en het is schadelijk voor iemand, dan mag iemand daarna naar de rechter gaan, dat vind ik terecht.

Michaël Zeeman:
Ik zou bijna het liefst commentaar geven nu, want het lijkt me dat het Openbaar Ministerie vertienvoudigd moet worden, als dit het criterium zou moeten zijn.
Mijn tweede vraag is voor Robert Eggington: Is het voldoende, als reactie op schaamteloze leugens over jullie cultuur en geschiedenis, dat je de mogelijkheid krijgt te antwoorden wat je wilt; ik bedoel: is tegen-kritiek, tegen-reactie, voldoende, of hebben we meer instrumenten nodig dan, laten we zeggen, het publieke debat?


Robert Eggington:
Onze waardensystemen zijn gebaseerd op heilige kennis. Om te begrijpen wat heiligheid is, en om onze spiritualiteit en cultuur te begrijpen, moet men de dingen bezien vanuit een ander waardensysteem dan dat van de westerse wereld. Over wat vrijheid van meningsuiting is bestaat tussen mensen geen eenduidigheid. Wat we bijvoorbeeld te horen kunnen krijgen is dat iemand aansprakelijk wordt gehouden voor het feit dat hij iemand anders heeft beledigd. Of dat men wellicht andermans gevoelens heeft gekwetst of karakter heeft geschaad, belasterd.
Maar waar we vandaag over praten is het recht om onze heilige kennis te beschermen tegen het binnensluipen van bijvoorbeeld de New Age-markt, die is zeer winstgevend en er zitten politieke belangen achter. Dus wij zeggen niet dat we als mens gekwetst zijn door Mutant Message Down Under. Wij zijn een groots volk, wij zijn het begin, de eersten, wij zijn de oorsprong, dus we kunnen de ontmenselijkende elementen van Mutant Message zonder moeite verdragen. Maar waar we ons zorgen over maken is een voortgaande ontwikkeling, die Marlo Morgan in staat stelde Mutant Message te schrijven. Die ontwikkeling is in ons land al tweehonderd jaar lang gaande. Onze kennis en informatie die betrekking had op onze Wetten, is uit onze levens geroofd. We zien de inbreuk op onze heiligheid als 'het voortgaande proces van genocide'; voor ons volk is het een vorm van 'spirituele kolonisatie'. En dat is waaraan boeken als Mutant Message zich schuldig maken, ze plegen een vorm van spirituele kolonisatie. Zelfs onze jonge kinderen thuis, van zeven en acht jaar oud, begrijpen wat de implicaties van dergelijke boeken zijn. Er zit een bedoeling achter, een kwade bedoeling. Want laat ons nooit vergeten: Mutant Message Down Under is slechts één van de boeken en Marlo Morgan is slechts één van die mensen.
Welke krachten steken achter die mensen die zich aan deze vercommercialisering schuldig maken? Het zijn multinationals zoals HarperCollins, dat het eigendom is van Rubert Murdock, 'de baas van de media'; United Artists, de filmmaatschappijen in Hollywood en alle uitgevers over de hele wereld die groot geld verdienen aan de vercommercialisering van onze cultuur en andere inheemse culturen.
We verzetten ons tegen het feit dat Morgan zichzelf toegang heeft verschaft tot antropologische geschriften en verslagen, geschiedenisboeken - je kunt ze in iedere Australische bibliotheek krijgen -, en dit materiaal voor haar eigen fantastische theorie heeft gebruikt om hier vervolgens honderden miljoenen dollars mee te verdienen. Het ontmenselijkt ons als inheems volk, de kolonisering van onze 'spirit' wordt voortgezet. En zoals Paul Sampi zeer terecht opmerkte: onze denkbeelden zijn anders dan die van jullie. We kunnen land niet bezitten of kopen, hoe durft iemand te denken dat hij de Moeder kan bezitten? Zou je je moeder verkopen? Zou jij je moeder op de markt verkopen? We behoren toe aan de Aarde, de Aarde behoort niet toe aan ons. En wij zullen de heiligheid beschermen, koste wat het kost. Er is geen rechtbank op aarde die ons, als zwart Australisch volk, het recht zal ontnemen om ons verhaal op onze eigen manier te vertellen. En dat is precies wat we hier vandaag aan het doen zijn.

Roel van Duijn:
Een vraag aan Piet Bakker. Ik kan me het standpunt over smaad en laster wel voorstellen; dat je daar niet zo vreselijk zwaar aan tilt als het gaat om mensen die zich heel goed op een andere manier kunnen verdedigen, bijvoorbeeld met pen, computer of email, of die geld genoeg hebben om advertenties te plaatsen. Maar het gaat hier natuurlijk om mensen die zwak staan in hun mogelijkheden, materieel en intellectueel gesproken - 'intellectueel' op de westerse manier dan. Daarom ligt die discussie natuurlijk wat subtieler. De vraag is: Kunnen we het ons veroorloven dat we smaad en laster toestaan tegenover de allerzwaksten op de aarde? Kun je je daar misschien nog over uitlaten?

Piet Bakker:
Natuurlijk is het wat genuanceerder, maar for the sake of argument breng ik het wat zwart-wit. Het is natuurlijk niet even makkelijk om zich tegen smaad te verzetten, het is eigenlijk nog veel ingewikkelder. Een persoon kan zich daar redelijk tegen verzetten. Een persoon kan bijvoorbeeld, maar dat is nogal juridisch, aantonen dat hij ergens last van heeft, dat hij wordt geschaad. Het wordt heel wat moeilijker als we het over een cultuur hebben, want hoe verdedigt een cultuur zich? Je kan zeggen: 'Ben je belanghebbende bij de cultuur?' Maar het is in feite nog veel ingewikkelder: Kan een cultuur zich beschermen tegen inbreuken die er op haar worden gemaakt? Als de hele Amerikaanse samenleving denkt dat alle Nederlanders op klompen lopen en de hele dag een vinger in een dijk steken, dan is dat ook een aantasting van onze cultuur. Dat kan ons niet zoveel schelen, wij kunnen daar wel tegen, maar er zijn culturen die op een heel fysieke manier worden bedreigd en die zullen daar veel meer last van hebben.
Nu zijn er twee mogelijkheden. Je kunt proberen een verbod op dat boek af te dwingen of proberen het uit de handel te laten halen, en je kan proberen om het rechtstreeks aan te vallen. En als je moet kiezen, dan voel ik emotioneel meer voor de tweede manier. Het enige wat kan, in dat geval, is proberen zodanig fondsen te creëren dat je je dit wel kan permitteren, dus de directe aanval op iets, in plaats van afstevenen op een verbod. Dus ik ben voor een geheel andere strategie in dit geval, voor de publiciteitstrategie - hoe moeilijk dat ook is.

voorzitter Kees Schaepman:
Maar wat hier een complicerende factor is, is dat het om heilig geachte informatie gaat. Het is natuurlijk iets anders als je beledigd wordt omdat je wordt afgeschilderd als iemand die op klompen loopt en z'n vinger in een dijk steekt. De essentie van rituelen is dat ze heilig zijn en dat de informatie daarover beperkt is tot de groep die eraan deelneemt. Ben je dan gerechtigd, omdat je die vrijheid van meningsuiting hebt, om informatie daarover te publiceren? 

Piet Bakker:
Deze opmerking zal mij geen goed doen, maar er ís geen 'heilige informatie'.


Vragen uit de zaal


vragensteller:
Ik ben cultureel antropoloog. Ik denk dat de discussie nogal ongelijkwaardig is. Ik had het gevoel dat ik als Nederlander in een tamelijk provinciaal debat verzeild was geraakt. Om het debat een beetje op niveau terug te brengen heb ik eigenlijk een hele moeilijke vraag, denk ik, maar wel een belangrijke. Hoe ziet Piet Bakker de relatie tussen het eurocentrisme, waarover mevrouw Shiva heeft gesproken, en de vrijheid van meningsuiting? Hoe is de relatie voor jou, Piet Bakker, tussen de vrijheid van meningsuiting en het eurocentrisme? En dezelfde vraag wil ik eigenlijk ook aan Robert stellen.

Piet Bakker:
Ik ben geen aanhanger van het postmoderne denken. Ik ga er niet van uit dat allerlei culturen maar door elkaar heen zweven en dat er geen waarden belangrijk zijn. Ik vind namelijk wel dat er universele waarden zijn en misschien projecteer ik daarmee mijn eigen westerse waarden op die universele waarden, maar ik vind dus echt dat vrijheid van meningsuiting een universele waarde is. De suggestie van je vraag is dat 't te maken zou hebben met een soort van etnocentrisch standpunt, dat je je westerse waarden projecteert en dat iedereen die maar zou moeten volgen. Ik echter kan niet ontsnappen aan mijn etnocentrisme, dat spijt me erg, maar dat is onmogelijk. Dat is ook voor jou onmogelijk natuurlijk. Ik realiseer me dat er ongetwijfeld een etnocentristisch aspect aan zit. Ik heb die waarden en ik vind dat ze universeel zouden moeten zijn. Wat iets anders is als dat ik ze met geweld aan iedereen op zou willen dringen. Maar ik denk ook eigenlijk dat het wel een universele waarde is, ja. Ik ben er wel voor, voor vrijheid van meningsuiting. Ondanks alles.


Robert Eggington:
Wij zijn van mening dat vrijheid van meningsuiting het fundamentele mensenrecht is van alle mensen. Maar zoals we eerder al zeiden, en zoals we vanuit ons culturele-waardensysteem overeind zullen blijven houden: vrijheid van meningsuiting gaat gepaard met een grote verantwoordelijkheid. Wat van belang is, is de manier waarop iemand zich de kennis verwerft om een volgende levensfase in te gaan, de heiligheid van de ceremonie en de heiligheid van de manier waarop kennis van ene generatie op de andere wordt overgedragen. Hoe jonge jongens mannen worden, de kennis van de liederen die tijdens de ceremonie worden gezongen. Ze zullen het recht op die kennis verwerven zodra ze dat moment in hun leven hebben bereikt en waarvandaan ze verder gaan naar een volgende fase.
Ik kan me voorstellen dat het wat moeilijk is om dit te begrijpen. Het heeft te maken met dezelfde reden als waarom we baby's geen scheermesjes geven om zich mee te scheren, weet u. In onze cultuur en binnen onze waardensystemen is die kennis bewaard gebleven als de grondslag voor het begrip van het leven zelf. Vandaag deelde Paul Sampi een verhaal met u, dat verhaal gaat terug naar de oorsprong van de tijd. Dat verhaal werd met niemand binnen de stam gedeeld, het was een verhaal dat gegeven werd aan jonge jongens toen ze man werden, zodat ze konden begrijpen waar ze vandaan komen, wie en wat ze zijn.

vragensteller:
Ik wilde even doorgaan op het punt van Piet Bakker, dat er volgens hem geen heilige kennis is. Ik probeer dan even te zoeken in onze westerse cultuur en ik kom dan dingen tegen als 'medisch geheim' en 'vertrouwelijkheid tussen arts en patint', het feit dat we in verband met verzekeringen bepaalde zaken niet bekend willen maken. Hoezeer geldt dan dat kennis níet heilig is?

Piet Bakker:
Ik had 'heilig' in de eerste instantie in een andere zin begrepen. Het gaat om religieuze informatie. Ik vind dat religieuze informatie niet heilig is. Ik heb daar geen enkel ontzag voor, in de zin dat dat verborgen zou moeten blijven; ik vind ook niet dat de geheimen van de vrijmetselaars verborgen zouden moeten blijven. En als ik iets weet van iemand en het is mijn geheim, dan zal ik dat niet vertellen. Als iemand mij iets in vertrouwen vertelt dan houd ik daar mijn mond over. Dat is de relatie tussen een arts en een patiënt en dat is van een geheel andere orde. Waar ik het over had is de vraag of religieuze geheimen, die tot een bepaalde cultuur behoren, geheim moeten blijven. Nee, daar heb ik geen ontzag voor, het spijt me.

voorzitter Kees Schaepman:
Een medisch geheim is een afspraak tussen de patiënt en zijn arts. Als een arts mij als journalist de medische geheimen van zijn patiënten zou vertellen is er voor mij geen enkele beperking om dat te publiceren, die arts is alleen de fout in gegaan. Dat is, met andere woorden, wat Piet Bakker zegt.

Robert Eggington:
De relatie in de medische wereld tussen arts en patiënt is, tot op zekere hoogte, gebaseerd op vertrouwelijkheid van persoonlijke informatie over je gezondheid. Ook in dit geval denk ik dat het moeilijk is een vergelijking te maken, vanwege de manier waarop het waardensysteem van de Aboriginal spiritualiteit verschilt van de inzichten binnen de westerse wereld, vanwege de religieuze context van het christendom, et cetera. Een vraag die ons altijd wordt gesteld met betrekking tot heiligheid luidt: Wat kan er binnen de westerse wereld worden vergeleken met Aboriginal ceremonies in ons land? Sommige mensen zullen dingen noemen als: de begraafplaatsen, de kerkhoven; deze zijn net zozeer voor ons heilig als voor jullie. We willen niet dat mensen onze voorouders opgraven. En dat is ongeveer zo ver als de vergelijking opgaat.
Veel van onze heilige en ceremoniële kennis is gestolen, net als elders op de wereld is gebeurd. Inheemse volken moeten ervaren dat heilige kennis en heilige culturele voorwerpen, die deel uitmaken van ceremonies, van hen worden gestolen. 'Vertrouwelijkheid' heeft onder Aborigines een hoge prioriteit, maar zij is niet zo oppervlakkig.

vragensteller:
Ik ben actief binnen de organisatie Simpos, die stelling neemt tegen, wat je kunt noemen, excessen in de New Age en in de esoterie - voor zover die excessen niet normale tendensen zijn in die stromingen. Daar zou ik rustig een uur over kunnen praten, maar ik zal het kort houden. Ik begrijp dat Piet Bakker zegt: 'Je moet zo min mogelijk verbieden, het is beter om boeken aan te vallen.' Mijn vraag is: waarom valt híj die dingen niet aan, en, als hij dat wel doet, waar bestaat die aanval uit?
Ik denk dat in Nederland, in West-Europa en in de Verenigde Staten veel te weinig stelling wordt genomen tegen boeken als die van Marlo Morgan en van Redfield. Zij plunderen en exploiteren het gedachtengoed van andere culturen. Ik weet niet wie Piet Bakker is, maar ik heb een donkerbruin vermoeden dat hij dat niet doet. Hij zegt dat je het eigenlijk aan zou moeten vallen, maar hij doet het zelf niet.

Piet Bakker:
Ik heb het hier niet gedaan, omdat ik hier voor iets anders ben gevraagd. Volgens mij zijn excessen niet symptomatisch voor de New Age, maar ze zijn er synoniem aan. Als ik zou zijn gevraagd om hier de New Age aan te vallen, dan was ik niet gekomen. Ik vind dat zo'n belabberd verschijnsel, dat ik met die flauwekul mijn tijd niet ga verdoen.

vragensteller:
Waar het om gaat is dat hier net als in het geval van genetisch materiaal, gedachtengoed wordt gestolen. Dat gebeurt door Redfield, dat gebeurt door Morgan. Het is niet alleen stelen, het is ook nog een keer falsificeren, en dat soort dingen gebeurt vooral in de New Age. Ik wil er vooral op wijzen dat dat gewoon harder moet worden aangepakt.

Piet Bakker:
Er is een fundamenteel verschil tussen het plunderen van begraafplaatsen en het plunderen van kennis, ook al is het laatste ontzettend bedreigend. Volgens mij is er wel degelijk een fundamenteel verschil. Het eerste is absoluut te verbieden; het moet ook worden verboden. Ik zou hier ook nooit gaan verdedigen dat je mensen hun bloed mag aftappen of hun land mag stelen. Het enige wat ik hier verdedig is dat de gedachten vrij zijn. Jij doet alsof het 't zelfde is, het plunderen van begraafplaatsen en het verspreiden van en gebruik maken van kennis.

vragensteller:
Robert Eggington, wat zou u ervoor voelen een andere weg in te slaan: niet die van de censuur of het verbod, maar misschien die van het aanmoedigen van een reactie op de misvattingen vanuit uw eigen cultuur? Denkt u dat het een goed alternatief zou zijn als u meer de nadruk zou leggen op het formuleren van een antwoord of het uitbrengen van een positieve boodschap, in geval uw cultuur wordt belasterd?

Robert Eggington:
Er zijn veel manieren waarop Aborigines zelf de Aboriginal cultuur op passende en juiste wijze voor het voetlicht brengen. We hebben in onze gemeenschappen vele uitstekende schrijvers die over onze cultuur schrijven. Natuurlijk weten Aborigines precies wat heilig is en bescherming verdient, en wat zonder probleem naar buiten kan worden gebracht voor het grote publiek. Al tweehonderd jaar hebben Aborigines in ons land kennis met niet-Aborigines gedeeld. Hoe kon de blanke man overleven in Australië? Hij wist niet waar er water te vinden was toen hij hier voor de eerste keer kwam; Aborigines wezen hem de weg. Ze leerden hem welke dieren gegeten konden worden: de kangoeroe, de emoe, slangen - de Britten aten deze om in ons land te kunnen overleven. Ze leerden welke planten konden worden gebruikt voor medicinale doeleinden en welke planten konden worden gegeten. Maar luister, onze mensen gingen terug naar diezelfde waterputten, die we eerder aan de blanke man hadden getoond. Vandaag de dag is datzelfde water vergiftigd, als onderdeel van het proces van genocide.
Dus ons punt is dat we nog steeds kennis delen; Paul Sampi en ik geven u hier vandaag kennis en informatie over ons volk en onze mensenrechten. Maar het is aan het individu zelf te bepalen hoe men het passende respect betoont wanneer men deelgenoot wordt van spirituele wijsheid. We hebben het niet over academische of geïnstitutionaliseerde kennis. We hebben het over een op de Aarde gebaseerde religieuze kennis die Aborigines al tweehonderd jaar uit vrije wil hebben gedeeld.
Mutant Message Down Under is een absurd boek. Ik ben van mening dat het zo populair werd door de racistische bedoelingen van de krachten die achter de publicatie van dat boek zaten. En als we het hebben over die krachten dan hebben we het over de 'HarperCollins-en' van deze wereld. Al vier jaar lang schrijven we stukken aan het adres van de financiële agentschappen en juridische afdelingen van HarperCollins, om opheldering te krijgen over bepaalde zaken die van belang zijn voor onze campagnes. Tot op de dag van vandaag hebben we nog nooit één antwoord van die onderneming mogen ontvangen, zelfs niet een brief waarin de ontvangst van onze stukken wordt bevestigd. We stuiten op een muur van stilte, precies zoals Aborigines dat al tweehonderd jaar doen.


Uitspraak van de jury


Michaël Zeeman:
De columnist Nico Scheepmaker heeft eens gezegd: 'Je moet alles kunnen schrijven, maar je moet niet alles wíllen kunnen schrijven.' Iets dergelijks geldt waar het gaat om het standpunt 'gedachten zijn vrij'. Dat is natuurlijk zo, gedachten zíjn vrij. Maar moet je ze allemaal willen publiceren en verspreiden? Dat is de vraag waar het om gaat. Want vanaf het moment dat je de volmaakte vrijheid van meningsuiting opvat als de mogelijkheid om alles wat je voor de geest komt op te schrijven en te publiceren, komen er bepaalde mensen of bepaalde groepen mensen in het gedrang. En dan moet het recht iets gaan doen, want het recht is immers altijd het recht van de kwetsbaarste: daar moet voor worden opgekomen. In de huidige omstandigheden zijn dat in Nederland - Piet Bakker heeft erover gesproken - eigenlijk alleen maar het staatsgeheim en sommige vormen van erotisch handelen die onder de beperking gevallen van de vrijheid van meningsuiting. Immers, het belasteren, bekladden of smaden van derden is door de bespottelijke strafmaat die daarvoor wordt gehanteerd gewoon vrijgegeven. En dat kan worden opgerekt tot het besmaden en belasteren van individuen in datgene wat hun privacy is, in datgene wat hun heilig is. Als een van de sprekers zegt 'er is niets heilig', dan gelooft de jury hem niet helemaal. Wij denken dat er aspecten zijn in zijn leven die hij ook heilig zou vinden. Wanneer we overmorgen de bandjes afluisteren van zijn telefoongesprekken, die uittypen en publiceren, gaan we nog eens kijken wat er allemaal heilig is en niet heilig.
Als het serieus zo is dat de wetgever de kwetsbaarste dient te beschermen, dan ligt er een taak in het formuleren van een duidelijk idee van wat smaad en laster is. Maar vooral in het zeer aanzienlijk ophogen van de mogelijke strafmaat en het daarmee scheppen van een preventieve maatregel. Een preventieve maatregel die duidelijk maakt dat de auteurs niet lichtvaardig dienen om te springen met beschuldigingen of lichtvaardig omgaan met dingen die anderen heilig zijn. Natuurlijk is het ongelooflijk moeilijk om daarin een scherpe principiële grens te trekken. Dat zou moeten gebeuren door al die nuances die nu in jurisprudenties aanwezig zijn en die betrokken worden bij eventuele smaadprocessen ook hier opnieuw onder ogen te zien.
Natuurlijk is elke bewering context-afhankelijk, natuurlijk is de mate waarin een bewering kan worden gecontroleerd afhankelijk van omstandigheden. Natuurlijk is een column iets anders dan een reportage. Natuurlijk is een roman, een werk van de verbeelding, iets anders dan een gesuggereerd reisverslag - al wordt daar later in gezegd dat het reisverslag op reisindrukken is gebaseerd. Dat soort nuanceringen dient daarbij gebruikt te worden, want niemand wil dat een werk van de verbeelding, zoals het veelbesproken boek van Rushdie dat in dit verband vaak als voorbeeld wordt aangehaald, zou kunnen worden weggeveegd door ongenuanceerde opvattingen over wat smadelijk en lasterlijk is. De context is daarbij natuurlijk veelal doorslaggevend. Waarbij nogmaals gezegd zij, dat natuurlijk de criteria voor het niet-lichtvaardig omgaan met datgene dat iemand anders z'n identiteit, privacy en heiligheid uitmaakt, niet alleen gelden voor iemand als individu, maar ook voor die iemand als culturele, etnische, of anderszins, groep. Dank u wel.

voorzitter:
Dank jullie wel. Tot zover deze drie sessies van deze zitting, ik geef ter afsluiting het woord aan Jan van Boeckel.

Slotwoord

Jan van Boeckel:
Ik wil pogen een paar lijnen uit de discussie van vandaag te distilleren. Ik denk dat vandaag vooral duidelijk is geworden welke twee belevingswerelden tegenover elkaar staan. Twee manieren om aan te kijken tegen wat heilig is, wat waardevol is, wat betekenis heeft. Het is duidelijk dat binnen de westerse samenleving het winstmotief een grote rol speelt, en dat de vooruitgang van de wetenschap aan de orde is.
Ik vond het tekenend welke verschillen aan het licht treden, wanneer je het hebt over de toegankelijkheid van medicijnen, van medische kennis, aan de wereldgemeenschap. Wanneer er sprake is van ernstige ziekten wil iedereen graag die medicijnen gebruiken, zoals de panelleden namens NIABA zeiden. 'De wereld wacht op nieuwe medicijnen.' Inheemse volken zeggen: 'Wij willen onze kennis beschikbaar stellen, maar we hebben dat eigenlijk altijd al gedaan, als deel van de gemeenschap.' Niemand was, als individu, eigenaar van die kennis: zij werd in de gemeenschap doorgegeven.
Zo is er ook vandaag een opmerking gemaakt over hiërarchieën die optreden binnen inheemse volken, waarbij de sjamaan, de autoriteit, bepaalde kennis aan zichzelf voorbehoudt en daarmee eigenlijk de toegankelijkheid blokkeert. Aan de andere kant heb je de visie van bijvoorbeeld Vandana Shiva, die zegt: als gevolg van de monopolies op kennis via de octrooiwetgeving, wordt kennis deel van een ander autoritair systeem, namelijk de markteconomie, en wordt de toegankelijkheid van medicijnen weer op een hele andere manier geblokkeerd.
Waar het inheemse volken om gaat is, denk ik, in één woord samen te vatten: respect. Respect voor hun cultuur, respect voor hun kennis en daarnaast ook, wat Robert Eggington aangaf: verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid voor het op een zorgvuldige manier omgaan met hun erfgoed. En vertrouwelijkheid. Dat staat haaks op de visie van bijvoorbeeld Piet Bakker, die zegt: 'Er is geen heilige kennis.' Dat zijn twee werelden, nogmaals, die elkaar voor een belangrijk deel lijken uit te sluiten. Misschien is deze dag te zien als een van de pogingen om een dialoog te openen tussen die op het eerste oog zo onoverbrugbare werelden.



Achtergrondliteratuur


Protecting What's Ours: Indigenous Peoples and Biodiversity. Samengesteld door David Rothschild. South and Meso American Indian Rights Center (SAIIC), P.O. Box 28703, Oakland CA 94604, USA, 1997, ISBN 0-9635396-0-4.

Biopiracy: The Plunder of Nature and Knowledge door Vandana Shiva, South End Press, 116 Saint Botolph St., Boston, MA 02115, USA, 1997, ISBN 0-89608-555-4.

The Life Industry: Biodiversity, People and Profits, uitgegeven door Miges Baumann et al., Intermediate Technology Publications, 103-105 Southhampton Row, London WC1B 4HH, Engeland, 1996, ISBN 1-85339-341-X.



Termenlijst


A SEED - Action for Solidarity, Equality, Environment and Development. A SEED is een wereldwijd netwerk van jonge mensen die zich inzetten om de mondiale milieu- en ontwikkelingscrisis te keren. Adres: A SEED Europe, Postbus 92066, 1090 AB Amsterdam, tel: 020 668 2236, email: aseedeur@antenna.nl.


biodiversiteit - De variatie onder levende organismen en ecosystemen. De term heeft betrekking op de miljoenen levensvormen die op aarde te vinden zijn, hun genetische variatie en hun complexe ecologische interactie. De grootste verscheidenheid aan organismen is in zuidelijke landen te vinden, bijvoorbeeld in tropisch regenwoud. Met biodiversiteit wordt ook wel, in enge zin, bedoeld: het geheel aan genetische eigenschappen, zowel in wilde planten als in traditioneel en modern gekweekte rassen.


biopiraterij - Het octrooieren van inheemse kennis door bedrijven in het Noorden. Ook wel: Het gebruik van intellectueel eigendomsrecht om het exclusieve eigendom van en de controle over biologische bronnen en kennis te legitimeren, zonder dat de oorspronkelijke 'uitvinders' worden erkend, beloond of beschermd.


bioprospectie - Afgeleid van 'biodiversity prospecting'. Bioprospectie is het onderzoeken van de biodiversiteit om commercieel waardevolle genetische en biochemische bronnen te vinden, met name voor de farmaceutische, biotechnologische en voedselindustrie.


biotechnologie - iedere technologie die levende organismen gebruikt om een product te maken of te modificeren, om planten en dieren te 'verbeteren' of om micro-organismen voor speciale doelen te ontwikkelen. Vaak wordt biotechnologie ten onrechte gelijkgesteld aan genetische manipulatie, maar biotechnologie heeft betrekking op een veel breder spectrum aan technieken en processen.


CBD - Conventie ter bescherming van de Biologische Diversiteit. De CBD werd gesloten tijdens de zogeheten UNCED-top, de VN-conferentie over Milieu en Ontwikkeling in 1992 in Rio de Janeiro (de zogeheten 'Earth Summit'). Zij werd door 152 staten geratificeerd (niet door de Verenigde Staten) en verplicht de ondertekenende landen maatregelen te nemen om de variatie van genen, organismen en ecosystemen te bevorderen. De CBD staat elk land toe om soeverein gebruik te maken van zijn genetische bronnen en vergoeding te eisen als anderen hiervan gebruik maken.


cellijn - Uit het lichaam van de mens of een ander organisme verwijderde cellen, die zo worden bewerkt dat ze gedurende lange tijd in een kunstmatige omgeving blijven voortleven. Zogeheten 'onsterfelijke cellijnen' worden voor een (in principe) oneindige periode kunstmatig in cultuur gehouden, onder andere dankzij uiterst strikte temperatuursregulatie en voedseltoediening. Cellijnen bevatten een onuitputtelijke bron van genetisch materiaal uit het organisme waarvan ze afkomstig zijn.


CGIAR - Consultative Group on International Agricultural Research. Toen de agro-ondernemingen die hybride zaden ontwikkelen zich realiseerden dat de wereldvoedselgewassen in zo sterke mate afhankelijk waren van genetische bronnen die men in inheemse landbouwsystemen kon aantreffen, stelden ze de CGIAR in (of 'sigaar' zoals de organisatie algemeen bekend staat). De CGIAR zette 18 Internationale Landbouw Research Centra op (IARCs) die ondersteuning moesten bieden aan onderzoek naar zaadvariëteiten die door inheemse volken en door derdewereldboeren zijn ontwikkeld.


Dumbartung - Dumbartung Aboriginal Corporation. Belangenorganisatie voor Aboriginal kunstenaars, gevestigd in Perth, west-Australië. Adres: 295 Manning Road, Waterford, Western Australia 6152, tel. 094514977, fax 093561823.

EU-Richtlijn - Voluit: De (ontwerp) EU-Richtlijn ter bescherming van biotechnologische uitvindingen. Deze richtlijn van de Europese Commissie beoogt harmonisatie van de octrooieerbaarheid binnen de Europese Unie van levend materiaal, transgene planten en dieren, en micro-biologisch materiaal. De zogeheten Coalitie tegen Patenten op leven richt zich tegen aanvaarding van deze richtlijn door het Euro-parlement. Meer informatie: Alternatieve Konsumentenbond, Postbus 61236, 1005 HE Amsterdam, tel 020 6863338, email: akb@xs4all.nl.


FAO - Food and Agriculture Organization. De voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties.


GATT - General Agreement on Tariffs and Trade (Algemene Overeenkomst over Tarieven en Handel). GATT is een set regels en een mechanisme om problemen tijdens onderhandelingen over handelsafspraken op te lossen. De overeenkomst was vormgegeven in 1947 om het soort handelsconflicten te voorkomen dat deels verantwoordelijk was voor het uitbreken van twee wereldoorlogen. De zogeheten 'Uruguay ronde' van onderhandelingen over de GATT, begon in 1986 en culmineerde in 1994 in de vorming van de World Trade Organization in Marokko. De WTO is een soort 'super-GATT', een formele, permanente organisatie in plaats van een overeenkomst.
In 1994 kwam ook een overeenkomst tot stand over handelsaspecten van intellectueel eigendom, ofwel TRIPs (zie aldaar).


geïnformeerde toestemming - Afgeleid van 'prior informed consent'. Toestemming die wordt verkregen nadat alle relevante informatie volledig bekend is gemaakt aan de betrokkene. Een prior informed consent-verklaring moet bijvoorbeeld aantonen dat een donor zijn genetisch materiaal uit vrije wil heeft afgestaan, op basis van voldoende en voorafgaande informatie.


HGDP - Human Genome Diversity Project. HDGP is een wereldwijd consortium van wetenschappers dat de menselijke genetische diversiteit op aarde in kaart wil gaan brengen. Daarvoor moeten bij de meest uiteen lopende volkeren bloed-, huid- en haarstalen worden verzameld en 'vereeuwigd' in één centrale genenbank. Die zal de genetische diversiteit van de mensheid bewaren lang nadat inheemse groepen zijn uitgestorven. Inheemse organisaties spreken van het 'vampierproject'. In de zogeheten Mataatua-verklaring van 1993 eisten inheemse organisaties uit de hele wereld de stopzetting van het project.

HUGO - Human Genome Organization. Een internationaal samenwerkingsproject van genetici beoogt het menselijk genoom (naar schatting zestig- tot honderdduizend genen) volledig in kaart te brengen. HUGO is de Europese tak van dit project, terwijl de Amerikaanse tak het Human Genome Project heet. HUGO vindt dat DNA-sequenties onmiddellijk en voor iedereen toegankelijk moeten worden gemaakt en verzet zich dan ook krachtig tegen het octrooieren van genen.


intellectueel eigendom - Iemand kan de door hem of haar ontwikkelde kennis trachten te beschermen door een beroep te doen op zogeheten 'rechten op intellectueel eigendom' (intellectual property rights). Het doen van uitvindingen wordt beschermd en gestimuleerd door het aan de uitvinder toe te staan om voor een bepaalde periode een monopolie over zijn of haar uitvinding te laten gelden. In die periode mag niemand anders die uitvinding gebruiken zonder een vergoeding aan de eigenaar te betalen.
Probleem is echter hoe kennis van inheemse volken adequaat kan worden beschermd. Als alternatief voor intellectueel-eigendomsrechten wordt daarom gedacht aan traditional resource rights die recht doen aan de specifieke context en situatie van door inheemse volken ontwikkelde kennis.


IPBN - Indigenous Peoples Biodiversity Network. Het IPBN vraagt aandacht voor de relatie tussen culturele en biologische diversiteit en de activiteiten zijn met name gericht op het beschermen van biologische en culturele kennis van inheemse volken. Adres: P.O. Box 567, Cusco, Peru, tel 00 5184232603, email: ipbn@web.net, ipbn@web.apc.org.


menselijk genoom - de genetische basisstructuur van de mens.


NIABA - Nederlandse Industriële en Agrarische Biotechnologie Associatie. NIABA stelt zich ten doel in Nederland voorlichting te geven over moderne biotechnologie en is verklaard voorstander van biopatenten. Adres: Postbus 443, 2260 AK Leidschendam, tel: 070 3270464, email: niaba@xs4all.nl.


NIH - National Institutes of Health. Amerikaanse overheidsorganisatie voor gezondheidszorg.


NoGen - Naam van Biotechnologie-archief in Wageningen. NoGen brengt BioBrief uit met ontwikkelingen in de bio-wetenschappen, bio-ethiek en discussies daarover. Adres: Burgtstraat 3, 6701 DA Wageningen, tel. 0317 423588, email: infocent@bos.nl.


octrooi - Octrooien of patenten zijn één van de vijf vormen van intellectuele eigendomsrechten. Die beschermen de uitvinder van een bepaald idee tegen namaak. Een octrooi is een tijdelijk monopolie op de exploitatie van een uitvinding. Wie een octrooi heeft, kan iedereen beletten de uitvinding toe te passen. Het moet gaan om een uitvinding die nieuw en inventief is en toegepast kan worden op het gebied van de industrie of landbouw.
patentsynoniem van octrooi.


SAIC - Afkorting van 'Strategic Applications International Corporations', een particuliere Amerikaanse onderneming op militair gebied.


sequencing - Het analyseren van de basenvolgorde van DNA. Het doel van sequencing is niet om een lange lijst van A's, C's, G's en T's (de vier bouwstenen van het DNA) te maken, maar inzicht te krijgen in de eiwitten die uit al dat erfelijk materiaal gemaakt worden. En vooral in de ziekten die gepaard gaan met fouten in het DNA en bijbehorende eiwitten.


Simpos - Stichting Informatie over Maatschappelijke Problemen rond Occulte Stromingen. Adres: Koppenhinksteeg 2, 2312 HX Leiden, tel. en fax 071 5127619.


transgeen - In zogeheten transgene planten en dieren zijn door de mens met opzet nieuwe DNA-sequenties ingebouwd. De sequenties kunnen uit andere organismen zijn getransplanteerd of kunstmatig zijn samengesteld.


TRIPs - Trade-Related Aspects of Intellectual Property Rights. Over deze zogeheten TRIPs werd in 1994 in het kader van GATT een overeenkomst gesloten. De landen die dit onderdeel van GATT hebben ondertekend verplichtten zich daarbij tot het ontwikkelen van nationale wetgeving ter bescherming van patenten op biotechnologische uitvindingen. Deze nationale wetgeving moeten zij aanpassen aan de standaard voor intellectueel eigendomsrecht die momenteel in de industrielanden geldt. Ontwikkelingslanden hebben tot het jaar 2000 om wetgeving met betrekking tot intellectueel eigendom te implementeren.
Inmiddels worden door het verdrag ook patenten op kennis van methoden zoals het ontrafelen van een stuk DNA of het manipuleren van erfgoed beschermd.


UNESCO-verklaring - Op 5 november 1997 vond de 29ste Algemene Conferentie van UNESCO plaats, waarbij het UNESCO International Bioethics Committee een conceptverklaring presenteerde aangaande 'Het Humaan Genoom en de Verantwoordelijkheden van Huidige Generaties ten opzichte van Toekomstige Generaties'


WTO - World Trade Organization. De organisatie die in 1994 na afloop van de Uruguay-ronde van GATT werd opgericht om de GATT-overeenkomst te monitoren en de wereldvrijhandel te bevorderen. In 1999 zal de WTO de TRIPs-overeenkomst herzien en mogelijk bijstellen.