Boerderijwerk is leren


Het project ‘De boerderij als pedagogisch hulpmiddel’ is al in meerdere regio’s in Noorwegen een groot succes. Nu krijgen ook kinderen in Oslo en Akershus de gelegenheid om de boerderij als deel van hun leeromgeving te ervaren. Erling Krogh van de Universiteit van Ås is coördinator van dit project.
Door op de boerderij werk te verrichten kunnen kinderen zich op een praktische manier verdiepen in de meeste vakken die ze op school krijgen. 

Het gaat hierbij niet om eenmalige excursies naar de boerderij om dieren te aaien en te zien waar de melk en eieren vandaan komen, maar om de boerderij te gebruiken als een actief onderdeel van het leerproces. Het merendeel van de kinderen (60 tot 70 procent) leert beter als het onderwijs ook een praktische invulling krijgt. Kinderen met gedragsproblemen, die op een reguliere school veel moeite met leren hebben, kunnen baat hebben bij werkzaamheden op de boerderij.

Achterliggende gedachte is dat het leren lezen en schrijven beter gaat als dit wordt gekoppeld aan praktisch boerderijwerk.


Erling Krogh 
Erling Krogh van de faculteit van Milieu- en Biowetenschap (UMB) van de Universiteit van Ås is coördinator van het project: “‘Dit jaar namen 120 leerkrachten en boeren in Oslo en Akershus deel aan een voorbereidingsbijeenkomst voor het project. Er blijkt grote belangstelling te zijn voor een dergelijke benadering. We zijn zeer tevreden”, glimlacht hij. Krogh wijst erop dat een uitgangspunt van het nieuwe leerplan voor 2006 is dat een kwart van de lesuren aan vakoverschrijdende en lokale projecten wordt besteed, waardoor betere mogelijkheden ontstaan voor de integratie van speciale onderwijsbenaderingen. 


Aangepast onderwijs

Alle leerlingen hebben recht op onderwijs dat aansluit op hun eigen behoeften, en daarvoor is dit project uitermate geschikt. Kinderen raken het meest geëngageerd als ze over dingen leren waar ze echt geïnteresseerd in zijn.
“Exacte vakken zijn steeds minder populair bij leerlingen. Wij denken dat praktische werkzaamheden op de boerderij wel aantrekkelijk zijn voor veel kinderen, en dat dit kan bijdragen aan toename van belangstelling voor de natuur en exacte vakken. Ervaringen in andere regio’s [in Noorwegen, CV] laten dit zien.”

Er is behoefte aan hernieuwde aansluiting van de landbouw op de lokale omgeving. Zij maakt niet langer vanzelfsprekend deel uit van de alledaagse realiteit van mensen.
Op veel boerderijen is reeds de nodige (ortho)pedagogische competentie aanwezig, maar die wordt niet benut. “Dit project schept prima mogelijkheden tot werkgelegenheid voor vrouwen op het platteland.

Veel partners van boeren hebben ervaring opgedaan in de zorg of in het onderwijs, dus de ‘boerderij als pedagogisch hulpmiddel’ kan als gezamenlijk project voor de beide partners een ideale uitkomst zijn”, aldus Krogh.


Grote belangstelling

In de gemeente Ås vindt het pilot project voor Oslo en Akershus plaats. Krogh wijst erop dat er in deze gemeente onder politici, boeren en leerkrachten grote belangstelling was.
Het project in Oslo en Akershus heet officieel ‘levend onderwijs en landbouw in de nabijheid van steden’. “We passen het project aan aan de lokale omstandigheden. In Tromsø [havenstad in Noord-Noorwegen, CV] beginnen we bijvoorbeeld met een project getiteld ‘De boerderij en het kustgebied als klaslokaal’.”


Levend onderwijs


UMB organiseert nascholingscursussen voor agrariërs en leerkrachten die aan de slag willen met ‘levend onderwijs en landbouw in de nabijheid van steden’. Hierbij draagt de Sectie Pedagogie en Lerarenopleiding van het ‘Instituut voor Wiskunde en Technologie’ verantwoordelijkheid voor het inhoudelijke gedeelte en de cursusbegeleiding, terwijl het ‘Centrum voor Na- en Bijscholing’ (SEVU) het administratieve gedeelte regelt.
In Noord-Trøndelag [provincie in midden-Noorwegen, CV] heeft men reeds met veel succes drie van dergelijke cursussen aan agrariërs en leerkrachten aangeboden.


Waarom is deze benadering zo succesvol?

Tom Tiller, professor in de Pedagogiek aan de Universiteit van Tromsø, heeft het boek Den Andre Dagen (de Tweede Dag) geschreven, dat in verscheidene landen een pedagogische bestseller is geworden. In dit boek beschrijft Tiller zijn eigen jeugdervaringen, waarin er sprake was van een vruchtbare wisselwerking tussen betekenisvolle werkzaamheden in de lokale gemeenschap en zijn eigen schoolwerkzaamheden. Tiller concludeert dat het hedendaags onderwijs verschraald is geraakt door het ontbreken van dergelijke leeromgevingen die nauw aansluiten op de werkelijkheid.

In hun zoektocht door het leven, verzadigd met kant-en-klare belevingen, ervaren steeds meer leerlingen de school niet langer als zinvol.

Tiller concludeert dat het hedendaags onderwijs verschraald is geraakt door het ontbreken van dergelijke leeromgevingen die nauw aansluiten op de werkelijkheid.

In hun zoektocht door het leven, verzadigd met kant-en-klare belevingen, ervaren steeds meer leerlingen de school niet langer als zinvol.

Daarom lijkt de boerderij als klaslokaal als een ‘geschenk uit de hemel’ te komen, zowel voor mensen uit het onderwijs als voor leerlingen en hun ouders.
Onderwijs op de boerderij verschaft leerervaringen en stimuleert leerlingen om zelf verbanden te leggen tussen aarde en voedsel, en tussen werkzaamheden in de praktijk en theoretisch leren op school.


Hernieuwde betekenis

Agrariërs ervaren dat ze een opnieuw een plaats krijgen en een rol vervullen in de lokale maatschappij. De boerderij wordt een leerontmoetingsplaats, waarbij boeren uit hun tractoren komen en leerlingen hun vierkante klaslokalen verlaten om zich bezig te houden met concreet en betekenisvol werk.
Het succes houdt verband met het herstellen van relaties die verloren zijn gegaan. Het vermogen om samenhang te zien in je eigen bestaan wordt van steeds groter belang in een maatschappij waar van iedereen wordt verwacht dat hij of zij vorm geeft aan de eigen identiteit.
Op de boerderij wordt identiteit als het ware op een bord geserveerd doordat je aan hele concrete arbeidsopdrachten werkt, zoals de dieren goed verzorgen, het land bewerken en gewassen verbouwen en oogsten. Het enthousiasme van leerlingen en de positieve sociale en pedagogische resultaten onderschrijven het succes.


Mogelijkheden voor verder onderzoek

UMB speelde een centrale rol bij de totstandkoming van het landelijke project Levande Skule (Levende School) in de periode tussen 1996 en 2000, en bij het opzetten van nascholingscursussen in regionale projecten in Noord-Trøndelag, Oslo/Akershus, Rogaland en Tromsø, die voortkomen uit het Levende School-project.
De laatste jaren zijn er door UMB verscheidene pedagogische ontwikkelingsprojecten met de boerderij als basis uitgevoerd.
De volgende stap is om de positieve effecten van de boerderij als leeromgeving te documenteren en hierover verslag uit te brengen aan geïnteresseerden – van de Raad van Onderwijs en Onderzoek tot en met de leerkrachten op afzonderlijke basisscholen.
Bovendien is het belangrijk om inzicht te krijgen in de economische voorwaarden voor het opzetten van samenwerkingsprogramma’s tussen boerderij en school en passende instrumenten te ontwikkelen voor het stimuleren van dergelijke samenwerkingsprojecten en de kwaliteitsmeting. Dit vereist grondig onderzoek. 

Gro Elden (vertaald door Ceciel Verheij)



Bron:
UMB, Universiteit voor Milieu- en Biowetenschap, Ås, Noorwegen.