Als de in spiralen ronddraaiende roodgestaarte havik
Nieuwe roman van Leslie Marmon Silko geeft visioen van verleden en toekomst van de Amerika's
(Gepubliceerd in Indigo, nr. 1, juni 1993, pp. 9-10)
Een aantal medicijnmannen en religieuze leiders van naburige Pueblo-volken is bijeengekomen aan de voet van de ertsafvalhoop van de Jackpile-uraniummijn op het Laguna Pueblo-reservaat. Ze hebben maïsstuifmeel, stukjes turkoois en andere heilige voorwerpen meegenomen om de geesten gerust te stellen. Op de plek van samenkomst is er van de ene op de andere dag een stenen reuzeslang verschenen van tien meter lengte. De twee mijnbewakers, die de slang tijdens hun dagelijkse inspectietocht hadden ontdekt, waren zich rot geschrokken en hadden meteen de Laguna-stamraad in kennis gesteld. Niemand kon verklaren waar de slang opeens vandaan was gekomen. Het was onmogelijk dat hij tijdens eerdere inspecties over het hoofd was gezien - daar was hij veel te groot en markant voor. En niemand - zelfs geen groep mensen bijelkaar - zou zoiets in één nacht uit de rots kunnen hebben gehakt. De Pueblo-ouderen zeiden tegen elkaar dat de bek van de slang in de richting wees van waar de mijn in de toekomst zou worden uitgebreid: een duidelijk voorteken van de vernietiging die de uraniummijnbouw zou gaan bewerkstelligen. Díe uitleg echter, bleek niet lang houdbaar. Enige jaren na het incident stortte de wereldmarktprijs voor uranium ineen en werd de Jackpile-mijn gesloten.
Dit verhaal over de stenen reuzeslang is geen verzinsel. Althans, de Amerikaans-Indiaanse schrijfster Leslie Marmon Silko beweert de slang in 1981 persoonlijk te hebben gezien. Die ervaring maakte zo'n indruk op haar dat zij de directe aanleiding is geweest om te beginnen aan een project dat tien jaar lang zou duren en zou resulteren in de meer dan 700 pagina's tellende roman Almanac of the Dead.
Voor Silko werd het schrijven van het boek tot een obsessie. Ze ging zo op in haar werk dat ze zich zelfs geen tijd meer gunde om brieven van vrienden en kennissen te beantwoorden - laat staan bij hen op visite te gaan. Gaandeweg werden de verwikkelingen van de personages in de fictieve wereld van de roman-in-wording interessanter voor haar dan de beslommeringen van mensen in de alledaagse, werkelijke wereld. De hoofdrolspelers begonnen een dwingende macht op Silko uit te oefenen - zozeer zelfs dat ze er, zoals ze zelf zegt, de gevangene van werd. Voortdurend kreeg ze nieuwe ideeën en inspiratie die ze op moest schrijven. Aan het einde van de dag voelde ze zich emotioneel zo leeggezogen dat ze, zoals ze zelf zegt, nauwelijks nog in staat was een verstandig woord te wisselen met de caissière van de lokale supermarkt.
Het boek is als een mozaïek in elkaar gelegd. De Almanac of the Dead begint met het verhaal van Sterling, een oude Indiaan die door de stamraad van Laguna Pueblo is verbannen omdat hij een filmploeg uit Hollywood op het spoor zou hebben gezet van de mysterieuze reuzeslang. Om de spirituele krachten die door de Laguna's met de slang in verband worden gebracht niet te verstoren, had de raad gelast dat nieuwsgierig publiek zoveel mogelijk op afstand moest worden gehouden. Het was dus bepaald onverstandig geweest van Sterling om een op sensatie belust camerateam van de verschijning van het serpent in kennis te stellen.
De ontheemde Sterling vindt onderdak op de ranch van de Indianen Calabazas en Zeta. In hetzelfde landhuis ergens in de woestijn bij Tucson aan de Amerikaans-Mexicaanse grens verblijft nog een vreemdeling: de cocaïne-handelaarster Seese, die vanaf de westkust hiernaartoe is gereisd om informatie te vinden over haar vermiste baby. Op televisie heeft Seese een programma gezien waarin Lecha, de zus van Zeta, optreedt als een spiritistisch medium dat feilloos de lokatie van vermiste personen weet aan te geven. Seese hoopt dat Lecha ook haar zal kunnen helpen. Terwijl ze de oude en ernstig zieke Lecha verzorgt, typt Seese oude, met moeite gespaard gebleven aantekeningen over de Indiaanse geschiedenis. De aantekeningen, zo blijkt later, zijn in feite overblijfselen van almanakken met daarin profetieën over de loop der geschiedenis op het Amerikaanse continent. Bepaalde ontwikkelingen die zich in het heden voltrekken, werden in deze eeuwenoude manuscripten al voorzegd.
Van jongs af aan interesseerde Silko zich voor het fenomeen 'tijd'. In een aparte introductie op haar nieuwe boek schrijft ze welke opvatting van tijd ze in haar schrijven heeft willen illustreren: 'Voor de ouderen was tijd niet een serie tikken van een klok, waarbij de ene tik op de andere volgt. Voor hen was tijd iets ronds, zoals een tortilla; tijd had specifieke momenten en specifieke plaatsen zodat de geliefde voorouders die dit leven hadden verlaten, niet waren vernietigd door de dood, maar alleen waren verhuisd (...). Alle tijden gaan voort en bestaan, voor eeuwig, naast elkaar. Geen moment raakt verloren of vernietigd. Er zijn geen toekomstige tijden en geen verleden tijden; er zijn altijd al de tijden, die enigszins van elkaar verschillen, zoals de plaatsen op de tortilla.'
Deze visie op tijd komt heel mooi terug in bijvoorbeeld het verhaal over de Apache-leider Geronimo. We horen het verhaal in gedeelten via een groepje bejaarde Yaqui-Indianen dat 's nachts is bijeen gekomen op Calabazas' ranch in de Sonora-woestijn. Rond de gloeiende houtskool van een vuurtje terugkijken kijken de oude mannen op de oude tijd. 'Oude Mahawala was begonnen, en de anderen hadden, een voor een, een detail, een mening of een alternatieve versie naar voren gebracht. Het verhaal dat ze vertelden verliep niet in een lijn naar de horizon. In plaats daarvan cirkelde het rond en draaide in spiralen, zoals de roodgestaarte havik.' Mahawala beweert stellig dat ze de oude man, die ze Geronimo noemen, nooit te pakken hebben gekregen. De anderen vullen zijn verhaal aan. Silko blijkt zich goed te hebben verdiept in haar onderwerp. De naam 'Geronimo', zo schrijft ze, is natuurlijk te herleiden op de oorlogskreet van de Mexicaanse soldaten die, wanneer ze ten strijde trokken, de hulp inriepen van de heilige Sint Jeroen. 'De Amerikaanse soldaten hadden dit net zo verkeerd begrepen als al het andere dat ze in dit land hadden aangetroffen.' Na verloop van tijd waren er minstens vier Apache-overvallers die Geronimo werden genoemd - ofwel door de Mexicaanse soldaten, ofwel door de gringo's. Silko merkt smalend op dat de tribale volken zich allen zeer bewust waren van de waarde die blanken hechten aan namen. Maar als de blanken eenmaal een naam voor iets hadden, leken ze niet in staat het ding zelf nog te herkennen. De ouderen vonden dit een van de gevaarlijkste eigenschappen van de Europeanen. Ze waren in zekere zin blind voor de wereld. Voor hen was een 'rots' slechts een rots - waar ze die ook aantroffen, ondanks duidelijke verschillen in vorm, dichtheid, kleur en de positie van de rots ten opzichte van alle dingen eromheen. De Apache en Yaqui maakten al gauw gebruik van het onvermogen van Europeanen om unieke details in het landschap te onderscheiden. De verwarring gaf de Apache en Yaqui-vrouwen en -kinderen genoeg tijd een veilig heenkomen te zoeken.
De mythische verhalen van Silko verplaatsen zich van het ene tijdsgewricht naar het andere. Als onze huidige tijd aan bod is, is de lijn tussen fictie en non-fictie erg dun. Voor wie regelmatig de berichten in de media volgt heeft de Amerikaanse werkelijkheid van dit moment behoorlijk wat surrealistische kanten. Regelmatig zijn er incidenten van gestoorde mannen die in een supermarkt of op een parkeerterrein hun automatische geweer leegschieten. Een Amerikaanse vriend vertelde me dat op veel basis- en middelbare scholen in het oosten van het land moeten de leerlingen via een metaaldetector het schoolgebouw betreden. Met vuurwapens uitgerust surveillancepersoneel houdt een oogje in het zeil. Voorin de schoolbussen zijn glazen kooien gebouwd die de chauffeur bescherming moeten bieden tegen een onverhoedse dolkstoot in zijn rug. Tijdens de busreis kan hij met behulp van een op afstand bediende videocamera opnamen maken van al te baldadige jongeren. Als de bus bij de school arriveert, kan de chauffeur de band afgeven aan het surveillancepersoneel dat vervolgens maatregelen kan nemen.
De Amerikaans-Indiaanse schrijfster heeft een haast ongezonde belangstelling voor deze meer perverse kanten van het huidige Amerika. Juist die decadentie fascineert haar. In Almanac of the Dead staat voor een groot deel de vuiligheid en vunzigheid centraal. Silko put zich herhaaldelijk uit in beschrijvingen van bizarre seksuele handelingen en bestialiteiten. Misschien geldt dat het sterkst voor die pagina's waarin ze beschrijft hoe Mexicaanse militairen zich, onder leiding van een in het onderwerp gespecialiseerde Argentijn, toeleggen op het maken van video-opnamen van martelingen, waarin vooral de genitalieën van de slachtoffers worden bewerkt. De Mexicaanse politiechef wil de video-opnamen hebben ter afschrikking van potentiële linkse opstandelingen, terwijl de Argentijn de opnamen voor grof geld op de zwarte pornomarkt wil verhandelen. De twee hanen liggen elkaar totaal niet. Als het op gegeven moment tot ruzie komt vraagt de politiechef zijn mannen de Argentijn zelf op de marteltafel te gooien en hem - voor het oog van de camera - te castreren.
Toen ik Leslie Silko enkele jaren geleden opzocht in haar adobe-huis nabij Tucson, vertelde ze over een vriend van haar die videobanden verhuurt. Hij had haar verteld dat de videoband waar hij het meest aan verdiende, niet een of andere gewelds- of pornofilm was. Nee, de belangstelling van het publiek ging vooral uit naar Faces of Death, een cultfilm die niets anders is dan een compilatie van opnamen van openbare executies van mensen en dieren. Het zijn allemaal 'echte' opnamen; niets is gespeeld. 'Op dit moment, terwijl we zitten te praten', zei Silko me, 'wordt die video meer verhuurd dan enig andere film die ze in hun winkels hebben. Alles wat op deze wereld verondersteld werd verborgen te blijven of niet gezien te worden, wordt naar buiten gebracht, wordt openbaar gemaakt. Het is beangstigend. Wat kunnen we hierna nog verwachten?'
Terwijl veel Indiaanse kunstenaars en schrijvers er voor kiezen in pittoreske stadjes als Santa Fe en Taos Pueblo te wonen, geeft Silko de voorkeur aan de rauwe contouren van de 'frontier town' Tucson. Liever dan de namaak Pueblo-bouwstijl van voornoemde plaatsen, waarbij projectontwikkelaars met allerlei Indiaanse stijlkenmerken inspelen op de nieuwste wensen van de nouveau riche, leeft Silko temidden van de 'echte' kitsj van neon-lichtboodschappen en fast food-restaurants die niets meer verhult en nergens meer naar verwijst. In Tucson zitten rijke en arme Amerikanen dicht op elkaar. De reden dat de rijken naar de stad verhuizen is gelegen in het aangename klimaat. Voor de daklozen die op de vlucht zijn voor de noordelijke vrieskou is de temperatuur echter een kwestie van levensbehoud. Deze scherpe sociale stratificatie is een van de rode draden door de roman die zich voor een belangrijk deel in Silko's woonplaats afspeelt. Silko beschrijft de opkomst van het leger der daklozen, onder leiding van Vietnam-veteraan 'Rambo'. Zijn mede-revolutionair, de zwarte activist Clinton, maakt studie naar het verschijnsel van 'zwarte Indianen', dat wil zeggen mensen van Afrikaanse afkomst die hun Afrikaanse identiteit in Amerika probeerden te handhaven en aansluiting zochten bij de cultuur en spiritualiteit van de Indianen. Geïnspireerd door de 'blootvoetse Hopi' die door Amerika rondreist en profetische toespraak houdt over de aanstaande opstand die vanuit de gevangenissen naar het hele continent zal overslaan, steken activisten en revolutionairen de koppen bijeen om op knooppunten van het industriële netwerk van de Amerikaanse samenleving sabotage te plegen. Vanuit het zuiden komen er berichten dat een enorme massa Indianen zich, overeenkomstig de profetieën, te voet naar het noorden beweegt om een einde te maken aan de dominantie van de westerse beschaving.
Silko houdt van de grote lijnen. In feite is er, zo laat ze herhaaldelijk uitkomen, sprake van een proces dat al lang begonnen is vóór de komst van de eerste blanken, en zich ook, na de een mogelijke terugverovering van het continent door de inheemsen, zal voortzetten. Op een schaal van dertigduizend jaar zijn de vijfhonderd jaar westerse aanwezigheid van weinig betekenis. Het is het tijdperk van 'Doodsoog Hond', de Vernietiger die teert op bloed en slachtpartijen, en, in feite, de ware oorzaak van de vele moordpartijen die in de loop van het boek worden beschreven.
Aan het einde van de boek is de cirkel rond, of liever, heeft de roodgestaarte valk een spiraalgang verder doorgemaakt: Sterling is weer terug in Laguna en knielt neer naast de reuzeslang. 'Sterling zat een lange tijd naast de stenen slang. De wind uit de richting van de jeneverbessen koelde zijn gezicht en nek af. Hij sloot zijn ogen. De slang maakte het niets uit of mensen erin geloofden of niet; het werk van de geesten en de profetieën zou toch wel voortgaan. Geestenwezens konden overal verschijnen, zelfs nabij dagbouwmijnen. De slang gaf niet om uraniumertsafval; de mensen hadden alleen zichzelf ontheiligd met de mijn, niet de aarde. Verbrand en radioactief, met alle mensen dood, zou de aarde nog steeds heilig zijn. De mens was te betekenisloos om haar te kunnen ontwijden.'
| De Indiaanse orale traditie is altijd één generatie verwijderd van de vergetelheid. Als de oude verhalenvertellers zijn overleden, zonder de kunst door te hebben gegeven aan de jongeren, is continuïteit in de traditie van verbale overlevering voor altijd doorbroken. Het is deels vanuit die angst geweest dat Indiaanse schrijvers die herinnering begonnen veilig te stellen door haar op schrift, in een andere taal en geïntegreerd in de moderne tijd te bewaren. In 1968 verscheen Onder een dak van dageraad van de Kiowa-Indiaan N. Scott Momaday. Een jaar later werd het boek bekroond met de Pulitzer-prijs voor fictie. Het boek ging - ten onrechte - de geschiedenis in als de eerste roman die ooit door een Indiaan werd geschreven. Scott Momaday heeft een hele duidelijke visie op de relatie tussen verbeeldende taal en de werkelijkheid: 'We zijn wat we ons verbeelden. Ons hele bestaan bestaat in onze verbeelding van onszelf. Onze beste bestemming is ons tenminste volledig te verbeelden wie en wat en dat we zijn. De grootste tragedie die ons kan overkomen is onverbeeld door het leven te gaan.' Mede als gevolg van het nieuwe Indiaanse verzet, zoals de bezetting van Wounded Knee in 1973, nam de aandacht voor de Indiaanse cultuur sterk toe. Er verschenen romans, korte verhalen en gedichten van Indiaanse schrijvers als James Welch, Simon Ortiz, Joy Harjo, Linda Hogan, Peter Blue Cloud en Paula Gunn Allen, die de belangstelling trokken van een redelijk breed publiek. Eén auteur trok echter vooral de aandacht: de in Albuquerque, New Mexico geboren Leslie Marmon Silko. De gedeeltelijk Indiaanse auteur groeide op in het Laguna Pueblo-reservaat. Al vanaf tienjarige leeftijd schreef ze gedichten en proza. Op volwassen leeftijd schreef Silko aanvankelijk vooral korte verhalen. In 1977 verscheen van haar hand de roman Ceremonie, 'een ode aan de traditionele bronnen van de literatuur'. De roman speelt in de jaren kort na de Tweede Wereldoorlog en beschrijft de kritieke fase in het leven van de jonge halfbloed-Indiaanse oorlogsveteraan Tayo. Na zijn terugkomst in het Laguna-reservaat in New Mexico probeert hij aan de vernietigende kracht van zijn oorlogservaringen te ontkomen door zich te onderwerpen aan een oude ceremonie van zijn volk. Het boek is die ceremonie; het genezingsproces van Tayo valt samen met het herstellen van zijn verhaal. Drie jaar na Ceremonie volgde het prachtige Storyteller: een boek waarin Silko via proza, gedichten en vertalingen van orale vertelkunst inzicht geeft in de verhalenrijkdom van de Pueblo-Indianen. Ook schreef Silko filmscripts, zoals Estoymuut: een bewerking voor film van het Laguna Pueblo-verhaal over de Pijlenjongen en de Heksen. 1981 ontving de Indiaans-Amerikaanse schrijfster de prestigieuze MacArthur-prijs die haar in staat stelde haar baan als wetenschappelijk medewerker Engelse Letterkunde op te geven. Ze kon al haar tijd gaan wijden aan het schrijven van Almanac of the Dead. Leslie Marmon Silko was voor het laatst in Nederland tijdens het One World Poetry Festival in 1984. |
Leslie Marmon Silko: Almanac of the Dead. Penguin Contemporary American Fiction. Import Penguin Nederland. 30,55.
Leslie Marmon Silko, Ceremonie en N. Scott Momaday, Onder een dak van dageraad: beiden uitgebracht door Uitgeverij In de Knipscheer, Amsterdam.
© Jan van Boeckel
|