Wegen door het luchtruim
Bijzondere studie over verzet van traditionele Hopi's tegen modernisering
(Gepubliceerd in Indigo, tijdschrift over inheemse volken, nr. 2, maart 1997, pp. 14-15)
Het is inmiddels een cliché: door de voortgang van de moderne technologie wordt de wereld steeds meer tot een dorp. Een van de meest opmerkelijke kanten aan dit 'globaliseringsproces' is het klaarblijkelijk gemak waarmee de kapitalistische markteconomie weet door te dringen tot in de verste uithoeken van de wereld: van de hoogvlakten van Ladakh tot het hart van het Amazonegebied. Als paddestoelen uit de grond doemen overal de merktekens van de westerse vooruitgang op: telefoonlijnen, faxapparaten, computers, satellietontvangers. Via het internet, en in real time, uitten de inheemse guerrilleros in de Mexicaanse deelstaat hun woede over de gevolgen van het vrijhandelsverdrag NAFTA. Zowel Inuit-families in het barre noorden van Canada als Bushmen-gezinnen in Botswana kijken naar dezelfde Amerikaanse soap-series en drinken dezelfde coca-cola en eten dezelfde Big Macs.
Een karikatuur? Was het misschien maar zo. Hoe kan het dat inheemse culturen - van de Kalahari-steppen tot the Northern Barrens - kennelijk zo weinig weerstand willen of weten te bieden aan westerse consumptiegoederen en bijgeleverde instructies over de ideale way of life? Of is het niet louter gelijkvormigheid wat de klok slaat? In dit verband vormt het hardnekkige verzet van de traditionele Hopi-Indianen in de Amerikaanse staat Arizona tegen het moderniseringsproces vormt een interessante 'case study'. De Amerikaanse hoogleraar antropologie Richard O. Clemmer schreef een bijzonder boek over deze 'laatsten der Mohikanen'.
Met een variatie op de stripverhalen van Asterix en Obelix: Ergens in het grote imperium van het Westen "is er nog één dorpje dat zich niet gewonnen geeft". De verzetshaard anno jaren negentig heet Hotevilla en ligt op het Hopi-reservaat. Het dorpje bestaat eigenlijk pas 'kort'. In 1906 werd het gevestigd nadat er een grote ruzie was uitgebroken in het ruwweg duizend jaar oude Hopi-dorp Oraibi over de vraag in hoeverre moest worden samengewerkt met de Blanke Man. Twee facties tekenden zich af, door de Amerikaanse regering handzaam ingedeeld als de "Vriendelijken" en de "Vijandigen". De Vijandigen weigerden hun kinderen naar de blanke kostschool te sturen, waar Indiaanse kinderen werden kaalgeschoren en straf kregen als ze in de eigen taal spraken. Het verzet tegen de overheid kwam de leiders van de Vijandigen duur te staan. In 1894 werden ze gearresteerd en veroordeeld tot negen maanden dwangarbeid op het gevangeniseiland Alcatraz in de baai van San Francisco.
Toen in Oraibi de spanningen tussen de Hopi's onderling steeds verder opliepen stelden de Vijandigen voor om een 'duw-wedstrijd' te organiseren. Als de ene groep de andere uit het dorp kon duwen, zou de verliezer het dorp ook daadwerkelijk moeten verlaten. De Vijandigen verloren en besloten in arren moede een nieuw dorp te stichten, waar men volgens de traditionele Hopi-instructies zou leven. Hotevilla was geboren.
kalebas met sintels
In 1946, kort na de Tweede Wereldoorlog, vond er een achteraf in historische bijeenkomst plaats in een kiva, een ondergrondse gebedsruimte. Andrew Hermequaftewa, voormalig Vijandige en een van de stichters van Hotevilla, vertelt de aanwezigen dat hem in de vroege dagen van zijn religieuze opleiding bepaalde instructies had gekregen. Wanneer er een kalebas met hete sintels uit de hemel zou vallen, zou het moment gekomen zijn om bepaalde geheime instructies en profetieën te delen met anderen. Na de ontboezeming van Hermequaftewa gaven andere aanwezige clanleiders prijs dat ook zij dergelijke instructies hadden gekregen. De groep was het er gauw over eens dat de 'kalebas met hete as' niets anders kon zijn dan de atoombommen die op Hiroshima en Nagasaki waren afgeworpen. De verzamelde leiders kwamen opnieuw bijeen in 1947, 1948 en 1949. Op de bijeenkomst in 1948 wezen drie geestelijke leiders, Kikmongwis, Thomas Banyacya aan als hun tolk en woordvoerder.
Als dienstweigeraar had Banyacya jarenlange gevangenisstraf achter de rug. Maar zijn verblijf in een cel benutte hij goed om zich te bekwamen als tolk van het Engels naar het Hopi. Als vrij man was hij gepokt en gemazeld om, in de woorden van Clemmer, op te treden als 'cultuur-makelaar'. Het was Banyacya die de term 'traditionelen' koos als naam van de groep. De inspiratie zou komen uit díe elementen uit hun cultuur, geschiedenis en dagelijks leven, die hun oorsprong vonden in de oraal overgeleverde instructies.
In 1949 schreef de Traditionalisten Beweging (zoals ze door Clemmer wordt aangeduid) een adres aan president Truman: "We zullen geen enkel deel van onze grond uithuren voor oliewinning. Dit land is niet te huur of te koop. Dit is onze heilige grond. (...) We zullen de blanke man, die hier pas kortgeleden is gekomen, niet vragen om een stuk land dat reeds van ons is." De brief was in feite, oordeelt Clemmer, een directe onafhankelijkheidsverklaring. Het ging rechtstreeks in tegen het gezag van de stamraad, een door de Amerikaanse overheid in het leven geroepen gezagsorgaan waarvan de leden democratisch worden gekozen.
De belangrijkste leidraad voor de traditionalisten was de Hopi-profetie. Reeds aan het einde van de negentiende eeuw voorzegden verscheidene oudere Hopi's dat er op een dag 'wegen door het luchtruim' zouden lopen en mensen contact met elkaar zouden hebben via kriskras door het land lopende 'spinnenwebben'. Vliegverkeer, satellietbanen, telefoon en telegraafverbindingen - de voorspellingen leken uit te komen. Pahaana, de verloren geraakte 'oudere blanke broeder' van de Hopi's, zou terugkeren om ze te helpen bij het oplossen van hun problemen Maar Pahaana kwam niet terug. Wel werd het een term waarmee alle 'blanken', - Euro-Amerikanen -, worden aangeduid.
Clemmer geeft een samenvatting van de ideologische uitgangspunten van de Beweging. Omdat de Hopi's nooit een verdrag hebben gesloten met de Verenigde Staten, zo luidde een beginsel, heeft de Amerikaanse regering ook geen zeggenschap over Hopi-gebied. En het gezag ligt niet bij de stamraad, maar bij de geestelijke leiders, de Kikmongwis. Tenslotte gold, dat openbare werken en ontwikkelingsprojecten waarvan de Hopi's in materieel opzicht zouden kunnen profiteren (denk aan grondstoffendelving), alleen konden worden toegestaan als ze in overeenstemming waren met de Profetie. Een bepaalde versie van de Profetie kondigt aan dat het Hopi-leven op zijn einde zal lopen wanneer materiële voordelen worden aanvaard door degenen die ze voorheen hebben afgewezen.
Concreet betekende dit, dat de traditionalisten een proces begonnen tegen door de stamraad toegestane steenkooldelving door Peabody Coal Company (en verloren), protest aantekenden tegen de aanleg van skibanen op de heilige San Francisco Peaks, en lijfelijk verzet boden tegen de aanleg van waterleidingen en elektriciteitsmasten in Hotevilla. "Voortgaan te leven in een Thoreau-achtige, negentiende-eeuwse levensstijl" sprak volgens Clemmer echter niet veel Hopi's aan. Druk van dorpelingen in Mishongnovi en Shungopavi deed de Kikmongwi daar ertoe besluiten terug te komen op deze stellingname. Maar in Hotevilla lag het anders. In 1966, en opnieuw in 1968, stelden traditionalisten zich teweer tegen contructiewerkers. De anti-elektriciteitsfactie won en de bulldozers en arbeiders moesten zich terugtrekken met hun pijpleidingen en masten.
utopische beginselen
De Beweging raakt inmiddels ook bekend buiten het Hopi-reservaat. Sommige leiders worden steeds vaker uitgenodigd om als spreker op te treden tijdens nationale en internationale milieu- en mensenrechtenconferenties. Ook vanuit de hoek van alternatieve geneeskunst, de hippiebeweging en later de New Age, groeit de belangstelling. In de woorden van de antropoloog Clemmer: Zij leken de economische werkelijkheid te negeren en in plaats daarvan utopische beginselen te volgen. De symbologie van Hopi-mythen en profetieën en de wijsheid van de Ouderen en 'aartsvaders' werden ingezet om veelomvattende kosmopolitische doeleinden op te stellen die op wereldschaal zouden gelden. De traditionalisten gaan grote Amerikaanse en Europese steden bezoeken om hun boodschap te verbreiden en zoeken bondgenootschappen met sociale hervormers en andere inheemse naties, van de Andes tot in Lapland.
Van de groep raakt Thomas Banyacya het meest bekend. Zijn afsprakenboekje puilde uit, en hij moest een telefoon laten installeren. Aan het begin van de jaren zeventig zou het deelnemen aan bijeenkomsten buiten het reservaat Banyacya's belangrijkste bezigheid en bron van inkomsten zijn. Op 11 december 1992, aan de vooravond van het Jaar van de Inheemse Volken van de Verenigde Naties, viert Banyacya zijn grootste triomf als hij de Algemene vergadering van de VN mag toespreken. Maar volgens Clemmer zijn de meeste Hopi's dan al van mening dat de taken van Banyacya in feite al waren afgerond op het moment dat de laatste van de religieuze leiders, namens wie hij sinds 1948 sprak, was gestorven.
vliegende schotels
In 1981 waagt een Zwitserse sympathisant van de Traditionalisten Beweging het om uit solidariteit met de Beweging te protesteren tegen constructiewerkzaamheden in Hotevilla. Het Hotevilla-dorpscomité dient hem per kerende post van repliek:
"U schrijft dat verzet tegen aanleg van waterleidingen in ons dorp een lange traditie heeft. Maar dat op zichzelf maakt de zaak toch nog niet redelijk of juist, of wel soms? Wat dat aangaat hebben de Hotevilla-traditionalisten zich verzet tegen elektriciteit, geasfalteerde wegen, onderwijs, privé-eigendom en opoe en appeltaart! Maar als zij stenen willen gooien naar vliegtuigen, maïsmeel willen strooien over de aurora borealis, en tezamen met de hippies de komst van vliegende schotels willen afwachten alsof deze duivelse geesten zijn gekomen om ons piki-brood te stelen of ons te beheksen, dan wordt het misschien tijd om 'ns opnieuw te kijken naar het taboe op onderwijs."
Het is tekenend voor de polarisatie binnen de Hopi-samenleving. Na de jaren zeventig slinkt de aanhang van de Beweging tot een handvol mensen in de dorpen Oraibi, Shungopavi, Mishongnovi en Hotevilla. Met Lower Moenkopi zijn dit de enige Hopi-dorpen die nog steeds de boycot van de stamraad in stand houden, die door de traditionalisten is ingezet. De activiteiten van de overgebleven traditionalisten, aldus Clemmer, beperken zich tot openbare optredens van een paar van de 'wereldreizigers' en tot protesten en uitbrengen van manifesten die in toenemende mate van louter symbolische aard zijn.
De Traditionalisten Beweging is vaak verkeerd verstaan, beweert Clemmer. Zo wordt vaak van hen beweerd dat ze sympathiseren met de naburige traditionele Navajo's, die zich tegen deportatie verzetten (zie ook elders in deze Indigo) omdat ze recht hebben te wonen op grond waar ze geboren en getogen zijn. De werkelijkheid is, dat voorlieden uit de Beweging hun oproepen aan de Amerikaanse regering regelmatig vergezeld lieten gaan van verzoeken om bescherming tegen oprukkende Navajo's. Zelfs iemand als Thomas Banyacya benadrukte dat de Navajo's in feite om toestemming vroegen om op het Hopi-land te mogen verblijven, 'maar dat het land intussen Hopi-land blijft'.
oprekken van tradities
Terug naar de beginvraag. Leidt de voortschrijdende globalisering tot een wereldwijde homogenisering, ook in het geval van de Hopi's? Richard Clemmer meent van niet. Uiteindelijk blijft de Hopi-cultuur specifiek Hopi. De Hopi's, zegt de hoogleraar antropologie, verzetten zich tegen sommige aspecten van modernisering - of dat nu een goede zaak is of niet -, maar omarmen weer andere. In feite hebben ze diverse culturele tradities
opgerekt om de traditie plaats te laten bieden aan de moderniteit en de profetie aan pragmatische overwegingen. Zo zei zelfs de modernistische stamraadsvoorzitter in 1984 dat de Hopi-profetie 'overal om ons heen is, wat we ook doen'.
Clemmer maakt een onderscheid tussen twee moderniteiten. Aan de ene kant heb je de conventionele opvatting over modernisering als een proces dat leidt tot vooruitgang: verhoging van de economische productie, verbetering van de gezondheidszorg, de levensverwachting, het onderwijs; stimulans van technologische innovatie en de opbouw van betrouwbare, democratisch opererende gezagsinstellingen. Parallel hieraan heb je de, wat Clemmer noemt 'tweede moderniteit', waarin de uitdaging, de kritiek, de uitzondering, de afscheiding centraal staat. De tweede moderniteit is onlosmakelijk verbonden met de eerste. 'Progressiviteit' en 'traditionalisme' zijn twee kanten van dezelfde medaille. Of zoals Clemmer het bondig formuleert: traditionalisme is een product van modernisering. Wat het begrip 'traditioneel' precies inhoudt moet met het voortschrijden van de tijd voortdurend opnieuw worden gedefinieerd en geconstrueerd.
De Traditionalisten Beweging was, net als de progressieve stamraad, een wegbereider van secularisering, modernisering en democratisering, door discussies uit te lokken over de koers die de Hopi-samenleving zich moest kiezen tegenover de dingen die van buiten op het volk afkwamen. Daarmee vulde de Beweging de stamraad als het ware aan, zelfs terwijl ze zich tegen haar verzette en bracht zij een 'modern politiek proces' op gang.
Zo bezien, is het traditionalisme geen conservatieve, wereldvreemde of zelfs 'autistische' stroming. Het verzet tegen acculturatie was, constateert Clemmer, in hoe mate selectief en, in politieke zin, meestal symbolisch. De Traditionalisten verzetten zich tegen de aanleg van water- en elektriciteitsleidingen, maar niet tegen auto's, loonarbeid, geld, door machines gefabriceerde kleding, propaankachels en -ijskasten, en zelfs niet, zegt Clemmer op licht honende toon, tegen tv-toestellen, zolang die maak werken op auto-accu's.
De afwijzing van elektriciteit moet je volgens hem vooral zien als een symbool voor hun diepe afkeer van afhankelijkheid.
paradox
Er treedt een curieuze paradox op. Wil je je als Hopi tegen westerse vooruitgang kunnen verzetten, dan vereist dat een grote vertrouwdheid met niet-traditionele rechtspraak, economie, politiek, technologie, meent Clemmer. Vanuit die optiek ziet hij Hopi-traditionalisme als een door-en-door modern fenomeen.
In de jaren negentig hebben, op vierhonderd na, alle Hopi-huishoudens elektriciteitsleidingen naar hun huis lopen en beschikt elke familie over tenminste een auto. Er is bijna geen Hopi meer zonder tv en veel beschikken ook over een videorecorder, hoewel in een aantal gevallen juist stromend water en een wc weer ontbreken. De traditionalistische leiders van Hotevilla en Oud Oraibi bleven zich verzetten tegen elektriciteit. Ze wilden niet dat mensen - letterlijk zouden worden aan-gesloten op een openbare, centrale energievoorziening. Maar een particuliere firma bood een oplossing, zo vertelt Clemmer. Tussen 1987 en 1991 kregen meer dan vijftig Hopi-huizen een installatie voor zonne-energie. "Op die manier bevonden de traditionalisten, activisten als ze waren tegen een vorm van technologische modernisering die gemeengoed was geworden in het Amerika van na 1950, zich in de voorhoede die kiest voor een soort van technologische modernisering die symbolisch is voor het nieuwe diep-ecologische bewustzijn van de eenentwintigste eeuw."
Roads in the Sky is in zekere zin een ontluisterend boek. Ondanks zijn grote vertrouwdheid met de Hopi-cultuur is de studie met de nodige wetenschappelijke distantie geschreven. Doordat Clemmer de Traditionalisten Beweging vrijwel uitsluitend typeert, en beoordeelt, als een interessant sociologisch verschijnsel, miskent hij daarmee de strekking en diepere betekenis van de boodschap die Hopi-ouderen als Thomas Banyacya de dolgedraaide westerse beschaving voorhouden.
© Jan van Boeckel
Richard O. Clemmer: Roads in the Sky. The Hopi Indians in a Century of Change. Westview Press, 1995, 377 blz., ISBN 0-8133-8538-5.
Indigo, nr. 2, maart 1997
Rioolaanleg bedreigt traditionele Hopi-way
Op 20 maart 1996 verscheen er een dramatisch bericht op de elektronische conferentie nativenet: "Traditionele Hopi's staat uitsterven te wachten." Wat bleek er aan de hand?
Op het moment van verzending van het bericht worden er in Hotevilla een rioolpijp en afvalwaterbasin aangelegd. De graafwerkzaamheden schenden een aantal heilige plaatsen. De rioolpijp maakt een inbreuk op het pad dat de Schepper gebruikt om door Moeder Aarde te reizen. De verstorende gevolgen van dit rioolproject zijn voorbode van de Dag van Zuivering, waarover in de Hopi-profetieën is voorzegd." Het e-mail bericht dat is opgesteld en verzonden door de advocaat van de traditionele Hopi's, Tamera Crites Shanker, geeft ook achtergrondinformatie om te kunnen begrijpen waarom de constructiewerken kennelijk zo'n ernstige aangelegenheid zijn.
Het dorp Hotevilla werd in 1906 gesticht door Hopi's die uit het dorp Oraibi (op de Tweede Mesa) waren gezet omdat ze niet wilden samenwerken met de blanken. In Hotevilla hielden ze vast aan de oude tradities. Volgens de 105 jaar oude chief Dan Evehema, die indertijd een van de stichters was van Hotevilla, is Hotevilla "het laatste gewijde en niet verstoorde Indiaanse heiligdom ter ere van de Schepper". "Volgens de Hopi-profetie", aldus Evehema, "moet deze heilige plaats haar spirituele paden openhouden."
Chief Dan Evehema wordt 'grootvader' genoemd. Hij is het spirituele hoofd van zijn clan en dorp, en de belangrijkste woordvoerder van de Oudere ouderen, die het beheer voeren over de Grote Overeenkomst die de Hopi omstreeks het jaar 1120 met de Schepper sloten. Bij die gelegenheid gaf Maasaw, de Schepper, stenen tafels aan de Hopi. De traditionele Hopi's kregen de taak om Moeder Aarde te beschermen - niet alleen ten behoeve van de Hopi's zelf, maar voor de gehele mensheid. Bijgevolg verzetten Hopi-traditionalisten zich in het algemeen tegen modernisering en het voortdurend verder oprukken van de dominante blanke maatschappij. Hotevilla is het laatst overgebleven Hopi-dorp waar ieder jaar opnieuw bijna de gehele cyclus van religieuze ceremonies wordt uitgevoerd. In andere dorpen is dat veel minder als gevolg van de assimilatie. De nieuwe "verbeteringen", zoals het rioolproject luiden, aldus de advocaat, de doodsklok voor manier van leven van de traditionele Hopi's.
Tot in het federale gerechtshof voor het district Arizona vechten de Hopi tegen de ongewenste modernisering. Het initiatief voor het project komt van de Hopi-stamraad en de federale milieubeschermingsdienst (EPA) verschaft er het benodigde geld voor. De traditionalisten schreven de stamraad dat de Hopi-dorpen van oudsher autonoom zijn en dat hun belangen niet zijn vertegenwoordigd in de stamraad. Het districtsgerechthof verwierp echter de eis van de traditionalisten.
Degenen die de traditionele Hopi's steunen worden voortdurend bedreigd en lastiggevallen. Maar er doen zich ook andere gevolgen voelen. Volgens Hopi-medicijnman Emery Holmes is het aantal gevallen van ziekte sinds het begin van de graafwerkzaamheden en de ontheiliging sterk toegenomen. Chief Dan Evehema maakt zich grote zorgen: "Wanneer Hotevilla gedwongen is zich aan te passen aan de wensen van regeringinstanties van buiten en deze ongewilde openbare werken aanvaardt, zal de Hopi-way geen thuis meer hebben en voor altijd verdwijnen."
Jan van Boeckel
bron: gen.nativenet, 20 maart 1996